kleine bijenkastkever

Exotische ziekten in bijen

De westerse honingbij komt wereldwijd voor, maar niet overal heeft het te maken met dezelfde ziekten. Er gaat een grote dreiging uit van een aantal van deze exotische ziekten, omdat ze bij introductie in Nederland grote gevolgen kunnen hebben. Om introductie te voorkomen zijn er regels opgesteld die de import van bijen naar en binnen Europa reguleren.

De Westerse honingbij (Apis mellifera) is door de mens tot ver buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied gebracht. Daardoor is de soort in aanraking gekomen met ziekten die van nature niet tot de vijanden van de Westerse honingbij behoren. De varroa-mijt is een belangrijk voorbeeld van welke gevolgen dat kan hebben. Daarnaast zijn er uit Afrika parasieten bekend waar de lokale ondersoort goed mee om kan gaan, maar waar de Europese ondersoort van de Westerse honingbij geen of nauwelijks weerstand tegen heeft.

Momenteel zijn er twee exotische ziekten die de meest acute dreiging vormen. Dit zijn Tropilaelaps mijtziekte en de kleine bijenkastkever. De aanwezigheid van de kleine bijenkastkever is intussen een feit in Europa. De kever is waargenomen in een flink aantal volken in Italië.

Kleine bijenkastkever (Aethina tumida)

De aanwezigheid van de kleine bijenkastkever is intussen een feit in Europa. Lees meer over de kleine bijenkastkever

Small hive beetle

The small hive beetle is in Europe to stay

Press release COLOSS

The small hive beetle (Aethina tumida) is an exotic pest originally from South Africa which can infest honey bee (Apis mellifera) colonies, destroying combs and brood often causing total colony loss. It invaded the southern USA in the 1990s causing significant economic loss, and has later been found in Australia, Canada and elsewhere. It is subject to statutory control in most European countries, and contingency plans have been in place for some years in anticipation of its arrival.


Tropilaelaps mijtziekte

Het genus Tropilaelaps bestaat uit 4 soorten, T. clareae, T. koenigerum en de recent beschreven soorten T. mercedesae en T. thaii. De oorspronkelijke gastheer is de reuzenhoningbij (Apis dorsata), maar Tropilaelaps kan ook in volken van andere bijensoorten voorkomen. Zowel T. clareae als T. mercedesae zijn waargenomen en reproduceren in Europese honingbijen (Apis mellifera). Tropilaelaps wordt niet in Nederland aangetroffen.

De levenscyclus van Tropilaelaps spp. in Apis mellifera volken is vergelijkbaar met de levenscylcus van Varroa destructor. Onder normale omstandigheden stappen 1-4 volwassen mijten in het bijenbroed die elk 1 á 2 nakomelingen produceren. De mijten hebben een voorkeur voor darrenbroed ten opzichte van werksterbroed (ratio: 3:1). Er worden net zoveel mannetjes als vrouwtjes geproduceerd. Als een jonge bij uitloopt verlaten de volwassen vrouwtjes de broedcel. De onvolgroeide nakomelingen en de mannetjes blijven achter en gaan dood. De mijten verblijven hoogstens twee dagen op de volwassen bijen voordat ze weer in de broedcel stappen om zich voort te planten.

Importeren van bijen

Er wordt in de wereld volop gehandeld in bijen en bijenproducten. De globalisering is niet aan de bijenteelt voorbij gegaan. Producten als honing en propolis, maar ook raszuivere koninginnen worden over heel de wereld gemaakt en verspreid. Met deze wereldwijde verplaatsing van bijen kunnen ook allerlei ziekten verplaatst worden.

Om de introductie van nieuwe exotische bijenziekten te voorkomen zijn er vanuit Brussel Europese richtlijnen gekomen ten behoeve van landelijke wetgeving. Deze wetgeving richt zich in het bijzonder op twee exotische parasieten, te weten Aethina tumida (Ned: Kleine bijenkastkever) en Tropilaelaps spp. De Nederlandse overheid heeft Bijen@wur aangewezen als het laboratorium dat de wettelijke controle uitvoert bij de import van bijenkoninginnen.

De Aziatische hoornaar

Anses, het Europees referentie laboratorium voor honingbijen, en het Museum National d'Histoire Naturelle, heeft een flyer samengesteld om Vespa velutina gemakkelijk te herkennen. Op verzoek van Anses heeft Bijen@wur de flyer vertaald naar het Nederlands. Vespa velutina komt van nature voor in Azië, maar is een aantal jaren geleden in Europa terechtgekomen. Geleidelijk raakt de soort verspreid over Europa en kan een bedreiging vormen voor honingbijen. Met dit informatieblad is het mogelijk om de soort te onderscheiden van andere insecten, die lijken op deze wesp.