Museumonderzoek wijst uit: wilde bijen mede achteruitgegaan door gebrek aan bloemen

Nieuws

Museumonderzoek wijst uit: wilde bijen mede achteruitgegaan door gebrek aan bloemen

Gepubliceerd op
25 november 2014

Uit onderzoek van stuifmeel van bijen uit museumcollecties blijkt dat het verlies aan bloemen in het landschap wel eens een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van wilde bijensoorten zou kunnen zijn. Dit werd al langer vermoed, maar tot op heden ontbrak hiervoor het bewijs. Dat bewijs is nu geleverd aan de hand van museumcollecties.

Foto: Goudpootzandbij (Andrena chrysosceles

De achteruitgang van wilde bijen wordt vaak toegeschreven aan de achteruitgang van het landschap, in die zin dat er steeds minder bloeiende planten voorkomen en de bijen dus minder voedsel kunnen verzamelen. Alterra-onderzoeker Jeroen Scheper heeft samen met collega’s van onder andere de universiteiten van Wageningen, Leiden en Nijmegen het stuifmeel van bijen in museumcollecties onderzocht. Aan de hand hiervan konden zij bepalen welk planten door die ‘historische’ bijen (van vòòr 1950) als waardplant werden gebruikt. Zij onderzochten daarbij 57 bijensoorten.

Relatie waardplanten en bijensoorten

“Uit ons onderzoek bleek een duidelijke relatie tussen het voorkomen van bijensoorten en hun waardplanten,” zegt Jeroen Scheper in een toelichting op het onderzoek dat zojuist is verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS. “De populatietrend van waardplanten bepaalt voor een belangrijk deel de populatietrend van de bijbehorende bijensoorten. De voorkeursplanten van achteruitgaande bijensoorten zijn in de loop der tijd ook achteruitgegaan, en de voorkeursplanten van vooruitgaande bijensoorten zijn juist vooruitgegaan. Bijensoorten die vliegen op plantenfamilies waartoe onze landbouwgewassen behoren doen het relatief goed, terwijl soorten die het vooral van wilde plantensoorten moeten hebben achteruitgaan. Dat past precies in de trend die wij hebben geconstateerd.”

Periode en lichaamsgrootte spelen ook een rol

Bijensoorten die vroeg in het seizoen actief zijn doen het relatief beter dan soorten die later actief worden. Dit komt waarschijnlijk doordat het bloemaanbod in het huidige agrarische landschap in Nederland in het voorjaar nog meevalt, maar dat dat later in het seizoen, vanaf juli, beperkt is. Ook de lichaamsgrootte van de bijen bleek een rol te spelen. Jeroen Scheper: “Grotere soorten zijn harder achteruitgegaan dan kleinere soorten. Wellicht omdat zij meer voedsel nodig hebben en dus afhankelijk zijn van een groter bloemaanbod.”

Verschillende soorten waardplanten nodig

Om de achteruitgang van de bijen te keren, zijn we er niet met het inzaaien van standaard bloemenmengsels, zoals nu veel gebeurt. “Dat biedt slechts soelaas aan een beperkt deel van de Nederlandse bijensoorten.” Volgens de auteurs zijn gerichte maatregelen nodig om de beschikbaarheid van de voorkeurswaardplanten van de verschillende soorten in het landschap te bevorderen.