Geleidelijk spenen voorkomt speendip bij biggen opgegroeid in een groepskraamsysteem

Nieuws

Geleidelijk spenen voorkomt speendip bij biggen opgegroeid in een groepskraamsysteem

Gepubliceerd op
13 maart 2017

Geleidelijk spenen op 9 weken leeftijd lijkt in groepskraamsystemen een goede strategie om de speendip te voorkomen en het gedrag van de biggen en vleesvarkens te verbeteren. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd op het Varkensinnovatiecentrum (VIC) in Sterksel. Onderzocht werd de ontwikkeling van biggen bij abrupt spenen op 4 weken en bij geleidelijk spenen op 9 weken met toepassing van beperkte zoogtijd (intermittent suckling). Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen University & Research in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken.

Spenen in groepskraamsysteem

Het groepskraamsysteem had twee identieke afdelingen met elk vijf zeugen en haar biggen, en aangrenzend een ruimte waar alleen de zeugen konden komen. Bij verblijf in deze ruimte kunnen de zeugen dus niet zogen (intermittent suckling -IS). Vijf zeugen werden van dag 28 tot 35 na werpen verplicht 10 uur per dag van de biggen gescheiden door ze naar de IS-ruimte te brengen. Daar hadden ze beercontact om berigheid
op te wekken. Van dag 35 tot 63 na werpen konden de zeugen zich vrijwillig van de biggen afzonderen door naar de IS-ruimte te gaan. De op 4 weken abrupt gespeende (A4) biggen bleven na spenen tot dag 63 in een groep van 35 bij elkaar in een verrijkt hok. Op een leeftijd van 9 weken werden zowel de A4 als de andere biggen (IS9) opgelegd in verrijkte vleesvarkenshokken voor 35 dieren.

Geleidelijk spenen voorkomt speendip

Het effect van spenen op de A4-biggen was groter dan het effect van intermittent suckling op de IS9-biggen. In de eerste vijf dagen na spenen groeien de A4-biggen beduidend minder dan de IS9-biggen in de vergelijkbare periode, namelijk 179 versus 305 gram per dag. Bovendien hadden de A4-biggen daarna iets meer last van diarree dan de IS9-biggen. Ook vertoonden de A4-biggen meer belly nosing (het tegen de buik duwen van een ander varken) en oraal manipulatief gedrag (bijten, kauwen op een ander varken) dan de IS9-biggen.

Geen groeiverschil na opleggen vleesvarkensstal

Bij opleg in de vleesvarkensstal was er geen sprake van een speendip bij de IS9-vleesvarkens. Van dag 63 tot dag 68 hadden ze een vergelijkbare groei als de A4-vleesvarkens. Gedurende het vleesvarkenstraject
vertoonden de IS9-vleesvarkens minder oraal manipulatief gedrag en belly nosing dan de A4-vleesvarkens. Dit wijst op minder stress bij de IS9-varkens als gevolg van het spenen. Deze verschillen in gedrag geven aan dat de effecten van abrupt spenen op 4 weken leeftijd of geleidelijk spenen op 9 leeftijd ook op de lange termijn nog zichtbaar zijn.

Gratis downloaden

De volledige inhoud van het onderzoek is terug te lezen in rapport 1012 van Wageningen Livestock Research getiteld ‘Groepskraamsysteem: ontwikkeling van zeugen, biggen en vleesvarkens bij spenen op 4 of 9 weken leeftijd’.