Verbod op zwanendriften heeft weinig gevolgen voor populatie-ontwikkeling

Nieuws

Verbod op zwanendriften heeft weinig gevolgen voor populatie-ontwikkeling

Gepubliceerd op
16 maart 2016

Zwanendriften, het vangen van wilde zwanen om ze te houden als kooivogel, of voor bijvoorbeeld dons of veren, is een oud recht dat in de Middeleeuwen was voorbehouden aan de edelen. In Nederland kwam de praktijk tot voor kort nog sporadisch voor, maar wordt, mede onder druk van dierenrechtenorganisaties, binnenkort verboden. Het ministerie van EZ vroeg Alterra om de ecologische gevolgen hiervan in beeld te brengen.

Het houden van (geleewiekte) knobbelzwanen in gevangenschap was alleen toegestaan met een ontheffing van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Zo’n ontheffing kan echter niet meer worden afgegeven. Voor het houden van geregistreerde knobbelzwanen met een gesloten pootring geldt een vrijstelling Flora- en Faunawet. In Nederland waren nog twee zwanendrifters actief, en zij vingen - naar eigen opgave - zo’n 3500 tot 5200 jonge vogels per jaar. De ontheffing hiervoor is echter ingetrokken. Nu zwanendriften helemaal verboden wordt, is de vraag wat de gevolgen zijn van die extra aanwas aan jonge vogels, die dus niet meer weggevangen worden. Groeit de populatie navenant, neemt de schade aan landbouwgewassen navenant toe?

“De ontwikkeling van de zwanenpopulatie in het Groene Hart, het gebied waar aan zwanendriften wordt gedaan, wijkt niet veel af van de trend elders,” zegt Alterra-onderzoeker Alex Schotman. “Volgens tellingen van Sovon zitten er gemiddeld zo’n 3700 knobbelzwanen in het gebied, waarvan een kwart tot de helft jongen voortbrengt. Deze omvang van de bestaande populatie is ongeveer gelijk aan de draagkracht van het gebied. Bij een verbod op het zwanendriften valt dus geen sterke toename van het aantal zwanen te verwachten.”

Zwanen zijn territoriale vogels en in een gebied waar de draagkracht bereikt is zullen de broedende zwanen andere zwanen uit de buurt houden zodatzich geen groepen niet broedende zwanen kunnen vestigen. Zulke groepen veroorzaken de meeste schade. Zonder aanvullende maatregelen om de zwanenpopulatie in het gebied binnen de perken te houden zal de nieuwe aanwas naar elders migreren. Of de zwanenpopulatie daar wel of niet in aantal zal toenemen hangt af van de vraag welke natuurlijke en niet-natuurlijke mechanismen voor aantalsregulatie in dat gebied plaatsvinden.

Zwanen eten van nature waterplanten, maar zij versmaden gras niet. Zeker als de voedselvoorraad in het water onvoldoende is, veroorzaken zij vraatschade op de omringende weilanden. De schade die de zwanen aanbrengen is echter beperkt. In 2015 was dat in heel Nederland in totaal zo’n 73.000 euro. “Het zwanendriftgebied in het Groene Hart week niet van dit beeld af, en er is geen reden om te veronderstellen dat de schade na het stoppen van de zwanendrift zal toenemen,” zegt Alex Schotman. “Het gebied zit immers al min of meer op vol.”

Publicatie

Download het rapport Ecologische gevolgen van het stoppen met zwanendrift