Impact of farmer field schools and rainforest alliance in smallholder tea production

Project

Impact of farmer field schools and rainforest alliance in smallholder tea production

Om theeboeren meer kennis over theeteelt bij te brengen, loopt er in Kenia een groot project met zogenoemde farmer field schools. Impactevaluaties van het LEI tonen het succes van het project, waaraan ook Unilever meedoet. Het begon met een proef met 121 theeboeren. Uiteindelijk volgen 96.000 theeboeren een training.

In een gebied in het midden van Kenia verbouwen ongeveer een half miljoen boeren thee. Vroeger vertelden landbouwvoorlichters aan boeren hoe ze hun gewassen het beste konden telen. In 2006 ging echter een pilot van start met 121 boeren in farmer field schools. In groepen van 30 kwamen de boeren een jaar lang elke twee weken enkele uren samen. Ze leerden op een goede manier wieden, snoeien en kunstmest gebruiken, en in een boekhouding bijhouden hoeveel mest ze bijvoorbeeld gebruikten en hoe groot de oogst was.

De pilot werd opgezet door de Kenya Tea Development Agency (KTDA) en Unilever (Lipton) met als doelen duurzame landbouw, een betere theekwaliteit en Rainforest Alliance-certificering voor natuur- en milieubehoud en duurzame arbeid. Sinds 2010 doet IDH Sustainable Trade Initiative in Nederland mee aan de publiek-private samenwerking met KTDA en Unilever. Het LEI is op basis van zijn methodologische kennis en onafhankelijkheid gevraagd om de impact van deze samenwerking te evalueren.

Na deze evaluaties door het LEI, werd het project uitgebreid van 744 boeren in 2007, naar 18.000 boeren in 2012 en uiteindelijk naar 96.000 in 2015. Uiteindelijk hebben alle theeboeren in het gebied baat bij het project. “Er is een spillover-effect. Wanneer 20% van de boeren worden getraind, gaat naar schatting 80 tot 90% professioneler en efficiënter werken omdat ze nieuwe toepassingen van buren en familie leren”, zegt Yuca Waarts, onderzoeker van het LEI.

De getrainde boeren besteden minder geld aan arbeid, legt Waarts uit. “Ook zie je dat ze eerder fabrieksadviezen opvolgen en de kennis uit de training en hun boekhouding gebruiken voor het nemen van besluiten.” Verder doen getrainde boeren vaker aan inkomensdiversificatie door naast thee andere gewassen te verbouwen of kippen te houden. Waarts: “Dat is belangrijk vanwege de fluctuatie in de wereldmarktprijs voor thee, die theeboeren direct in hun portemonnee voelen.”

Er zijn veel studies gedaan naar de effectiviteit van farmer field schools. In 2014 heeft 3ie, de International Initiative for Impact Evaluation, deze studies vergeleken. De studie van het LEI is beoordeeld als een van de weinige studies die methodologisch goed in elkaar zitten. “We zijn heel blij met die erkenning. En het is natuurlijk mooi dat op basis van jouw onderzoek nu ineens bijna 100.000 boeren getraind worden”, aldus Waarts.

Foto: Sabine Hiller
Foto: Sabine Hiller
Foto: Sabine Hiller
Foto: Sabine Hiller
Foto: André de Jager
Foto: André de Jager