Beter begrip van Ralstonia solanacearum-bacterie moet Nederlandse land- en tuinbouw kosten besparen

Project

Beter begrip van Ralstonia solanacearum-bacterie moet Nederlandse land- en tuinbouw kosten besparen

Ralstonia solanacearum is een quarantainebacterie en vooral bekend als veroorzaker van bruinrot in aardappel. In 2015 werd een nieuwe variant van de bacterie in kasrozen ontdekt met miljoenen euro’s schade als gevolg. Meer kennis over de bacterie moeten nieuwe aantastingen door Ralstonia in de rozenketen in de toekomst voorkomen.

Verwelkingsziekte door Ralstonia solanacearum in (kas)rozen was tot op dat moment nog nergens in de wereld beschreven. De schade door de verplichte vernietiging van het plantmateriaal én de noodzakelijke quarantaine- en hygiënemaatregelen liep in de miljoenen euro’s. Veredelaars, vermeerderaars, telers, keuringsdiensten en NVWA willen daarom weten hoe besmettingen met deze bacterie in de rozenketen vermeden kunnen worden en - in geval van een nieuwe besmetting - snel verwijderd kan worden. Uitbraken met Ralstonia, waarvoor een nul-tolerantie geldt, hebben grote gevolgen voor de Nederlandse afzet van tuinbouwproducten en uitgangsmateriaal. Veel varianten van de bacterie kennen een brede waardplantenreeks. Zo speelt Ralstonia ook een belangrijke rol in de aardappelteelt als veroorzaker van bruinrot.

Doelen

In dit project wordt kennis gegenereerd op drie vlakken:

  1. Het ontwikkelen van diagnostische methoden om de Ralstonia-bacterie tijdig en betrouwbaar te kunnen detecteren;
  2. Hoe de bacterie zich verspreidt tussen rozen in een kas (epidemiologie), en
  3. Hoe epidemieën door Ralstonia solanacearum voorkómen kunnen worden.

Aanpak

  1. Verbetering van de diagnostische methoden: verschillende varianten van Ralstonia-bacteriën wordt genetisch gekarakteriseerd om identificatie mogelijk te maken. De kennis zal gebruikt worden voor de ontwikkeling van snelle methoden om de pathogeniteits assay, die vier weken kost, te vervangen. Ook zal de gevoeligheid van de methode verbeterd worden voor het aantonen van de bacterie in afvoerwater.
  2. Epidemiologie: Er wordt bekeken hoe de bacterie verschillende soorten planten infecteert (infectieroutes) en hoe lang het duurt tot er symptomen ontstaan. Ook worden symptomen in verschillende waardplanten vastgelegd.
  3. Preventie van epidemieën: Er wordt gezocht naar punten in de productieketen die een hoog besmettingsrisico met zich mee dragen. Er wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om gunstige bacteriestammen (probiotica) in te zetten bij het voorkomen van een Ralstonia besmetting in zowel moederplanten bij kwekers in Afrika, als in stekken bij de telers in Nederland.

Resultaten

  1. Diagnostische methoden waarmee Ralstonia solanacearum beter, sneller (in minder dan 8 uur), en tegen aanvaardbare kosten gedetecteerd kan worden in plantmateriaal en (afvoer)water.
  2. Betere voorspelling van de verspreiding van Ralstonia door kennis over hoe de infectie zich ontwikkelt.
  3. Adviezen voor telers en kwekers om besmetting te voorkomen of zelfs te elimineren. Dit zal leiden tot lagere risico’s op besmettingen doordat er sneller en juister wordt gereageerd.
  4. Probiotica die de roos in staat stellen zich te beschermen tegen Ralstonia infecties. Er wordt ook een concept gepresenteerd over de beste toediening van deze probiotica aan de planten.