Voedingsonderzoek zonder gebruik van dierproeven

Wageningen University & Research wil het aantal proefdieren dat nodig is voor voedingsonderzoek drastisch verlagen en werkt hard aan alternatieven. Op dit moment kunnen wij in voedingsonderzoek al 80% van de dierproeven vervangen. Onze ambitie is om dit percentage te verhogen.

Wij hanteren het principe ‘nee, tenzij’ als het gaat om onderzoek met proefdieren. Dierproeven hebben een beperkte voorspelbaarheid, zijn duur en stuiten op ethische bezwaren. Daarom werken wij al jaren aan methoden en modellen die de werking van cellen, organen en het spijsverteringkanaal nabootsen. Hiermee kunnen we dierproeven in voedingsonderzoek vervangen, verminderen en verfijnen (3-V).

Extra tijd in vooronderzoek

Onze onderzoekers investeren extra tijd in vooronderzoek daar waar wetgeving vraagt om dierproeven of bestaande alternatieven nog net te weinig informatie geven. We bewandelen deze tussenweg bijvoorbeeld bij onderzoek naar de veiligheid van producten afkomstig van genetisch gemodificeerde organismen, of naar de langetermijneffecten van mogelijk kankerverwekkende stoffen. In het vooronderzoek bepalen we dan welke doses van een stof getest moeten worden, en welke niet, en of we bijvoorbeeld naar jonge, oude, mannelijke of vrouwelijke dieren moeten kijken. Zo blijft het aantal dierproeven tot een minimum beperkt.

Slim combineren

Wageningen University & Research ontwikkelt een scala aan alternatieve methoden en modellen voor onderzoek naar de gezondheid, veiligheid en verteerbaarheid van voedingsmiddelen. Door een en ander slim met elkaar te combineren werken we gericht aan de vraagstukken van onze klanten. We bepalen de exacte samenstelling van een voedingsmiddel en onderzoeken via computermodellen of de componenten die erin zitten qua structuur lijken op bekende toxische stoffen of allergenen. Zo kunnen we de effecten van deze componenten voorspellen. We zetten daarnaast labmodellen in die de vertering van voedingsmiddelen en -stoffen in de mond, maag en darm nabootsen. De opname en effecten bestuderen we met gekweekte humane cellen en kunstmatige weefsels: ‘mini-orgaantjes’ - ook wel organoids genoemd - en ‘organs-on-a-chip’. Denk hierbij aan darmcellen op een microscoopglaasje waar we, net als in de darm, vloeistoffen langs laten stromen. Behalve met darmcellen werken we ook met hart-, lever- en zenuwcellen. Voor onze metingen aan cellen en weefsels gebruiken we nauwkeurige en gevoelige technieken die inzicht geven op celniveau: welke genen worden aan- en uitgezet? Welke eiwitten worden aangemaakt? En hoeveel afbraakproducten ontstaan er?

Van mosselen tot voedingsvezels

Wageningen University & Research past deze gecombineerde aanpak al toe voor de bepaling van - door algen gevormde - gifstoffen in mosselen en andere schelp- en schaaldieren. Zo is een verplichte dierproef in de EU, waarbij jaarlijks 300.000 muizen en ratten nodig waren, vervangen door een chemische test. Op eenzelfde wijze onderzoeken we botulisme in ingemaakte voedingsmiddelen en kijken we naar de oorsprong en effecten van stoffen die de hormoonhuishouding van mensen verstoren. Andere voorbeelden zijn studies naar de vertering en opname van eiwitten en peptiden in het lichaam, en naar de effecten van voedingsstoffen op de darmwand. Zo zetten we mini-orgaantjes in om de invloed van onder meer natuurlijke zoetstoffen en bitterstoffen uit groente op de hormoonafgifte in de darm te onderzoeken. Dit geeft een indruk van hoe dergelijke stoffen de bloedsuikerspiegel beïnvloeden. De effecten van voedingsvezels op het immuunsysteem testen we via bloed van menselijke vrijwilligers.

Naar dierproefvrij voedingsonderzoek

Nederland wil internationaal koploper zijn in de overgang naar proefdiervrij onderzoek; in 2025 moeten de meeste dierproeven in ons land vervangen zijn door innovatief onderzoek. Wageningen University & Research levert een belangrijke bijdrage aan deze ontwikkeling. Op dit moment kunnen wij in voedingsonderzoek al 80% van de dierproeven vervangen, door methoden slim met elkaar te combineren. Als het aan ons ligt, gaat dit percentage verder omhoog. Bij Wageningen University & Research blijven we de komende jaren dan ook actief werken aan alternatieven. We laten overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zien dat onze aanpak werkt, zodat dierproeven in voedingsonderzoek straks voorgoed verleden tijd zijn.