Nieuws

Bomen aan den einder, onze bomen en bossen door de eeuwen heen

Gepubliceerd op
18 juli 2017

De herziene versie van deze brochure vertelt de geschiedenis van het nationale bosbeheer. Blikvangers in het Nederlandse landschap, zoals de populier en de knotwilg, en bomen met cultuurhistorische waarde worden besproken. De brochure staat ook stil bij het belang van genetische variatie.

Na de laatste IJstijd migreerden loofbomen vanuit Zuid Europa naar onze streken. De brochure laat de routes zien die eiken na de IJstijd bewandeld hebben. Duizenden jaren lang bestond ons land uit woud met beuk, eik, iep, els, esdoorn en linde als belangrijkste soorten. In de Middeleeuwen werd Holland Holtland genoemd.

Kaalslag

Sindsdien raakte de ontginning van bossen ten bate van landbouw en veeteelt in een stroomversnelling. In de Gouden Eeuw (1602- 1672) resteerde nog maar twee procent van het oorspronkelijke bosareaal. Er moest hout geïmporteerd worden om de bouw van onze handelsvloot te kunnen voortzetten. Gedurende de 19e eeuw werd met herbebossing gestart. De grove den werd massaal aangeplant voor de papierindustrie en om als stutpaal in de mijnbouw te dienen.

Inheemse bomen

In de brochure wordt ingegaan op de niet altijd zekere autochtone aard van, ook oude, populaties. Ook wordt het belang van het in stand houden van  inheemse boomsoorten besproken, en hoe dit in de “Genenbank autochtone bomen en struiken” gerealiseerd is.

Verder, veel leuke weetjes over de gastheerrol van bomen, bomen in geschiedenis en gedichten, iepenziekte, en boomkwekerijen.

Kortom: lees deze brochure!