Project

Quinoa teeltonderzoek

Over het telen van quinoa in Europa is nog nauwelijks iets bekend. Daarom zijn onderzoekers van Wageningen UR in april 2014 gestart met teeltonderzoek aan quinoa. In het onderzoek worden verschillende quinoarassen vergeleken die specifiek zijn veredeld voor de teelt in Noord-Europa. Kenmerken als ziekteresistentie, optimale zaaitijdtijd, opbrengst en kwaliteit worden getoetst.

Wereldwijd is er steeds meer vraag naar quinoa, dat in Nederland ook wel bekend is als gierstmelde. Het gewas wordt vooral geteeld in Bolivia en de Peruaanse Andes maar kan ook goed kan groeien in Europa. Wageningen UR ontwikkelde aan het begin van deze eeuw drie rassen, die geschikt zijn om in Nederland te verbouwen. Deze drie rassen worden nu getest en vergeleken op drie proeflocaties van Wageningen UR.

Oogstijdstip, gewasbescherming en onkruidbestrijding

Er is nog weinig bekend over de juiste teeltmethode en oogstwijze van quinoa. Begin april en begin mei 2014 is de quinoa ingezaaid om te achterhalen hoe de rassen op deze zaaitijden reageren.

Over de gewasbeschermingsmogelijkheden bij quinoa is ook nog niet veel kennis. Binnen het project wordt de werking van verschillende fungiciden en herbiciden getest. De bestrijding van onkruid is lastig, omdat quinoa nauw verwant is aan het onkruid melganzenvoet. Ook zijn er nog geen gewasbeschermingsmiddelen toegelaten en kan de bestrijding alleen gebeuren via schoffelen en hakken. Bij het zoeken naar herbiciden die in de toekomst bij de teelt van quinoa gebruikt kunnen worden wordt in eerste instantie gekeken naar bestaande herbiciden die geen (goede) werking hebben op melganzenvoet.

Opbrengst

Begin september wordt de quinoa geoogst en per ras en zaaitijdstip de opbrengst en het eiwitgehalte bepaald. Eind 2014 worden de resultaten gepresenteerd.