Grote variatie tussen stikstof en fosfaatvoordeel op Koeien & Kansen-bedrijven

Nieuws

Grote variatie tussen stikstof en fosfaat voordeel op Koeien & Kansen-bedrijven

Gepubliceerd op
18 april 2016

Uit berekeningen met de KringloopWijzer blijkt dat de Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 gemiddeld 8% minder stikstof en 7% minder fosfaat dan de forfaitaire productienormen produceren. Het voordeel is wel lager dan in 2014, omdat de forfaitaire productienormen in 2015 zijn verlaagd. Er is tussen de bedrijven een grotere variatie in KringloopWijzervoordeel voor stikstof en fosfaat. Bij de introductie van de fosfaatrechten per 1 januari 2017 is een groot voordeel mogelijk gunstig bij de bepaling van het maximaal aantal koeien dat op een bedrijf aanwezig mag zijn.

Lagere forfaitaire normen

In 2015 zijn door het ministerie van Economische Zaken de forfaitaire productienormen voor stikstof en fosfaat verlaagd. Ten opzichte van 2014 is de productienorm van stikstof voor melkkoeien met bijna 1% verlaagd en voor fosfaat met ongeveer 6%. Dit percentage is afhankelijk van de melkproductie. Door deze verlaging was het voor de Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 moeilijker om met de KringloopWijzer een lagere productie van stikstof en fosfaat te hebben dan de forfaitaire productienormen. De lagere productie dan de forfaitaire productienorm duiden we ook wel aan als het "KringloopWijzervoordeel" bij productie van stikstof of fosfaat. In 2014 was de stikstofproductie, berekend met de KringloopWijzer, 9% lager dan forfaitair en de fosfaatproductie 14% lager dan forfaitair. Door de lagere forfaitaire productienormen is in 2015 het KringloopWijzervoordeel van 2014 niet gehaald.

KringloopWijzervoordeel stikstof

Figuur 1: KringloopWijzervoordeel stikstofproductie ten opzichte van forfaitaire productienormen Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 (%)
Figuur 1: KringloopWijzervoordeel stikstofproductie ten opzichte van forfaitaire productienormen Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 (%)

Figuur 1 laat zien dat KringloopWijzervoordeel voor stikstofproductie in 2015 gemiddeld 8% is op de Koeien & Kansen-bedrijven. In 2014 was het gemiddelde voordeel , met een iets andere samenstelling van de groep bedrijven, nog 9%. Vanwege de 1% lagere forfaitaire productienorm is de prestatie in absolute zin dus vergelijkbaar met die van 2014. Tussen de bedrijven zit een grote variatie: Bedrijf 6 heeft een KringloopWijzervoordeel voor stikstofproductie van 17% en op bedrijf 11 laat de KringloopWijzer een nadeel zien, namelijk een hogere productie dan de forfaitaire productienorm zien.

KringloopWijzervoordeel fosfaat

Omdat per 1 januari 2017 fosfaatrechten van kracht worden en een lage fosfaatproductie meer ontwikkelingsruimte kan betekenen, is een groot KringloopWijzervoordeel voor fosfaatproductie belangrijk. Figuur 2 laat zien dat de Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 een gemiddeld voordeel hadden van 7% bij het gebruik van de KringloopWijzer ten opzichte van toepassen van forfaitaire productienormen. In 2014 was dit voordeel gemiddeld 14%. Vanwege de 6% lagere forfaitaire productienormen is het voordeel behoorlijk afgenomen.

Figuur 2: KringloopWijzervoordeel fosfaatproductie ten opzichte van forfaitaire productienormen Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 (%)
Figuur 2: KringloopWijzervoordeel fosfaatproductie ten opzichte van forfaitaire productienormen Koeien & Kansen-bedrijven in 2015 (%)

Figuur 2 laat zien dat de variatie in KringloopWijzervoordeel voor fosfaat erg groot is. Bedrijf 7 realiseert in 2015 een voordeel van 22%, terwijl bedrijf 11 een nadeel van 24% heeft bij het berekenen van de productie via de KringloopWijzer. Naast bedrijf 11 hebben ook bedrijf 1 en bedrijf 4 een nadeel bij het berekenen van de fosfaatproductie met de KringloopWijzer ten opzichte van gebruik van de forfaitaire productienormen. Op bedrijf 5 en 10 is de forfaitaire productie van fosfaat gelijk aan de productie berekend met de KringloopWijzer. De overige 11 bedrijven hebben bij toepassen van de KringloopWijzer wel voordeel door een lagere fosfaatproductie ten opzichte van de forfaitaire productienorm.

Efficiënt omgaan met fosfaat

Om binnen het nieuwe stelsel van fosfaatrechten, ruimte voor extra koeien te hebben is efficiënt omgaan met fosfaat belangrijk. Een kengetal dat kan helpen om te zien of het bedrijf efficiënt is, is de hoeveelheid geproduceerde melk per kg fosfaatproductie (geleverde melk per jaar gedeeld door productie van fosfaat bepaald met de KringloopWijzer). Figuur 3 laat de geproduceerde hoeveelheid melk per kg fo

Figuur 3: Geproduceerde melk per kg fosfaatproductie door de Koeien & Kansen-bedrijven in 2015
Figuur 3: Geproduceerde melk per kg fosfaatproductie door de Koeien & Kansen-bedrijven in 2015

Figuur 3 laat zien dat gemiddeld op een Koeien & Kansenbedrijf in 2015 ongeveer 170 kg melk per kg geproduceerde fosfaat (berekend met de KringloopWijzer) is geleverd. Bedrijf 12 die een KringloopWijzervoordeel heeft van 17% bij fosfaatproductie, haalt de hoogste melkproductie per kg fosfaatproductie (bijna 225 kg melk). Dit terwijl bedrijf 11 met een KringloopWijzernadeel van 24% bij fosfaatproductie, een melkproductie per kg fosfaatproductie haalt van minder dan 125 kg melk. Efficiënt omgaan met fosfaat kan dus mogelijk 100 kg melk per kg fosfaatproductie meer betekenen ten opzichte van een lage fosfaatefficiëntie.

De variatie in kilogrammen melk per kilgrammen fosfaatproductie kan onder andere worden veroorzaakt door de rantsoensamenstelling, de hoogte van de melkproductie en de jongveebezetting. Bedrijf 12 heeft bijvoorbeeld bijna 100% gras en graskuil in het ruwvoerrantsoen (gras bevat veel P), een melkproductie van ongeveer 7500 kg/koe en 7 stuks jongvee per 10 melkkoeien. Bedrijf 13 voert veel maïs (50% maïs in het ruwvoerrantsoen dat weinig P bevat) met een melkproductie van ongeveer 10.000 kg melk/koe en heeft slechts 5 stuks jongvee per 10 melkkoeien.

Gehalten in voer

Figuur 4: Fosforgehalten krachtvoer en graskuil Koeien & Kansen-bedrijven in 2015
Figuur 4: Fosforgehalten krachtvoer en graskuil Koeien & Kansen-bedrijven in 2015

Naast de rantsoensamenstelling, de hoeveelheid jongvee en de melkproductie per koe speelt de samenstelling van de voedermiddelen zelf ook een belangrijke rol om een KringloopWijzervoordeel te halen en veel melk per kg fosfaatproductie te leveren. Met een laag fosforgehalte in de voedermiddelen zal de fosfaatproductie lager zijn en het KringloopWijzervoordeel groter. Ter illustratie zijn in figuur 4 de fosforgehalten van krachtvoer en graskuil van de Koeien & Kansenbedrijven in 2015 weergegeven. De figuur laat zien dat er een grote variatie in P-gehalte van krachtvoer is. Bedrijf 9 heeft een P-gehalte van 5,4 g P/kg krachtvoer, terwijl in het krachtvoer van bedrijf 3 slechts 2,9 g P/kg zit. Het P-gehalte van krachtvoer hangt mede af van het eiwitgehalte: hoe hoger het eiwitgehalte, hoe meer P er in zit.

Bij graskuil is de variatie minder groot dan bij krachtvoer. Toch zijn er wel verschillen. Het P-gehalte van graskuil op bedrijf 10 is 4,6 g per kg ds graskuil en op bedrijf 7 is dit 3,4 g per kg ds.

Ruimte voor groter KringloopWijzervoordeel

Met 7% KringloopWijzervoordeel voor fosfaatproductie hebben de Koeien & Kansen-bedrijven gemiddeld  in 2015 een behoorlijk voordeel ten opzichte van de forfaitaire productienormen gehaald. Toch lijkt er gezien de grote variatie in melk per kilogrammen fosfaatproductie en gezien de variatie in P-gehalten van voer meer voordeel mogelijk. Voor Koeien & Kansen-bedrijven in 2017 is het een mooie uitdaging om nog efficiënter te werken. Dat betaalt zich mogelijk uit in meer ruimte om koeien te houden binnen de fosfaatrechten.