Nederland middenmoter in klimaatadaptatiebeleid

Persbericht

Nederland middenmoter in klimaatadaptatiebeleid

Gepubliceerd op
11 november 2015

Nederland staat op een schamele middenpositie als het gaat om het invoeren van beleidsinitiatieven om zich aan te passen aan klimaatverandering. In de periode 2010 – 2014 zijn er weinig veranderingen in initiatieven waargenomen om de kwetsbaarheid voor klimaatverandering te verminderen of kansen te vergroten. Waar toplanden als Portugal, Spanje, VK en de Scandinavische landen de maximale score van 19 behalen, scoort Nederland ‘slechts’ 15 punten. Een internationaal team met onder andere onderzoekers van Wageningen University publiceerde de stand van zaken met de COP21 klimaatconferentie in Parijs in het vooruitzicht deze week in Nature Climate Change.

Tijdens de internationale klimaatonderhandelingen in Parijs (COP21) in december onderhandelen landen niet alleen over het verminderen van klimaatverandering maar ook over klimaatadaptatie: de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Naast het gevoelige thema van wie betaalt, staat ook het opstellen van nationale en internationale klimaatadaptatie strategieën hoog op de agenda. De onderhandelingen beogen meer financiële middelen vrij te maken voor het afstemmen van politieke ambities tussen landen in dezelfde regio, voor het stimuleren van nationale beleidsstrategieën en het vergroten van de uitvoering van klimaatadaptatie in de meest kwetsbare landen.

COP21

Met het oog op COP21 heeft een internationaal onderzoeksteam uitgezocht wat landen de afgelopen jaren al hebben gedaan en vooral ook welke vooruitgang er is geboekt in het nationaal adaptatiebeleid. Dit overzicht is noodzakelijk als referentiepunt voor de onderhandelingen over toekomstige investeringen: wat is er al gebeurd aan klimaatadaptatiebeleid, is er vooruitgang waarneembaar, is dat voldoende en hoe is klimaatbeleid verder te bevorderen? Tot op heden is hier maar weinig systematisch vergelijkend onderzoek naar gedaan.

Het team onderzocht de verandering in klimaatadaptatie initiatieven van 41 landen die zich hebben gecommitteerd aan het Kyoto-protocol en daarover verplicht rapporteerden aan de Verenigde Naties (UNFCCC), en vergeleek het jaar 2014 met 2010.

Meer klimaatinitiatieven

Het onderzoek laat zien dat het aantal gerapporteerde initiatieven steeg van 1457 naar 2772 initiatieven, een toename van 87 procent. De meeste adaptatie-initiatieven zijn vooral gericht op de domeinen water en landbouw, met de sterkste groei in crisismanagement en de energiesector. Een belangrijke groei (139 procent) is ook te zien in het opstellen van formele wet- en regelgeving rondom klimaatadaptatiebeleid – een belangrijke stap om klimaatadaptatie voor langere tijd te verankeren. Echter, de nadruk ligt vooral op het voorbereiden van beleid: het vergaren van kennis via onderzoek en het aftasten van adaptatieopties. Implementatie van beleid en het monitoren en evalueren ervan blijft beperkt. Zorgwekkend is dat de aandacht voor kwetsbare groepen (ouderen, chronisch zieken, kinderen, inheemse bevolkingsgroepen), nog verder is gedaald van 4.67% naar 2.28% van alle gerapporteerde initiatieven.

Middenmoot

Met een Adaptatie Initiatieven Index worden verschillende indicatoren geaggregeerd tot één score. Op basis van deze index blijkt Nederland, met 15 van de mogelijk 19 punten, een middenmoter. In de geanalyseerde periode heeft Nederland – althans op papier – weinig progressie gemaakt. De score blijft beperkt door de sterke focus op klimaatadaptatie in de watersector (onder andere via het Deltaprogramma) en beperkte inspanningen op andere terreinen. De Nederlandse Nationale Adaptatie Strategie – verwacht in 2016 – zal zeer waarschijnlijk een breder spectrum aan adaptatie-initiatieven laten zien.

Hoog scorende landen zijn Portugal, Noorwegen, Zweden, Canada, Spanje en het Verenigd Koninkrijk, alle met de maximale score. Op papier laat Kazachstan de meeste vooruitgang zien, van 3 naar 17 punten. De sterke toename in sommige landen is deels te danken aan de gebruikte onderzoekmethode, die vooral gericht is op spreiding van adaptatie-initiatieven en minder op de daadwerkelijke kwaliteit van de maatregelen. Daarnaast is de methode ongevoelig voor symboolpolitiek. Het onderzoek laat ook een afname in landenscores zien. In Slovenië bijvoorbeeld resulteerden politiek-maatschappelijke veranderingen in het terugschroeven van ambities.

Opvallend is verder dat landen klimaatadaptatie behoorlijk verschillend definiëren. Is adaptatie hetzelfde als ontwikkelingshulp? Is adaptatie vooral risico management? En betekent het omvormen van bijvoorbeeld waterbudget als klimaatadaptatiebudget dat er daadwerkelijk veranderingen plaatsvinden? Verschillende interpretaties bemoeilijken het systematisch analyseren en evalueren van klimaatadaptatiebeleid, en hebben dus ook grote consequentie voor de politieke onderhandelingen tijdens de COP21. Het zal tijdens de COP21 dan ook belangrijk zijn om verder na te denken over hoe adaptatiebeleid en investeringen op een systematische wijze te monitoren en evalueren en welke definities en doelstellingen moeten worden nagestreefd.

Publicatie

Lesnikowski, A., Ford, J.D., Biesbroek, G.R., Berrang-Ford, L. & J. Heymann (2015). National-level progress on adaptation, (Letter) Nature Climate Change, 9 November 2015