Rem op aantalstoename grote herbivoren in de Oostvaardersplassen

Nieuws

Rem op aantalstoename grote herbivoren in de Oostvaardersplassen door ganzen

Gepubliceerd op
10 januari 2017

Onderzoek naar de populatiedynamiek van grote herbivoren in de Oostvaarderplassen heeft uitgewezen dat de populaties grote herbivoren daar hun maximum hebben bereikt. Bij de edelherten en de paarden zijn geboorte en sterfte de laatste jaren in balans. De populatie runderen neemt echter geleidelijk af als gevolg van concurrentie met andere herbivoren en ganzen. Hierdoor heeft de vegetatie zich getransformeerd van een divers mozaïek naar grasland. Zo blijkt uit een promotie-onderzoek van Perry Cornelissen.

Instandhouding en herstel van de biodiversiteit zijn belangrijke doelstellingen in het beheer van natuurreservaten. In veel gevallen worden grote herbivoren gebruikt om deze doelen te bereiken, soms op een gecontroleerde manier, maar ook via vrij levende populaties van grote herbivoren die samen met grote predatoren een sleutelrol in de dynamiek van het landschap  spelen (‘rewilding’). Onder invloed van de grote herbivoren zouden parkachtige landschappen met een hoge biodiversiteit kunnen ontstaan. Deze nieuwe vorm van beheer roept regelmatig discussie op, omdat in strenge winters veel dieren door voedseltekort  sterven. In de Oostvaardersplassen wordt daarom een vroeg reactief beheer uitgevoerd om onnodig lijden van dieren te voorkomen. Bij ‘rewilding’ zijn aantalsregulatie of bijvoeren echter geen opties, omdat je daar het natuurlijke proces van begrazing een sleutelrol wilt geven.

Landschap gedomineerd door graslanden

Perry Cornelissen laat met zijn onderzoek zien dat in het begraasde deel van de Oostvaardersplassen het landschap onder invloed van de toenemende aantallen grote herbivoren en ganzen is veranderd van een mozaïek met graslanden, ruigten, riet, struweel en bomen naar een landschap dat gedomineerd wordt door graslanden. Houtige gewassen zijn grotendeels verdwenen. Theoretisch zouden zich in deze graslanden nu doornstruiken of doornstruwelen moeten vestigen, gevolgd door bomen die daartussen veilig kunnen opgroeien. Zolang de aantallen grote herbivoren zo hoog blijven zal dit echter niet gebeuren. “Voor de vestiging van doornstruiken is een sterke reductie in aantallen grazers nodig,” zegt Perry Cornelissen. “Daarbij moeten de aantallen ook enkele jaren zeer laag blijven.” Hij geeft ook aan dat de kansen voor vestiging en groei van doornstruwelen in voedselrijke systemen mogelijk gering zijn omdat de populaties grote herbivoren in deze voedselrijke systemen zeer snel kunnen groeien na een sterke reductie in aantallen als gevolg van bijvoorbeeld een zeer strenge winter. Hierdoor wordt de graasdruk snel weer groot waardoor de gevestigde doornstruiken intensief worden aangepakt en niet als ‘safe-sites’ kunnen dienen voor bomen. Een andere factor die de kansen verkleint is de snelle toename van de bedekking en hoogte van ruigte na een sterke reductie van de aantallen grote herbivoren. Concurrentie om licht bepaalt dan mede het succes van de vestiging van doornstruiken.

Populatieafname van runderen

Perry Cornelissen ontdekte tevens dat de ecologische voorspellingen, die aangaven dat er op een gegeven moment een natuurlijk einde aan de groei van de aantallen grote grazers zou komen, nu bewaarheid lijken te worden. Uit zijn onderzoek blijkt dat de voedselbeschikbaarheid en concurrentie tussen de herbivoren voor een belangrijk deel de grootte en dynamiek van de populaties bepalen. Zo is de concurrentie om voedsel tussen de grote herbivoren onderling maar ook tussen de grote herbivoren en de ganzen  verantwoordelijk voor de populatieafname van de grootste herbivoren in dit systeem, de runderen. Andere herbivoren, en dan met name ganzen, vreten het gras zo kort af dat het voor de runderen te kort wordt om er nog genoeg van op te kunnen nemen. Perry Cornelissen: “Dit leidde tot de vraag of grote herbivoren in afgesloten, kleine, homogene en voedselrijke wetlands wel duurzaam kunnen samenleven. Op basis van mijn studie lijkt ‘resource partitioning’, dus het specifieke gebruik van bepaalde voedselbronnen door bepaalde herbivoren, een beter mechanisme voor duurzaam samenleven is dan periodiek sterke afnames van de populaties als gevolg van variatie in klimatologische extremen, zoals strenge winters. Voor duurzaam samenleven kan dan het beste de heterogeniteit van het systeem worden verhoogd door uitbreiding van het gebied en het verbinden ervan met andere gebieden. Deze vergroting van heterogeniteit en het optreden van ‘resource partitioning’ kan ook tot gevolg hebben dat de grote herbivoren op een andere manier gebruik gaan maken van het gebied en de graasdruk zich niet meer op een enkel gebied concentreert. Hierdoor ontstaan meer kansen voor natuurlijke processen en diversiteit.

Publicatie

Perry Cornelissen: ‘Large herbivores as a driving force of woodland-grassland cycles. The mutual interactions between the population dynamics of large herbivores and vegetation development in a eutrophic wetland