Planten gastheer voor ziekmakende bacteriën uit dierhouderij

Persbericht

Planten gastheer voor ziekmakende bacteriën uit dierhouderij

Gepubliceerd op
3 april 2014

Ziekteverwekkende bacteriën die vanuit de dierhouderij via besmette voedselproducten hun weg naar de mens vinden, doen dit opvallend goed via planten. Dat verklaart waarom in het recente verleden ziekte-uitbraken als gevolg van de EHEC-besmettingen, en besmettingen met andere E.coli en Salmonella-stammen, regelmatig direct verband houden met de consumptie van verse groente. Dat schrijven onderzoekers van Wageningen UR (University & Research centre) in een literatuurstudie naar uitbraken als EHEC.

EHEC-uitbraak in Duitsland

In het voorjaar van 2011 deed zich in Noord-Duitsland de zogeheten EHEC-uitbraak voor. De bron van besmetting met een zeldzame variant van Escherichia coli bleek fenegriek te zijn, een spruitgroente die als decoratie op gerechten in diverse restaurants was gebruikt. Deze uitbraak resulteerde in een aantal sterfgevallen en heeft geleid tot tal van onderzoeken naar het verband tussen deze bacterie en de consumptie van  spruit- en kiemgroenten.

Uit die onderzoeken bleek dat de ziekteverwekkers opvallend goed konden overleven op producten van plantaardige herkomst en dat dus de ‘klassieke’ route van vlees, eieren of zuivelproducten naar de mens moet worden uitgebreid met planten of producten gemaakt van planten. Extra zorgelijk is dat deze ziekmakende bacteriën (‘humaan pathogenen’) zich aanpassen aan planten en hun directe omgeving zonder dat zij het ziekmakende vermogen bij de mens verliezen.

Micro-organismen op planten

Sinds de EHEC-uitbraak zijn bijna 200 studies verschenen naar de oorzaken en de achtergronden daarvan. De Wageningse onderzoekers hebben deze samengevat in een literatuuronderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat sommige ziekteverwekkende bacteriën zich voor langere tijd kunnen vestigen in of op de plant. Dat leidt tot een groter risico op overdracht naar de mens. De onderzoekers verwachten dat de micro-organismen zich zo lang op de planten kunnen handhaven, doordat ze genen hebben overgenomen van andere micro-organismen, die van nature rondom voorkomen in de bodem, in mest of in irrigatiewater. De onderzoekers houden vooral bacteriofagen (virusachtige deeltjes die specifiek bacteriën infecteren) en plasmiden (onafhankelijke stukjes DNA die aanwezig zijn in bacteriën) verantwoordelijk voor de overdracht van die genen naar humaan pathogenen op- en in planten. Verder onderzoek moet daar meer duidelijkheid over geven.

Ontwikkeling nieuwe detectiesystemen

De nu verkregen kennis is belangrijk om vast te kunnen stellen hoe humaan pathogenen zich aanpassen aan planten. Op basis van de overgedragen genen in uitbraakstammen kunnen er nieuwe detectiesystemen worden ontwikkeld. Hiermee kunnen risico’s voor consumenten sneller en beter worden ingeschat en kan er ook nauwkeuriger informatie worden verstrekt tijdens nieuwe uitbraken.