Waarom stranden walvissen? 9 mogelijke oorzaken

Waarom stranden walvissen? 9 mogelijke oorzaken

Waarom stranden walvisachtigen zoals potvissen of bultruggen eigenlijk? Zijn ze verdwaald, ziek, is er sprake van domme pech of hebben ze meer structureel last van klimaatverandering? De precieze oorzaak is nog niet bekend, maar marien bioloog Mardik Leopold licht een aantal mogelijke oorzaken toe.

Totale leestijd: 11 minuten

Oorzaak 1: Walvissen verdwalen of hebben gewoon pech

"Potvissen die in de Noordzee stranden zijn vaak jonge mannetjes. De vrouwtjes blijven bij de Azoren hangen, de mannetjes trekken richting de Noordpool. Ze zwerven daar een tijdje rond en komen in de loop van de winter weer terug. Ze gaan eerst bij Noorwegen inktvis eten (die vinden we in de magen) en als ze klaar zijn dan moeten ze om de Britse eilanden heen langs de westkust naar de Azoren terug. Maar dit zijn pubers en die zijn wel eens eigenwijs. Die denken “We moeten naar het zuiden” en zwemmen vervolgens de Noordzee in. Dan komen ze in ondiep water en lopen ze vast op de kust."

Het was een groep van 6 potvissen op Texel en nog 6 in Duitsland. Het kunnen twee verschillende groepen zijn of één supergroep. Een groep van 12 is al een flinke groep potvissen. “Het zou me verbazen als het nog veel meer beesten waren.”, aldus Leopold. “Er zou er een de dans ontsprongen kunnen zijn. Er was nog een melding dat er een potvis bij Petten rondzwom, maar dat kan ook een heel andere soort zijn. Het kan bijv. een bultrug zijn die daar rondzwemt. Bultruggen kunnen wèl heel goed terecht in ondiep water, die kunnen daarmee omgaan.”

Op 11 feb werd nog een potvis ter hoogte van de Doggersbank gezien tijdens een vliegtuigtelling.

Later bleken er nog veel meer potvissen in de Noordzee rond te zwemmen die vervolgens ook strandden (zie Wat is er met de gestrande potvissen aan de hand? Het mysterie van de massastranding van 5 mrt 2016). Uiteindelijk strandden er begin 2016 30 potvissen: de laatste was een rot kadaver dat bij Blåvand, Denemarken werd gevonden.

“Dieren zoals potvissen zijn blind in ondiep water, ze zien niet waar ze zijn. Ze zijn heel diep water gewend en die ondiepe glooiende kust, die zien ze helemaal niet. Ze hebben geen flauw idee dat hier een kust is. Ze zwemmen gewoon blind rond, en opeens liggen ze droog. Dat is gewoon pech. Als ze zand onder hun buik voelen, zijn ze te laat. Het zijn wel beesten van 5, 10 ton, als die eenmaal vastligt en het wordt eb, is het te laat.“

"Op weg naar het zuiden trekken potvissen over het algemeen westelijk langs de Britse Eilanden. Het water waarin ze zwemmen is idealiter zeker enkele honderden meters diep, in dat deel van de Atlantische Oceaan is dat het geval. Er zijn echter altijd eigenwijze pubers die de linkerkant aanhouden en daarmee in de Noordzee belanden. Hoe deze zwerfroutes precies lopen weten we niet, maar de Noordzee werkt als een soort fuik: hij is boven heel breed en wordt verder naar het zuiden steeds smaller en ondieper. Of er veel potvissen zijn die hun fout op tijd doorhebben en alsnog omdraaien weten we niet, wij zien ze vaak pas als ze al zijn gestrand.”

"Potvissen leven normaal in diepe wateren in de Atlantische oceaan, maar deze groep heeft bij hun trek naar het zuiden de ‘verkeerde afslag genomen’ bij de Britse eilanden."

Oorzaak 2: De sonar van walvissen werkt niet goed bij een glooiend aflopende kustlijn

"Potvissen zien de kust niet, ze navigeren met sonar en zenden geluidsgolven uit, net als vleermuizen. Als die ergens tegenaan ketsen dan komt dat terug en horen ze dat. Ze krijgen dan een beeld van de omgeving. Maar bij zo’n glooiende zandkust die verloopt van diep water naar steeds ondieper water en vervolgens naar land, gaat het zo geleidelijk, daar schieten die sonargolven gewoon overheen. Die verdwijnen in de mist. Dus een potvis die hier zwemt, heeft geen flauw idee dat er een kust is. Die merkt dat pas als hij met zijn buik op het zand ligt.”

Oorzaak 3: Walvissen hebben last van de stijgende watertemperatuur in de Noordzee

"De stijgende watertemperatuur van de Noordzee kan een rol spelen. Potvissen migreren naar warmer water in het zuiden door een warme golfstroom te zoeken en daar tegenin te zwemmen. Deze winter was het water van de Noordzee extreem warm voor de tijd van het jaar."

Er is, door de eeuwen heen, gebleken dat er een relatief grote kans is op een stranding van potvissen in jaren die bovengemiddeld warm zijn.

Oorzaak 4: Walvissen hebben last van storm op zee

europa_noordzee_atlantischeoceaan_shutterstock_255697351_650x1000.gif

“De aangespoelde potvissen komen vanuit het brede noordelijke gedeelte van de Noordzee, daar waar de Noordzee heel breed en heel diep is. Als ze daarvandaan naar het zuiden zwemmen, wordt de Noordzee steeds smaller. Als ze dan teveel naar de kant gaan, bijvoorbeeld door de wind gestuwd, dan komen ze in het ondiepe water terecht en dan lopen ze vast."

"In het noordelijke deel van de Noordzee heeft het rond de jaarwisseling flink gespookt. Het kost walvisachtigen veel energie om tegen de enorm hoge golven op te zwemmen. Potvissen kunnen lang onder water blijven, maar moeten toch ademen aan de oppervlakte. Het kan zijn dat ze zich dan mee laten drijven om energie te sparen. Zo kunnen ze van de Noorse trog in het noorden van de Noordzee, waar ze jagen op inktvissen, zuidelijker terechtkomen in het smallere en ondiepere deel ter hoogte van ons land."

Oorzaak 5: Er zijn meer walvissen, dus er zijn ook meer strandingen

"Sinds er niet meer op potvissen gejaagd mag worden, nemen de aantallen toe. Het aantal jonge mannetjes dat wordt gezien in de Atlantische oceaan neemt toe. Omdat er meer zijn, stranden er dus ook meer."

"Zijn bultruggen zeldzaam of bedreigd? Dat is maar hoe je het bekijkt. Tussen 1904 en 1980 schoten alleen al de Russen tweehonderdduizend bultruggen in de zuidelijke Oceanen; in het noorden waren ze toen al bijna op. De bultrug raakte op de rand van uitsterven, maar neemt nu weer langzaam in aantal toe. Tegenwoordig zwemmen er wereldwijd circa vijftigduizend van deze dieren rond. In de noordelijke Atlantische Oceaan leven minder dan tienduizend dieren en de Noordzee is niet hun favoriete gebied. Op hun jaarlijkse noord- en zuidwaartse trek zwemmen ze doorgaans langs de westkant van de Britse Eilanden; slechts een enkeling neemt de afslag Noordzee.

De bultrug die was gestrand op de Razende Bol in december 2012, was een onvolwassen vrouwtje (Johanna).
De bultrug die was gestrand op de Razende Bol in december 2012, was een onvolwassen vrouwtje (Johanna).

De elfde in deze rij was Johanna, de bultrug van de Razende Bol in 2012, die een jong vrouwtje bleek te zijn. Opmerkelijk is, dat tot nu toe alle bultruggen die in de zuidelijke Noordzee dood of stervend werden gevonden, onvolwassen waren. Volwassen dieren, die ook worden gezien, stierven hier voor zover bekend nooit. Bij de meeste langlevende soorten is de sterfte onder jonge, onervaren individuen hoog. Johanna paste dus precies in dit beeld, dat echter nogal leed onder emotionele vertroebeling bij de omstanders.

Er komen er vast nog meer; we kunnen ons daar maar beter op voorbereiden!"

Oorzaak 6: Walvissen zijn gedesoriënteerd door zonnevlekken

"Zonneactiviteit waardoor geladen deeltjes de aard-atmosfeer in schieten verstoort het aardmagnetisch veld. Trekvogels hebben een zintuig dat gebruikmaakt van dit aardmagnetisch veld. Er zijn aanwijzingen dat ook walvisachtigen zo’n zintuig hebben. De zonnecyclus bereikt volgend jaar het maximum, maar deze winter spuwt de zon ook al veel deeltjes uit. Het zou dus kunnen dat walvisachtigen even gedesoriënteerd raken en het smalle deel van de Noordzee in zwemmen."

Oorzaak 7: Walvissen die stranden zijn ziek

Potvissen zwemmen vaak in groepen en wellicht heeft zo’n groep een leider die de route bepaalt. Als zo’n leider ziek is kan deze een fout maken die vervolgens de hele groep treft. Het is echter maar de vraag of er bij de 30 gestrande potvissen van januari 2016 sprake was van één leider, of van meerdere leiders, en of deze dan ziek was of waren.

"Ook bultruggen komen de laatste jaren regelmatig voor in de Noordzee en dit ging gepaard met relatief veel strandingen. Ieder jaar worden er wel 2 of 3 gezien, levend of dood. Normaliter kunnen ze prima overweg met ondiep water, maar als ze ziek zijn of gedesoriënteerd kunnen ze stranden. Vaak is dat echter niet meer te achterhalen, dus dit blijft speculatie."

Oorzaak 8: Walvissen hebben last van herrie

Potvissen hebben, net als andere walvisachtigen, te maken met onderwatergeluid. Ze zijn gevoelig voor hele harde geluiden, zoals die van onderwaterexplosies, gerelateerd aan bijvoorbeeld seismische surveys of het opruimen van oude munitie in zee. Walvissen zwemmen weg voor overmatig geluid, maar er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat er iets speelde in die zin, ten noorden van de Noordzee in januari.

“Potvissen stranden al eeuwenlang in Nederland, ook zonder dat we kabels hadden of aan het heien waren in zee. Het is iets van alle tijden. In die zin kunnen we daar niets aan doen. Het is een natuurfenomeen. Het gebeurt.”

“Ik vraag me sterk af”, aldus Leopold, “of stranding van potvissen te maken heeft met opgelopen gehoorschade bij de leider van de groep, zoals vaak wordt beweerd. Dit is nog nooit aangetoond, het stranden van walvissen is iets van alle tijden.

Oorzaak 9: Het is normaal dat walvissen stranden

Het stranden van potvissen is een normaal fenomeen in Nederland. In tegenstelling tot de bultrug, die pas sinds enkele jaren voor de kust wordt gezien, stranden potvissen al eeuwen op onze kusten. Het online register voor walvisstrandingen bevat 72 gedocumenteerde strandingen van potvissen, waarvan 24 uit de laatste 25 jaar. Maar ook in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw spoelden regelmatig potvissen aan. Dit is te zien op historische afbeeldingen.

In 1577 spoelde een potvis aan bij Saaftinge / Visboek, Adriaen Coenen (Foto: Koninklijke Bibliotheek)
In 1577 spoelde een potvis aan bij Saaftinge / Visboek, Adriaen Coenen (Foto: Koninklijke Bibliotheek)