Phytophthora in aardappel

Richard Visser bij BNR: "Phytophthora in aardappel is binnenkort kleiner probleem"

Richard Visser vertelt bij BNR radio over een samenwerking tussen 24 partijen om binnen 3 jaar aardappels resistent te krijgen tegen de schimmel Phytophthora. "We zijn nu op een punt aanbeland dat er voldoende variatie in het rassenpakket is mét resistentie tegen Phytophthora om het de boeren mogelijk te maken om gevarieerd verschillende aardappelrassen te kunnen telen. Kwekers werken samen in allerlei verschillende projecten; zeker op het gebied van de biologische aardappelteelt is er een aantal hele grote programma's waarin resistentiegenen uit wilde soorten ingekruist worden in bestaande aardappelen."

Beluister het interview:

Artikel:

5 vragen over Phytophthora:

Wat is Phytophthora?

Phytophthora infestans is wereldwijd de meest destructieve ziekte in aardappel. De jaarlijkse schade wordt geschat op € 10 miljard. Naast de financiële schade zorgt de ziekte ook voor lagere voedselopbrengsten. De ziekteverwekker past zich steeds aan en is de afgelopen jaren steeds agressiever geworden en daardoor ook moeilijker te bestrijden.

Wat kun je doen tegen Phytophthora?

In de gangbare aardappelteelt moet er per seizoen 10-15 maal met synthetische fungiciden gespoten worden om het gewas te beschermen. In de biologische teelt worden geen synthetische middelen toegepast. In de bio-aardappelen teelt wordt in een aantal Europese landen koper als bestrijdingsmiddel tegen Phytophthora gespoten. Dit is in Nederland niet toegestaan. Wageningen University & Research doet onderzoek naar een alternatief pakket aan maatregelen zoals lage hoeveelheden koper, resistente rassen, biodiversiteit en groene middelen.

Welke resistente rassen zijn er al?

Op dit moment zijn er zo’n zes aardappelrassen met een zogenaamde enkelvoudige resistentie tegen Phytophthora. Die rassen zijn qua andere eigenschappen zoals kookkwaliteit en opbrengst nog niet optimaal. Daarnaast hebben de rassen slechts één resistentiegen, waardoor het voor Phytophthora relatief eenvoudig is om de resistentie te doorbreken.

Hoe zijn die rassen resistent gemaakt?

De rassen die nu op de markt zijn, hebben hun basis onder andere in het Wageningse onderzoek. Daar zijn tientallen jaren geleden al kruisingen gemaakt tussen wilde aardappelsoorten die resistent zijn tegen Phytophthora en rassen. Door resistente nakomelingen weer te kruisen met goede rassen en die stap een aantal maal te herhalen, konden de onderzoekers aardappelplanten ontwikkelen die én resistent zijn tegen Phytophthora én voldoende goede andere eigenschappen hebben.

Wat zijn de resistente rassen van de (nabije) toekomst?

De resistente rassen van de toekomst hebben een betere resistentie tegen Phytophthora en zijn sneller ontwikkeld dan de huidige resistente rassen. Aardappelveredelaars, ook wel aardappelkwekers genoemd, kunnen tegenwoordig namelijk het DNA van duizenden aardappelplantjes specifiek onderzoeken voor aanwezigheid van resistentiegenen. Daardoor kunnen ze veel sneller dan zo’n tien jaar terug de beste planten selecteren en kunnen ze zien hoe veel resistenties er in de planten zitten. Aan de buitenkant kan je wel zien óf een aardappelplant resistent is, maar niet hoe veel resistenties er in de plant zitten. Juist planten met meer dan één resistentie zijn aantrekkelijk, omdat Phytophthora dan in één klap door meerdere resistenties heen moet breken. Zulke rassen worden daarom ook wel rassen met ‘gestapelde resistentiegenen’ genoemd. Wageningen University & Research ondersteunt de aardappelsector bij de ontwikkeling van biologische en gangbare rassen met gestapelde resistenties en ook goede andere eigenschappen.