Onderzoekers voorspellen meer schimmelgifstoffen in mais vanwege klimaatverandering

Nieuws

Onderzoekers voorspellen meer schimmelgifstoffen in mais vanwege klimaatverandering

Gepubliceerd op
10 november 2016

De mondiale temperatuurstijging leidt tot een toename van de schimmelgifstof aflatoxine B1 die in mais kan voorkomen. Dat blijkt uit een voorspellend onderzoek van RIKILT Wageningen University & Research tezamen met Italiaanse onderzoekers. Aflatoxine B1 (mycotoxine) wordt gevormd door een schimmel die in planten, waaronder mais, groeit en heeft de hoogste acute en chronische toxiciteit van alle mycotoxinen. De schimmelgroei op planten en aflatoxine vorming wordt in grote mate bepaald door weersomstandigheden.

Klimaatverandering opkomend risico

Klimaatverandering wordt vaak genoemd als oorzaak van wereldwijd opkomende veiligheidsrisico's van voedsel en voeder. De mogelijke verhoging van de gehaltes aflatoxinen leidt tot grote bezorgdheid. Reden voor RIKILT om nader onderzoek te doen.

De onderzoekers hebben op basis van verschillende temperatuurscenario’s  voorspellingen gedaan over de verontreiniging van maïs met aflatoxine in de komende 100 jaar. In de scenario’s werd rekening gehouden met een temperatuurstijging van 2 °C  en 5°C. Hierbij werd gebruik gemaakt van een modelaanpak. Europa werd opgedeeld in meer dan 2000 vierhoeken van 50 x 50 km. Per vierhoek werden de klimaatgegevens van het centrale punt gebruikt. Deze gegevens werden gekoppeld aan een voorspellend model voor aflatoxine.

Gif in mais

Temperatuurstijging van 2 graden meest waarschijnlijk

De conclusie op basis van de model aanpak luidt dat, vooral bij een temperatuurstijging van 2 °C, aflatoxine B1 in mais een probleem voor de voedselveiligheid gaat vormen in Europa. In de rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) wordt vastgesteld dat het scenario met een temperatuurstijging van 2 °C de komende jaren het waarschijnlijkste is. Bij het scenario een temperatuurstijging van 5°C werden minder problemen verwacht.

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Europese voedselautoriteit (EFSA) en de resultaten helpen om het beleid te bepalen bij aflatoxineregulatie om te voorkomen dat mensen en dieren te veel aflatoxine innemen.