bij

Nationaal honingprogramma 2017-2019

Het nieuwe nationale honingprogramma voor de periode 2017-2019 is goedgekeurd en toegekend aan Bijen@wur, onderzoeksgroep van Wageningen University & Research. De Europese Commissie en het Ministerie van Economische Zaken dragen hier ieder voor 50% aan bij.

De afgelopen jaren heeft het onderzoek in het honingprogramma bijgedragen aan het inzichtelijk maken van mogelijke oorzaken van bijensterfte in Nederland en handvatten gegeven om de bijensterfte terug te dringen. Duidelijk is dat het hobbymatige karakter van de sector een rol speelt bij de hoogte van bijensterfte. Kennisverspreiding en toepassing van de onderzoeksresultaten in de imkerpraktijk zijn derhalve belangrijke aandachtspunten bij het verder verbeteren van de bijenteelt.

Voor mogelijke (nieuwe) oplossingsrichtingen in relatie tot de prioriteiten in de bijenhouderij is ten opzichte van voorgaande honingprogramma’s een richtingsverandering ingezet. Waar in vorige programma’s de nadruk lag op bestrijding van de varroa-mijt en het in kaart brengen van factoren achter winterbijensterfte, is in het nieuwe honingprogramma de inzet op duurzaamheid en weerbaarheid van de bijen een belangrijke onderzoekslijn. Dit sluit aan op het Actieprogramma Bijengezondheid (2013). De inzet op de factor imkerpraktijk blijft onverminderd belangrijk. Daarnaast is de afronding van het huidige onderzoek naar de oorzaken achter de bijensterfte van belang.

Het nieuwe programma is zodanig opgezet dat gezorgd wordt voor doorlopende kennislijnen. Dat betekent dat maximaal aangesloten en gebruik gemaakt wordt van relevant nationaal en internationaal onderzoek. In het nieuwe EU/NL-Honingprogramma is de kennisbehoefte 2017-2019 gericht op:

  • Streven naar meer robuuste weerbare honingbijen, waarbij varroa-resistente bijenvolken centraal staan. Daarbij staan niet alleen de bijen(volken) zelf centraal, maar ook zeker de opschaling van de mogelijkheden naar toepassing in de praktijk;
  • Diagnose van ziekten en plagen voor een duurzame en effectieve bestrijding daarvan. Verhogen praktisch kennisniveau imkers ten aanzien van bijengezondheid;
  • Afronden van het inzicht in (omgevings-)factoren achter bijensterfte en de toepassing van de mogelijkheden ter verbetering in de praktijk.
  • Kennisverspreiding ten behoeve van de verbetering van de imkerpraktijk, waarbij er een sterke interactie is met de bijenhoudersverenigingen en de acties die zij organiseren.

Dit programma is afgestemd met de bijenhouderijsector. Bijen@wur neemt het initiatief in het betrekken van externe partijen en coördineert het programma.