Gewasbescherming

De business unit Glastuinbouw ontwikkelt strategieën en technieken voor duurzame gewasbescherming. Biologische bestrijding, bewust middelengebruik met een bijbehorende techniek en het gebruik van de weerbaarheid van de bodem, gewas, klimaat en plantomgeving worden individueel en als één totaalsysteem onderzocht en geoptimaliseerd.

Onze experts in plantenziektekunde, entomologie, teelt, klimaat en techniek werken samen met ondernemers en ook wetenschappers uit verschillende vakgebieden. Door deze gezamenlijke aanpak sluiten innovaties aan bij de laatste wetenschappelijke kennis en belangrijke vragen uit de praktijk.

Toedieningstechnieken

Gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast met gewas- en ruimtebehandelingstechnieken; spuitboom/mast, spuitstok, LVM, fogapparatuur. Belangrijk is dat de middelen alleen daar terecht komen waar de te bestrijden ziekte of plaag zich bevindt. Veelal komen deze voor op de onderkant van de bladeren en/of diep in het gewas.

Beperking van het middelenpakket maakt dat de overgebleven middelen vaker zullen worden gebruikt. Daarbij is de kans op het ontwikkelen van resistentie groot. Optimalisering van toedieningstechnieken met behulp van luchtondersteuning in verschillende vormen heeft geleid tot een hogere depositie van middelen op de onderkant van de bladeren. Ook het toepassen van het “onderdoorspuiten” geeft een duidelijke verbetering van de depositie.

Dit resulteert in een goede effectiviteit, waardoor minder vaak hoeft te worden gespoten. De kans op ontwikkelen van resistentie wordt hiermee verkleind. Vermindering van het aantal toepassingen van middelen heeft ook tot gevolg dat de emissie wordt beperkt.

Bij het onderzoek wordt samengewerkt met het bedrijfsleven.

Contactpersoon: Marieke van der Staaij

Gezond substraat en gezonde bodem

Een gezond substraat en bodem is een belangrijk uitgangspunt voor de teelt van gezonde tuinbouwgewassen. Hiervoor zijn duurzame aanpassingen en -teeltmaatregelen belangrijk voor een weerbare teelt.

Uitval door ziekten en plagen wordt voorkomen. Voorbeelden zijn plantversterkers, bodemverbeteraars, biostimulatoren, biobemesters, gewasbeschermingsmiddelen en natuurlijke vijanden tegen ziekten en plagen zoals aaltjes, bacteriën (overmatige wortelgroei) en schimmels (Fusarium, Verticillium, Rhizoctonia). De nadruk ligt op duurzaamheid waarbij nul-emissie, geen residu vorming op het product en de succesvolle bestrijding van ziekteverwekkers belangrijk zijn.

Voor ziektes zoals Phytophthora, Pythium en valse meeldauw worden planten al in opkweek versterkt als aanpassing voor stressvolle teeltomstandigheden, zoals bij uitplant en bloei. Maar ook fysieke aanpassingen aan groeisubstraten en bodems kunnen worden aangebracht, zoals verhogen van stabiliteit, drainage en draagkracht voor groei- en weerbaarheid verhogende schimmels en bacteriën. Toepassingen variëren daarbij van bodemaanpassingen, opkweekmateriaal, potmengsels, groeisubstraten (steenwol, kokos, perliet), biologische substraten tot nieuwe teelten los van de grond zoals in Teelt de Grond Uit voor bollen, vollegrondsgroenten en sierteelt.

Maatregelen worden ontworpen binnen een systeemaanpak waarbij het effect van (substraat)klimaat en het effect op alle boven- en ondergrondse ziekten en plagen, MVO en human capital centraal staat.

Contactpersoon: André van der Wurff

Virussen en viroïden

Virusziekten spelen een belangrijke rol in de teelt van diverse gewassen onder glas. In zowel de groente- als de sierteelt kunnen virussen tot opbrengstverliezen leiden zelfs als er geen symptomen zichtbaar zijn.

Een mechanisch overdraagbaar virus kan worden geïntroduceerd door geïnfecteerd plantmateriaal en zaad. Via een mechanische overdracht, contact en gewashandelingen, kan het virus zich snel verspreiden. Een voorbeeld van een mechanisch overdraagbaar virus is komkommerbontvirus in komkommer. Naast een mechanische overdracht kunnen plantenvirussen worden verspreid door vectoren (insecten, schimmels, nematoden).

Viroïden kunnen net als virussen symptomen (misvorming, groeivermindering, kleurafwijkingen) veroorzaken in een waardplant en de wijze van overdracht komt sterk overeen. Veel viroïden kunnen via contact worden overgedragen zoals bij gewashandelingen. Om tijdig adequate beheersmaatregelen te kunnen treffen wordt onderzoek gedaan bij de business unit Glastuinbouw waarbij kennis wordt opgedaan over het gedrag van een virus of viroïde, de interactie tussen virus, plant en met de omgeving waarin de plant staat, de waardplanten en zijn vectoren. Dit onderzoek wordt uitgevoerd voor en samen met de praktijk.

Contactpersoon: Caroline van der Salm

Bedrijfshygiëne en ontsmetting

Direct bestrijden van virussen, viroïden en bacteriën in een plant is niet mogelijk. Daarom zal een aantasting in een teelt voorkomen moeten worden. Schoon uitgangsmateriaal is daarom belangrijk net als het nemen van de juiste hygiënemaatregelen. Een hygiëneprotocol is daarbij een uitstekend hulpmiddel. Door de business unit Glastuinbouw zijn hygiëneprotocollen geschreven ter voorkoming van verschillende ziekten.

Een teeltwisseling is de aangewezen periode om alles voor grondig te reinigen en ontsmetten. Kennis over de aanwezige pathogenen is daarbij belangrijk voor zowel het gebruik van de juiste maatregelen als de ontsmettingsmiddelen. Regelmatig wordt er onderzoek gedaan naar de effectiviteit van diverse ontsmettingsmiddelen.

Verschillende plantpathogenen verspreiden zich via het water. Bij hergebruik van voedingswater is het daarom nodig om het water te ontsmetten. De business unit Glastuinbouw werkt aan nieuwe ontsmettingsapparatuur en ontsmettingsmethoden. Door middel van onderzoek wordt vastgesteld of de apparatuur effectief is tegen verschillende pathogenen en vooral bij welke dosering.

Contactpersoon: Ineke Stijger

Insecten en mijten

In bijna alle glastuinbouwgewassen komen plagen voor die het gewas aantasten. Dit kunnen insecten zijn zoals bladluis, wolluis, wittevlieg, trips, maar ook mijten zoals spint, weekhuidmijten en roestmijten.

Onderzoek is gericht op nieuwe natuurlijke vijanden, methoden om natuurlijke vijanden te ondersteunen, interacties tussen natuurlijke vijanden, biologische en chemische middelen, neveneffecten van middelen op natuurlijke vijanden, geurstoffen voor plagen en natuurlijke vijanden en het ontwikkelen van totaalconcepten voor geïntegreerde bestrijding.

Contactpersoon: Gerben Messelink

Schimmels en bacteriën

De meeste ziekten in gewassen die geteeld worden in de Nederlandse kassen ondervinden schade van een of meerdere problemen met schimmels of bacteriën. Sommige veroorzaken vooral schade aan het wortelgestel (zoals de schimmels Fusarium, Pythium en Phytophthora en de bacterie Agrobacterium rhizogenes) en anderen manifesteren zich voornamelijk bovengronds (schimmel Phytophthora infestans of bacteriën zoals Clavibacter michiganensis subsp. michiganensis).

Bacteriën zijn niet te bestrijden met gewasbeschermingsmiddelen. Oplossingen liggen daarom in preventie en competitie met andere bacteriën. Voor schimmels is de situatie anders dan bij de bacteriën; schimmels kunnen behandeld worden met gewasbeschermingsmiddelen. De publieke opinie en de markt vragen steeds meer om een residu-vrij product en daarmee wordt ook voor schimmels het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moeilijker.

Voor de teelt vergt dit een andere manier van gewasbescherming en ziekteonderdrukking. De conditie van de plant komt daarin centraal te staan. Onderzoekers van de business unit Glastuinbouw werken daarom aan alternatieve methoden en toepassingen gebaseerd op voorkomen (bedrijfshygiëne), antagonisme en concurrentie (andere bacteriën of schimmels), klimaatbeheersing (ventilatie) of fysische oplossingen (licht).

Contactpersoon: André van der Wurff

Grondontsmetting

De noodzaak voor grondontsmetten is duidelijk: door monoculturen en zeer intensieve teeltsystemen bouwen ziekten (bijvoorbeeld Verticillium) en plagen (bijvoorbeeld wortelknobbelaaltjes, Meloidogyne) zich eenvoudig en snel op in een perceel. Grondontsmetten is dan de enige oplossing. Chemische grondontsmetting is niet toegelaten in kasteelten. Op dit moment is grondontsmetting met behulp van stomen in de Nederlandse kassen de meest toegepaste vorm van grondontsmetten.

Stomen biedt slechts een kortstondige oplossing. Uit de praktijk blijkt dat de resultaten van het stomen elk jaar minder zijn. Ziekten en plagen komen steeds sneller terug. In sommige gevallen is de ziekte zo hardnekkig dat stomen onvoldoende resultaat biedt of dat er zeer vaak gestoomd moet worden om te kunnen blijven telen. Matige stoomresultaten, uitputting en daarmee toenemende kosten voor fossiele brandstof en effecten op het milieu vragen om een andere aanpak.

De business unit Glastuinbouw werkt daarom aan alternatieven: beïnvloeden van bodemweerbaarheid en alternatieve methodiekenzijn thema’s waar aan wordt gewerkt. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van natuurlijke middelen en ecologische principes die ziekte- en plaagontwikkeling beïnvloeden en voorkomen. Een goed voorbeeld is biologische grondontsmetting. Biologische grondontsmetting is een natuurlijk proces dat Verticillium en aaltjes onderdrukt en tegelijkertijd de bodemweerbaarheid verhoogt.

Weerbaar gewas en gezonde omgeving

De business unit Glastuinbouw heeft als visie dat de meeste plantenziekten zijn te voorkomen door te werken aan weerbare gewassen en een gezond kasklimaat. Voorkomen is beter dan genezen. De plant bezit van nature over een goed gevulde medicijnkast om ziekten preventief te weren of te voorkomen dat ze zich snel kunnen verspreiden in de plant.

Binnen het onderzoek naar weerbare gewassen worden nieuwe teelt- en klimaattechnieken en strategieën ontwikkeld en producten getest op hun vermogen om deze medicijnkast aan te vullen en te activeren (bijv. rood licht of plantversterkende meststoffen). Met deze kennis kunnen telers bij verandering van een teelt- of klimaatstrategie gerichter op een betrouwbare grens van weerbaarheid sturen en ziektes voorkomen.

Onderzoek doen is onze passie en daar waar we kunnen ondersteunen we ook graag andere bedrijven (R&D’s) in praktijkgericht onderzoek. Zo is het bijvoorbeeld nu mogelijk om de weerbaarheid te laten testen tegen meeldauw van het eigen plantmateriaal via een bladponsentest. Vraag vrijblijvend onze productfolder aan of neem contact met ons op voor meer informatie.

Contactpersoon: Jantineke Hofland-Zijlstra

Diensten en producten

Meer diensten en producten