Vangstadvies en visquota 2016: Beheer visstand op Noordzee werkt

Nieuws

Beheer visstand op Noordzee werkt - Vangstadviezen visquota 2016

Gepubliceerd op
1 juli 2015

Het gaat goed met veel visbestanden in de Noordzee, aldus de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES). De voortdurende lage visserij-inspanning op de Noordzee is hier vooral debet aan. De Europese raad van visserijministers stelt eind 2015 de nieuwe vangstquota vast voor 2016. Het advies van ICES speelt daarbij een belangrijke rol.

Schol breekt opnieuw record

Dit jaar geeft ICES voor het eerst een gecombineerd advies voor de Noordzee en het Skagerrak. Op grond van nieuwe wetenschappelijke informatie kunnen beide populaties als één visbestand worden beschouwd. Vanaf 2002 vertoont de scholstand in de Noordzee een sterk stijgende lijn. De stand van volwassen schol wordt nu geschat op 901.694 ton (begin 2015). Hiermee breekt schol opnieuw een record. Sinds 1957, startpunt van de bestandschatting, heeft er nog nooit zo veel schol in de Noordzee geleefd. De belangrijkste verklaring is de visserijdruk, die fors is afgenomen en sinds een aantal jaar lager is dan die waarnaar gestreefd wordt in het beheerplan voor schol en tong. Het beheerplan laat een maximale stijging toe van 15% van het quotum. Dit betekent dat vissers in 2016 maximaal 159.197 ton maatse schol uit de Noordzee en het Skagerrak (het zeegebied tussen Noorwegen en Denemarken) mogen aanlanden.

Tongbestand groeit

De volwassen tongstand bevindt zich sinds de laatste jaren boven het veilige niveau. De visserijdruk op het tongbestand in de Noordzee is sterk afgenomen tot rond het gewenste niveau (maximaal duurzame oogst, MSY). Begin 2015 werd de volwassen tongstand geschat op 41.137 ton. Volgens de meerjarige afspraken in het beheerplan adviseert ICES dat vissers in 2016 maximaal 11.921 ton maatse tong aan wal mogen brengen.

Tarbot- en grietstand stabiel

ICES geeft voor tarbot en griet een advies voor de jaren 2016 én 2017. De tarbotstand is lange tijd erg laag geweest. De langzame groei van het bestand in de afgelopen jaren heeft zich nu gestabiliseerd, maar is wel nog steeds relatief laag. De visserijdruk is toch nog steeds iets te hoog. Het advies is daarom dat vissers in 2016 minder dan 1.925 ton maatse tarbot mogen aanlanden. Dit is een verlaging van 20% ten opzichte van dit jaar. Het bestand van griet lijkt sinds een toename in 2007-2012 wat af te nemen. Voor ieder van deze jaren zouden vissers niet meer dan 2.563 ton griet mogen aanlanden.

Voorzichtige groei kabeljauwstand zet door

Kabeljauw bereikte in 2006 een historisch dieptepunt. Het herstel van de kabeljauwstand verloopt traag, ondanks de sterke beperkingen die aan de visserij zijn opgelegd. Het voorzichtige herstel van het bestand heeft ook dit jaar doorgezet. Het bestand bevindt zich nu voor het eerst in 20 jaar boven het minimum dat nodig is om de voortplanting te borgen, maar is nog niet hersteld naar het gewenste niveau. De toename van het bestand wordt bemoeilijkt door de aanhoudende lage aanwas van jonge kabeljauw. De visserijen in de Noordzee, de Westelijke Skagerrak en in het Kanaal samen zouden op basis van het beheerplan in 2016 maximaal 40.419 ton maatse kabeljauw mogen aanlanden.

Haringbestand gezond

Er leeft ongeveer 2.2 miljoen ton haring in de Noordzee. De aanwas van jonge haring in 2014 was groter dan eerder werd geschat. Hierdoor wordt het bestand groter ingeschat dan vorig jaar. De visserijdruk ligt al sinds 1996 onder het MSY streefniveau. Het advies voor 2016 is gebaseerd op het gezamenlijke beheerplan van de EU en Noorwegen: dit komt neer op aanlandingen van haring van 555.068 ton waarvan 518.242 ton voor menselijke consumptie.

Tabel: bestandsontwikkelingen, totaal toegestane maatse vangsten 2015 en ICES-advies voor 2016 (in duizend ton) voor vissoorten die belangrijk zijn voor Nederlandse visserij.

vangstadvies-2015.JPG

Vaststellen vangstquota

ICES geeft de adviezen in juni zodat de Europese Commissie en de Raad van Visserijministers van de Europese lidstaten zo vroeg mogelijk kunnen starten met het voorbereiden van de besluitvorming over de vangstmogelijkheden voor 2016. De Europese Commissie bespreekt de adviezen met de visserijsector en maatschappelijke organisaties. In december maakt de Europese Commissie voor een aantal gezamenlijk beheerde bestanden vangstafspraken met Noorwegen. Aan het eind van het jaar stelt de Raad van Visserijministers de toegestane vangsten voor 2016 vast.