dicyphus bij tomatenbloem

Nieuws

Nieuwe roofwantsen voor tomaat: meer bestrijding met minder schade

Gepubliceerd op
4 juli 2017

De roofwants Macrolophus pygmaeus wordt al jaren met succes voor plaagbestrijding in tomaat ingezet, maar bij hoge dichtheden kan deze predator schade geven aan de vruchten en bloemen. Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw onderzoekt nieuwe soorten roofwantsen die minder kans op schade geven en plagen goed bestrijden. De eerste resultaten zijn veelbelovend.

Soorten roofwantsen

Roofwantsen zijn onmisbaar voor de bestrijding van plagen in tomaat, met name voor de bestrijding van wittevlieg. Al jaren wordt met succes de soort Macrolophus pygmaeus ingezet. Deze roofwants behoort tot de familie van de Miridae en zijn omnivoren, wat betekent dat ze zowel plagen eten maar ook van de plant leven. Dit is een groot voordeel voor de vestiging, maar tegelijkertijd een nadeel, omdat er soms bloem- en vruchtschade optreedt. Binnen deze familie van Miridae komen nog veel meer soorten roofwantsen voor die mogelijk minder kans op schade geven doordat ze meer gericht zijn op het eten van prooien en minder op het eten van plantmateriaal.  Ze hebben dan een andere positie in het zogenaamde “zoophytofage spectrum”. Er zijn ook soorten die juist meer schade geven.  De mediterrane roofwants Nesidiocoris tenuis is daar een voorbeeld van. In Spanje wordt deze wants bewust ingezet voor de bestrijding van de tomatenmineermot Tuta absoluta, maar in Nederland wordt hij als een plaag beschouwd door de extreme gewasschade die kan optreden. 

Minder schade

Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw heeft bij 3 nieuwe soorten roofwantsen de mate waarin schade kan ontstaan in tomaat vergeleken met Macrolophus pygmaeus.  In een kasproef zijn wantsen bijgevoerd met Ephestia-eieren, waardoor er extreem hoge dichtheden van 150-200 roofwantsen per plant werden bereikt. Bij deze dichtheden werd bij alle wantsen schade waargenomen. Opvallend was dat de minste vruchtschade werd gevonden bij Macrolophus, maar nog opmerkelijker, uitval van bloemen werd alleen bij Macrolophus waargenomen en bij geen van de andere soorten roofwantsen. Bloemabortie is vooral onwenselijk bij trostomaten en voor deze teelten zijn de nieuwe wantsen mogelijk interessant om in te zetten. Een ander opmerkelijk resultaat was dat 2 van de 3 nieuwe roofwantsen aanzienlijk snellere een populatie opbouwden dan Macrolophus. Een verklaring daarvoor is dat de vrouwtjes van deze soorten langer leven en meer eieren afzetten.

Meer bestrijding

Een andere wens bij de vergelijking van nieuwe roofwantsen is soorten te vinden die een betere plaagbestrijding geven dan Macrolophus. De afgelopen jaren hebben we steeds meer te maken met de tomatenmineermot, Tuta absoluta. Deze invasieve plaag lijkt zich definitief gevestigd te hebben en geeft op sommige bedrijven enorme schade. In lopend onderzoek wordt gekeken of nieuwe roofwantsen ook een betere bestrijding van Tuta absoluta kunnen geven dan Macrolophus. De bestrijding vindt vooral plaats door predatie van eieren van deze mot, waardoor een goede preventieve bestrijding van de wantsen een belangrijke factor is bij het slagen van de bestrijding. Naast Tuta absoluta is er soms het probleem dat de mediterrane roofwants Nesidiocoris tenuis zich onbedoeld heeft gevestigd.  Als deze soort eenmaal in de teelt opduikt is het bijzonder moeilijk om er vanaf te komen. Ingrijpen verstoort ook al snel de vestiging van Macrolophus, met als risico dat het hele biologische bestrijdingssysteem om zeep wordt geholpen. In ons  onderzoek wordt daarom gekeken of bepaalde onschadelijke roofwantsen Nesidiocoris uit tomaat kunnen verdringen en of schade verminderd kan worden door ze af te leiden.

Project

Dit onderzoek valt onder het project  “Plaagbestrijding met omnivore roofwantsen”. Dit project is in 2016 van start gegaan en is een zogenaamde publiek-private samenwerking (PPS) waarbij het onderzoek voor de helft gefinancierd wordt door het ministerie van economische zaken en de ander helft door het bedrijfsleven. De bedrijfsfinanciering voor dit project komt van de gewascoöperaties tomaat, gerbera en roos, de Stichting Programmafonds Glastuinbouw en Koppert Biological Systems. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw en wordt gecoördineerd door LTO Glaskracht. Naast tomaat wordt er ook gekeken naar inzet van roofwantsen in gerbera en roos.