Pilot bedrijfsspecifieke stikstofbemesting van start

Nieuws

Ruimte voor extra melk ondanks fosfaatrechten

Gepubliceerd op
28 juli 2015

Niet geheel onverwacht stuurde staatssecretaris Dijksma op 2 juli de brief naar de Tweede Kamer over invoering van fosfaatrechten bij de melkveehouderij. Via het bedrijfsspecifieke spoor (KringloopWijzer), kunnen veehouders ontwikkelingsruimte verdienen, meldt de brief. Voor de Koeien & Kansen bedrijven is verkend wat dit betekent. ‘Ben ik nu geheel beperkt in mijn melkproductie of is er nog ruimte door goed management en vakmanschap?’, is de vraag die centraal staat bij deze analyse van Koeien & Kansen-cijfers.

De 16 bedrijven in het project Koeien & Kansen laten een grote verscheidenheid zien in omstandigheden en management. Als nationaal netwerk liggen ze verspreid over het hele land. Met de nieuwe veehouders erbij is de spreiding van Groningen naar Zeeland en van Noord Holland naar Zuid Limburg.  

Fosfaatrechten op basis van dieraantallen 2014

In figuur 1 is de forfaitaire fosfaatproductie weergegeven van elk Koeien & Kansen bedrijf, als soort van referentie. Deze productie is gebaseerd op het gemiddeld gehouden aantal koeien, pinken en kalveren in 2014, vermenigvuldigd met de forfaitaire fosfaatproductie die voor 2015 geldt. Dit zijn de blauwe staven. Vervolgens is ook de bedrijfsspecifieke fosfaatproductie, berekend met de KringloopWijzer, voor 2014 weergegeven. Dit zijn de rode staven. De figuur laat zien hoeveel  de bedrijfsspecifieke productie van 2014 afwijkt van de forfaitaire referentieproductie. Als de bedrijfsspecifieke productie lager is dan de forfaitaire, kan er meer melk geproduceerd worden. Gemiddeld is dit een fosfaatruimte van ongeveer 670 kilogram. Dat is vergelijkbaar met ruim 15 koeien.

Voordeel bij zowel intensief als extensief

De bedrijven in figuur 1 zijn geselecteerd op intensiteit. Het extensiefste bedrijf staat links en het intensiefste bedrijf staat rechts. Bedrijf nummer 1 is biologisch en heeft een melkproductie per hectare van ruim 10.500 kg. Bedrijf nummer 2 produceert ongeveer 11.800 kg melk per hectare. De intensiefste bedrijven, 15 en 16, produceren ruim 29.000 kg melk per hectare. Figuur 1 laat zien dat de verschillen tussen de forfaitaire referentieproductie en de KringloopWijzer-productie van 2014 geen grote verschillen tonen tussen de extensievere en de intensievere bedrijven. Ook de extensievere bedrijven halen een KringloopWijzer fosfaatproductie die lager is dan de gestelde referentie. Overigens, van de vier bedrijven waar de KringloopWijzer-fosfaatexcretie hoger is dan de referentie fosfaatproductie van 2014 (bedrijven 1, 6, 14, 15) zijn er twee vrij extensief (< ca 15.000 kg melk per ha) en twee intensief (> 25.000 kg melk per ha). Dus zowel de intensieve als extensieve bedrijven kunnen via een bedrijfsspecifieke fosfaatproductie ontwikkelingsruimte verdienen.

De reden van de hogere KringloopWijzer fosfaatproductie bij de extensievere bedrijven (1 en 6) is dat vooral gras en graskuil (met een hoog fosforgehalte) beschikbaar waren voor de voeding. Bij de twee intensieve bedrijven (14 en 16) was de reden dat niet is gefocust op een lage fosfaatproductie, maar meer op een vrij hoge productie van dierlijk fosfaat voor hun hoogproductieve land. Ze wilden bemesten naar fosfaatonttrekking (ruim 130 kg per ha). Ze hadden daar ook toestemming voor (ontheffing voor onderzoek) en de bemesting met fosfaat mag alleen met dierlijke mest. Gebruik van fosfaatkunstmest is immers niet meer toegestaan op derogatiebedrijven.

Figuur 1: Referentie fosfaatproductie van 2014 (berekend met dieraantallen 2014 en forfaitaire excreties van 2015) en gerealiseerde KringloopWijzer-fosfaatproductie in 2014 van de 16 Koeien & Kansen bedrijven.
Figuur 1: Referentie fosfaatproductie van 2014 (berekend met dieraantallen 2014 en forfaitaire excreties van 2015) en gerealiseerde KringloopWijzer-fosfaatproductie in 2014 van de 16 Koeien & Kansen bedrijven.

Tien procent meer melk

Werken met een bedrijfsspecifieke KringloopWijzer-fosfaatproductie in plaats van een forfaitaire fosfaatproductie geeft gemiddeld ruimte voor 10 procent extra melk. Dat laat figuur 2 zien. Bij de bedrijven die geen lagere bedrijfsspecifieke productie hadden dan de forfaitaire (1, 6, 14 en 15) is geen ruimte voor extra melkproductie binnen het fosfaatquotum, bij de andere wel. De extra melkproductie is bepaald door de fosfaatruimte (forfaitaire minus bedrijfsspecifieke productie) te delen door de bedrijfsspecifieke fosfaatproductie per kg melk. Het procentuele deel van de totale melkproductie is in figuur 2 weergegeven. De verschillen tussen de bedrijven is groot: de ruimte voor extra melkproductie ligt tussen 0 en 26 procent.

Overigens zijn er ook nog andere manieren om de melkproductie te vergroten binnen de fosfaatruimte dan via het bedrijfsspecifieke excretie-spoor. Door minder jongvee aan te houden of een hogere melkproductie per koe.

Figuur 2 Ruimte voor extra melkproductie (%) bij de Koeien & Kansen-bedrijven door te werken met een bedrijfsspecifieke fosfaatproductie in plaats van met een forfaitaire. Berekend op basis fosfaat ‘referentieproductie 2014’ en bedrijfsspecifieke productie 2014. Bedrijven van links naar rechts gerangschikt naar toenemende melkproductie per ha
Figuur 2 Ruimte voor extra melkproductie (%) bij de Koeien & Kansen-bedrijven door te werken met een bedrijfsspecifieke fosfaatproductie in plaats van met een forfaitaire. Berekend op basis fosfaat ‘referentieproductie 2014’ en bedrijfsspecifieke productie 2014. Bedrijven van links naar rechts gerangschikt naar toenemende melkproductie per ha

Opmerking

De wetgeving over fosfaatrechten is nog niet compleet uitgewerkt. Referenties, forfaits, producties en toedeling van rechten zijn nog in ontwerp. Evenals een eventuele korting op fosfaatrechten. Hiermee is in de verkenning geen rekening gehouden. De verkenning in dit artikel is daarom indicatief. Overigens is de uitwerking van dit artikel volledig gericht op de materie van de fosfaatrechten. Effecten en randvoorwaarden van de AMvB grondgebonden groei zijn hier niet bij betrokken. Het kan dus zo zijn dat de getoonde bedrijven binnen hun fosfaatproductierecht de getoonde hoeveelheid melk kunnen groeien, maar dat hiervoor eventueel extra grond of mestverwerking nodig is volgens de genoemde AMvB.