Projectbeschrijving AquaVlan

Probleemstelling of uitdaging waar het project op inspeelt

Een mondiale evolutie naar meer aquacultuur ....

De vraag naar vis en aquafood stijgt, zowel mondiaal als regionaal met een gemiddelde stijging van 50-100% tot met 2020. Op dit moment kunnen wij ervan uitgaan dat de mondiale vraag dan ongeveer 70-80 Mio ton zal bedragen. Daartegenover staat een dalende aanvoer van gevangen vis omdat binnen Europa de zeevisserij economisch en ecologisch zwaar onder druk staat. Ook traditionele methoden van extensieve aquacultuur staat onder druk zoals de mosselteelt buitendijks in gebieden zoals de Waddenzee en de Schelde (uitspraak van de Raad van State 2007 over mosselzaadinvang vergunningen). Deze ontwikkelingen brengen met zich mee dat aquacultuur mondiaal maar ook regionaal verder ontwikkeld moet worden.

In het kader van deze ontwikkelingen is het belangrijk dat niet alleen productiemogelijkheden van vis en schelpdieren maar ook afzet, marketing en opleiding mee opgenomen moeten worden om een duurzame ontwikkeling van aquacultuur te waarborgen. De ontwikkeling van een duurzame aquacultuursector, ingepast in een regionale markt- en kennisomgeving, is bijgevolg dé uitdaging van voorliggend project.

.... een uitdaging voor de Grensregio Vlaanderen-Nederland

In de Grensregio Vlaanderen-Nederland leveren de productie, verwerking en handel in vis, schelpdieren en recent ook zilte groenten, een belangrijke bijdrage aan de economie en de voeding. Zowel vanuit consumptief oogpunt (toenemende vraag) en vanuit economisch perspectief (werkgelegenheid), maar ook vanuit historisch perspectief (traditionele kennis en kunde) is het belangrijk dat ook in de toekomst voldoende aanbod van deze producten gewaarborgd blijft. Met het oog op de toekomst dient dit aanbod uiteraard zowel economisch, ecologisch als sociaal verantwoord en duurzaam gerealiseerd te worden. De aquacultuur sector binnen de Grensregio heeft concreet verschillende problemen.

De schelpdiersector heeft door de recente uitspraak van de Nederlandse Raad van State te maken met beperkingen voor het oogsten van mosselzaad, welke noodzakelijk is voor de productie van mosselen. De productie van mosselen in broedhuizen op het land is beperkt door hoge mortaliteit en lage groei. Dit maakt deze manier van mosselzaadproductie economisch niet haalbaar op dit moment.

Visteelt binnen de Grensregio maakt op dit moment vooral gebruik van recirculatiesystemen. Deze technologie is op zich wel duurzaam door laag verbruik van energie en water en lage emissies van nutriënten, maar ook niet zonder problemen. De sector is vooral in Vlaanderen nog niet sterk ontwikkeld en er is een gebrek aan demonstratiemogelijkheden om deze technologie te introduceren.

Ook is het nodig om aandacht te hebben voor een verdere diversificatie van soorten om de afzet van de productie naar regionale streekmarkten te waarborgen. Een keuze voor een nieuwe soort zal dan ook uiteraard veranderingen en adaptaties binnen bestaande recirculatiesystemen eisen. Deze keuze moet verder vanuit de markt onderbouwd worden, volgens het concept van Fork (consument) naar Farm (productie) en niet zoals in het verleden van Farm naar Fork. De markt is dus sturend voor de keuze van een nieuwe soort of productiemanier en niet de producent. Op vandaag is er echter nog maar beperkt inzicht in wat de markt precies wil. De ondernemers die geïnteresseerd zijn om te starten met aquacultuur staan veelal ver van deze markt af en hebben er weinig inzicht in.

Een ander probleem zijn de afvalstromen van deze recirculatiesystemen. Gebrek aan afvalverwerking en het niet hergebruiken van nutriënten zijn een probleem wat de duurzaamheid van deze systemen beperkt. Grondsmaak van vissen uit recirculatiesystemen vormt een ander probleem voor de acceptatie van het product bij de consument en het welzijn van de vissen (wanneer het gaat over de maatregelen ter voorkoming van de grondsmaak). Tot op heden zijn er nog geen technieken beschikbaar om grondsmaak te voorkomen. Vissen moeten aan het eind van de productiecyclus enkele dagen of weken in schoon water zonder voer zwemmen om de grondsmaak kwijt te raken.

Groene zilte teelten zijn als streekproduct geassocieerd met de aquatische productie binnen de Scheldedelta. Traditioneel worden deze zilte groenten, en dan voornamelijk zeeaster (Aster tripolium) en zeekraal (Salicornia europea), in ‘het wild’ gesneden op de Zeeuwse en Picardische schorren. De zilte groenten genieten toenemende bekendheid in de lokale keuken met een stijgende vraag naar deze producten tot gevolg. De wildsnij van deze groenten wordt echter in toenemende mate beperkt met het oog op de bescherming van de zilte vegetatie in kwetsbare gebieden. Daardoor heeft de vraag het aanbod al ingehaald. Er ontstaan kansen voor een volwaardige teelt van deze groenten. Er zijn enkele individuele initiatieven om deze groenten effectief te telen, maar vanuit teelttechnisch oogpunt kunnen nog belangrijke optimalisaties gebeuren die leiden naar grotere productiviteit en oogstzekerheid, in het bijzonder voor de teelten buiten het normale wildsnijseizoen. Ook hier is het nodig om de toegang van Fork naar Farm te realiseren om een duurzame markt voor deze groenten te ontwikkelen.

Om in de Grensregio een levensvatbare aquacultuursector te realiseren is het verder noodzakelijk dat er, naast het ontwikkelen van technische kennis en systemen, voldoende gekwalificeerd personeel en jonge ondernemers zijn vanuit verschillende disciplines. Op dit moment ontbreken deze mensen, wat een echte belemmering voor de ontwikkeling van de sector is. Dit probleem werd aangetoond tijdens een aquacultuur workshop in Enkhuizen (21-4-2008 en 22-4-2008) waarbij de meerderheid van de sectorverantwoordelijken aangaf dat dit één van de hoofdproblemen is voor een sociaal duurzame ontwikkeling van de sector.

Ondersteund door een lokale beleidsvisie

Op 5 juli 2005 werd binnen de vakgroep landbouw van de Scheldemondraad de Beleidsnota Aquacultuur goedgekeurd waarin er duidelijk voor geopteerd wordt de potentialiteit van de regio voor de ontwikkeling van de aquacultuursector te onderzoeken en te ondersteunen. Concreet resultaat van deze beleidsnota was de interregionale themadag aquacultuur op 26 september 2007. Daarnaast werd binnen de Scheldemondregio er duidelijk voor geopteerd prioriteit te geven aan een Interregproject dat tot doel heeft te werken aan een oplossing voor de belangrijkste problemen van de aquafood-sector binnen de Grensregio: markt, productietechniek en opleiding op het gebied van schelpdieren, vissen en zilte groenten.

Voorliggend projectvoorstel is hier het antwoord op. Als resultaat verwachten wij dat praktijkgerichte oplossingen voor deze problemen in de sector gerealiseerd kunnen worden.