Makreel

Nieuws

Makreelbestand groot, gezond en ‘onderbevist’

Gepubliceerd op
29 juli 2014

IJMUIDEN – Het Noordoost-Atlantische makreelbestand is groter en gezonder dan de wetenschappers dachten. Er zwemt zo’n 5 miljoen ton makreel in onze wateren. De visserijdruk daalt al sinds 2003, en de makreel kan nu zelfs ‘onderbevist’ worden genoemd. Onderzoeker Thomas Brunel van IMARES Wageningen UR over de nieuwe methode om de grootte van het makreelbestand te schatten en nieuwe ontwikkelingen in het nog immer uitdijende bestand.

De methode en de gegevens die wetenschappers van ICES gebruikten om de grootte van het makreelbestand in het Noordoost-Atlantisch zeegebied te schatten zijn geëvalueerd. Voor dit zogenoemde ‘benchmark assessment’ hebben wetenschappers van de Europese Unie en de landen die op dit makreelbestand vissen zes maanden uitgetrokken. De vorige methode dateerde van 2007 en kende een aantal zwakke punten, zowel waar het het gebrek aan data betreft als de berekeningsmethodes. Dit leidde tot steeds grotere problemen met de jaren, totdat uiteindelijk vorig jaar werd besloten om die methode niet meer te gebruiken.

De nieuwe methode is gebaseerd op modernere rekensoftware en meer informatiebronnen. Beiden verbeteren de betrouwbaarheid van de schattingen. In aanvulling op de makreelei-survey, die al in het verleden werd gebruikt, worden nieuwe surveydata gebruikt voor de talrijkheid van jonge vis (bottom trawl survey op de westelijke continentale platen) en voor de talrijkheid van volwassen vis (pelagische trawl survey in de Noorse Zee). Het assessment van makreel maakt nu ook gebruikt van terugmeldingen uit Noorwegen van vissen met ‘tags’. Die blijken bruikbaar om te compenseren voor de slechte kwaliteit van informatie over commerciële vangsten in de jaren voor  het jaar 2000.

Het nieuwe assessmentmodel geeft een nieuw perspectief op de geschiedenis van het makreelbestand en de huidige toestand. Allereerst: het bestand lijkt groter dan eerder werd geschat (zie figuur 1). Wetenschappers wisten al eerder dat de vorige methode een te lage schatting gaf. Hier werd ook op gewezen door de visserijvloot. Dankzij het gebruik van alle nieuwe gegevens geeft de nieuwe methode een realistischere  schatting.

Huidige vangst geen bedreiging

Het volwassen bestand wordt nu geschat op tussen 2 miljoen ton in de late jaren negentig en net na de millenniumwisseling, en op 5 miljoen ton in de laatste jaren. Bij het vorige assessment lag de grootte tussen 1,6 miljoen ton en 3 miljoen ton maximaal (zie figuur 1). Daarbij geeft het nieuwe assessment aan dat de visserijdruk sinds 2003 constant daalt, en dat het bestand nu onderbevist wordt (zie figuur 2). Het vorige model liet een toegenomen visserijsterfte zien sinds 2010 en overexploitatie van het bestand. Dit betekent dat, ondanks de gestegen vangsten in recente jaren, het huidige exploitatieniveau geen bedreiging is voor het makreelbestand.

ICES heeft recentelijk een nieuw vangstadvies voor 2014 gegeven, de nieuwe bestandschattingen in aanmerking genomen. Het wetenschappelijk advies is nu een vangst tussen 928.000 en 1 miljoen ton. Echter, de ‘managers’ hadden hun quota al vastgesteld: bij elkaar 1,35 miljoen ton. De kuststaten  EU, Noorwegen en de Faeroer hebben met elkaar afgesproken iets meer dan 1 miljoen ton te vangen dit jaar, Rusland en Groenland elk 100.000 ton, en IJsland stelde zijn eigen quotum zelf in op bijna 150.000 ton.

Het huidige ICES-advies is gebaseerd op het lange termijn-beheerplan dat in 2008 door de landen is aangenomen. Met de nieuwe kijk op het bestand is dit beheerplan nog steeds veilig voor het bestand, maar resulteert het niet meer in optimale vangsten. Daarom werkt ICES nu verder met de stakeholders aan aanpassing van dit plan, wat in het najaar van 2014 klaar moet zijn.

Makreel wordt kleiner

Het beheer van de makreel staat voor nieuwe uitdagingen, vanwege de continue uitbreiding van de verspreiding van de makreel in de zomermaanden. De nieuwste wetenschappelijke waarnemingen geven aan dat, na uitbreiding richting IJsland in 2008, de makreel nu zo ver trekt als Groenland en Spitsbergen. Ook zijn veranderingen in verspreiding en migratie vastgesteld bij paaiende makreel in het voorjaar. Paaien vindt een maand eerder plaats dan in het verleden, en strekt zich verder noordelijker en westelijker uit.

Wetenschappers hebben nog geen harde bewijzen, maar vermoeden dat deze veranderingen veroorzaakt worden door een combinatie van veranderingen in het milieu, zoals stijgende temperatuur, en de effecten van een zeer groot bestand, waarvan de vis verder weg moet trekken om competitie met elkaar te vermijden. Die concurrentie met elkaar om voedsel zou ook een verklaring kunnen zijn dat de afmetingen van de individuele makrelen kleiner worden.

Meer onderzoek is nodig naar de ecologie van makreel, en nieuw onderzoek samen met de pelagische industrie staat op stapel. Meer kennis van de oorzaken van de veranderingen in het makreelbestand, en hoe permanent of hoe tijdelijk die kunnen zijn, helpt de betrokkenen bij het maken van de juiste beslissingen in het beheer van de makreel.’’ 

Er is meer makreel in de Noordoost-Atlantische wateren, maar ze worden de laatste jaren wel kleiner.

Zowel in het oude als nieuwe model daalt de visserijsterfte sinds 2003, maar het oude model liet weer toegenomen visserijsterfte zien vanaf 2010. Fmsy is de visserijsterfte bij MSY (Maximale Duurzame Oogst).

Grafieken visstanden.png

Figuur 1: Het paaibestand volgens de nieuwe methode (rode lijn) en de oude methode (zwarte lijn).

Thomas Brunel (37) komt uit Frankrijk, waar hij Visserijwetenschap studeerde en een proefschrift schreef over recruitment bij vis en klimaatverandering. Hij werkt bij IMARES sinds 2007. Op dit moment is Brunel lid van de ICES Assesment Group voor wijsverspreide visbestanden (WGWIDE), waar hij verantwoordelijk is voor het assessment van de Noordoost-Atlantische makreel.