Opbouw bachelor Biotechnologie

Al direct vanaf het begin van de opleiding wordt duidelijk dat de biotechnologie een heel breed vakgebied is: naast vakken die zich richten op biologische, scheikundige of wiskundige principes heb je meteen veel interdisciplinaire vakken met gerichte toepassingen. Practica omvatten meer dan 25% van het studieprogramma.

Bij de BSc Biotechnologie zijn de verplichte vakken vooral in het begin ingeroosterd. In het tweede jaar wordt al de mogelijkheid geboden om keuzes te maken. Hiermee kun je je BSc de richting geven die jij graag op wilt. Het derde jaar is het jaar met de minste verplichte vakken; er is in dit jaar tijd en ruimte genoeg om vakken te kiezen die jij belangrijk, relevant, leuk en interessant vindt. Meer dan een half jaar kun je geheel vrij kiezen, bijv. als minor! Dit kan zelfs buiten Wageningen. Er is dus veel individuele invulling van je studie mogelijk.

Studielast

De opleiding heeft een driejarige bachelorfase die gevolgd kan worden door een tweejarige masterfase. Een studiejaar bestaat uit zes onderwijsblokken waarin tot twaalf ECTS (Europese studiepunten) behaald kunnen worden. Per jaar kom je op 60 ECTS. Een ECTS komt overeen met 28 studielasturen. Per week studeer je dan gemiddeld 40 uur en dat doe je 42 weken per jaar. De BSc Biotechnologie heeft in de onderwijsweken gemiddeld 25 contacturen.

Bachelor en Master

Sinds tien jaar zijn de oude vijf-jarige programma's bij Wageningen University & Research gesplitst in een drie jarige BSc en een twee jarige MSc fase. Een van de voordelen van deze opzet is de flexibiliteit voor studenten: na de bachelorfase is het mogelijk om - mét een diploma - het hoger onderwijs (tijdelijk) te verlaten. De meeste studenten zullen echter doorstromen in het master of science programma om zich verder te specialiseren. Een vervolgopleiding tot master kun je volgen aan de eigen universiteit. Je kunt er ook voor kiezen om bijvoorbeeld op een andere universiteit een master te gaan doen. Ook heb je de mogelijkeheid om op een universiteit in het buitenland je masteropleiding te volgen.

Na de BSc Biotechnologie ben je altijd toelaatbaar tot de MSc programma's: Biotechnology,  Molecular Life Sciences, Bioinformatics en Plant Biotechnology van Wageningen University & Research.

Engelstalig

Zoals de naam 'bachelor of science' al aangeeft, is veel onderwijs in het Engels. Het eerste jaar worden alle vakken nog in het Nederlands gegeven, maar de meeste boeken zijn al in het Engels. In het tweede en derde derde jaar zullen ook de meeste colleges in het Engels gegeven worden. Dit is logisch omdat Wageningen University & Research een internationale universiteit is met veel buitenlandse (uitwissel-) studenten. Je zult dan ook samen met deze buitenlandse studenten colleges volgen en opdrachten maken.

Je zult merken dat je je het Engels snel eigen maakt, wat alleen maar in je voordeel is. Het contact met buitenlandse studenten is ook zeer blikverruimend. Bovendien gaan veel studenten - in hun MSc- op stage naar het buitenland, waardoor het zeer gemakkelijk is als je een goede kennis van de Engelse taal hebt. Voor banen in het bedijfsleven na een master zijn vaardigheden in het Engels gewoon een must. Overigens hebben alle bachelor of science opleidingen in Wageningen een vergelijkbare opbouw. Op deze manier wordt het mogelijk om bijvoorbeeld vakken van een andere opleiding te volgen.

Minoren

Er bestaat de mogelijkheid voor een minor van 24 studiepunten. Je kunt via de minor de opleiding naar keuze verdiepen of verbreden in Wageningen, of bij een universiteit naar keuze. Als je wilt, zal je bij je keuze door een van de drie studiebegeleiders voor biotechnologie worden geholpen.

Onderwijsvormen

Onderwijsvormen

Verdeling

In de BSc komen tal van onderwijsvormen aan de orde. Hieronder vindt je een beschrijving van een aantal van deze vormen: bij biotechnologie zijn de meeste vakken een mix van diverse onderwijsvormen. Er zijn vrij veel pratica ingeroosterd (meer dan 25%). Verder zijn rond 30% hoorcollege en de rest van de tijd heb je werkcolleges of PGO (=groeps) onderwijs.

Hoorcolleges

In een hoorcollege zit je met zijn allen in de collegebanken en luister je naar de docent. De docent vertelt over de leerstof en sleept je door de moeilijkste passages van je boek of dictaat. Hierbij maak je aantekeningen. Vaak worden de aantekeningen en de presentatie die de docent van tevoren al gemaakt heeft, uitgedeeld. Dit zijn de zogenaamde hand-outs, die daarnaast veelal ook op een speciale onderwijspagina op Internet terug te vinden zijn.

Werkcolleges

Bij werkcolleges werk je in een groep van 20 tot 40 medestudenten en ben je actief met opdrachten bezig. Je werkt dan aan sommen van een vak en hierbij is begeleiding aanwezig. Als je dus op problemen stuit, is er een docent aanwezig die je hier mee kan helpen. De wiskunde vakken in het eerste jaar worden hoofdzakelijk als werkcolleges gegeven.

Practica

Voor sommige vakken zijn er practica. Zoals het woord al zegt, ben je bij practica 'praktisch' bezig. Hierbij kun je denken aan het uitvoeren van chemische proeven op het laboratorium of het bekijken van weefsels in een practicumzaal. Elk jaar in zowel de BSc als de MSc fase van je opleiding zul je met practica te maken krijgen. Bij de BSc Biotechnolgie is het heel normaal om practica te moeten volgen. Er zijn heel veel verschillende vormen van practica: chemische proeven (bv. in het vak "Bioorganische Chemie"), biochemische proeven met enzymen (bv in het vak "Enzymologie"), moleculair biologische proeven (bv. in het vak "Gentechnologie"), maar ook technologische proeven (bv. bij het vak "Proceskunde"). Wat later in de de BSc, en zeker in de MSc-opleiding Biotechnologie, leer je steeds meer techieken te gebruiken, maar je leert ook na te denken over het practisch werk wat een onderzoeker uitvoerd: hoe zet ik een bepaalde proef op? wat wil ik graag te weten komen?

PGO

PGO betekent Probleem Gestuurd Onderwijs of Probleem Gericht Onderwijs. Bij PGO zit je in een groep van vier tot twaalf studenten en een begeleider, waarbij een probleem het uitgangspunt is van het vergaren van kennis en vaardigheden. De groep krijgt een probleem of case voorgelegd, die moet worden opgelost. De kennis wordt verkregen door het oplossen van het probleem. De vaardigheden worden tijdens het proces van oplossen opgedaan, door het verdelen van taken, het vergaderen en discussiëren. Het vak "Celbiologie" in het eerste jaar van de BSc-opleiding Biotechnologie is voor een groot deel gevuld met dit soort onderwijs.

Soms zijn er na de groepsopdrachten presentaties waarin iedere groep zijn resultaten presenteert. Dit is ook belangrijk voor de toekomst: onderzoekers moeten hun onderzoeksvoorstellen en resultaten vaak presenteren aan een groter publiek. Daarbij speelt een rol dat niet iedere aanhoorder zich in jouw vakgebied heeft gespecialiseerd. Dit betekent dat je je resultaten voor iedereen begrijpbaar moet kunnen uitleggen. Hiervoor worden meer dan genoeg oefenmogelijkheden geboden.



Vakken in het eerste jaar

Vakken in het tweede jaar

Vakken in het derde jaar

Terug naar BSc Biotechnologie