Project

Onderzoekspilot natuur en landschapsnorm

De Natuur- & Landschaps- Norm (NLN) is een voorstel voor een nieuwe systematiek voor Natuur- & Landschapsbeheer. Het gaat om een eenvoudige set van zes voorwaarden waaraan bedrijven zouden moeten voldoen. Voor de geleverde maatschappelijke groene/blauwe diensten ontvangen deelnemers een vergoeding.

Eind 2009 is door de Tweede Kamer een amendement aangenomen op basis waarvan het Ministerie van EZ een pilot oefenen met de Natuur- en Landschaps- Norm (NLN) heeft gestart, om kennis en ervaring op te doen voor een mogelijke vergoedingssystematiek van groene en blauwe diensten in het kader van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) vanaf 2014.

Wat houdt het project in?

In het project met de Natuur- en Landschapsnorm werken twintig boeren en tuinders uit de reguliere en de biologische landbouwsector aan het bevorderen van natuur en landschap op hun bedrijf. Ze zaaien bijvoorbeeld bloemen- en kruidenmengsels in langs de randen van akkers, die nuttige insecten aantrekken en voedsel en beschutting bieden voor vogels. Of ze planten bomen aan die passen bij het oorspronkelijke cultuurlandschap.

Wat is het doel van dit project?

Het doel is om via dit meerjarige onderzoeksproject (2011 – 2013) te onderzoeken of de NLN-systematiek een haalbare beleidsoptie is voor vergoeding van maatschappelijke diensten als natuur en landschap in het GLB vanaf 2014. In dat nieuwe Europese beleid wordt geprobeerd om de landbouw nog beter bij te laten dragen aan het beheer en behoud van een aantrekkelijk landschap met een soortenrijk planten- en dierenleven. Het gaat in de pilot niet alleen om de praktische toepassing van de NLN op de bedrijven, maar ook om de economische, beleidsmatig-instrumentele, politiek-bestuurlijke en Europese haalbaarheid. Hieronder vallen eveneens eventuele drempels of belemmeringen in de uitvoering en administratieve lasten.

Wat houdt die Natuur- en Landschapsnorm in?

De boerenbedrijven die meedoen aan het project, moeten zich houden de richtlijnen zoals die zijn vastgelegd in de Natuur- en Landschapsnorm. Deze richtlijnen zien er zo uit:

  • Minimaal 5% van het bedrijfsareaal bestaat uit streekeigen landschapselementen, een oppervlakte die niet als cultuurgrond benut wordt;
  • Er is grote diversiteit aan gewassen, tot uiting komend in een ruime vruchtwisseling voor de akkerbouw en een diverse samenstelling van het grasland in de veehouderij;
  • De ondernemer draagt zorg voor een actief natuurgericht beheer van de landschapselementen;
  • Alle beheersafval (maaisel, takken e.d.) van de landschapselementen wordt in de bedrijfskringloop (incl. energiekringloop) opgenomen;
  • Vogels en andere dieren wordt zoveel mogelijk broed- en schuilgelegenheid geboden;
  • Op het erf krijgt 'groen' veel aandacht door er minimaal 40% van het oppervlak aan te besteden. Het erf wordt op een streekeigen en aantrekkelijke wijze ingericht en beheerd.

Waar komen die richtlijnen vandaan?

PPO, Alterra (beide onderdeel van de Wageningen UR) en het Centrum voor Landbouw en Milieu hebben in samenwerking met het ministerie van EL&I en Bionext de richtlijnen opgesteld. Bij het opstellen van de richtlijnen is gebruik gemaakt van enquêtes onder honderden boeren en tuinders. De richtlijnen zijn zo opgesteld dat ze sectorbreed kunnen worden toegepast in alle gebieden van Nederland.

Beoogd resultaat

Het resultaat is inzicht in de praktische toepasbaarheid van de NLN op landbouwbedrijven, vooral in de witte gebieden.

Wat hebben burgers eraan?

De boeren en tuinders zorgen ervoor dat de aanblik van hun erf en hun landbouwgrond mooier wordt, ze leveren een bijdrage aan het behoud van het cultuurlandschap en ze bevorderen de biodiversiteit op en rond hun bedrijf. Concreet voorbeeld: bijen zijn onmisbaar voor onze voedselproductie. De deelnemers aan dit project weten dat en heten de bijen van harte welkom op hun bedrijf!

Welke boerderijen doen er aan mee?

Op het kaartje van Nederland kunt u bekijken welke boeren en tuinders meedoen aan het project.

Publicaties