kuikentje

Dossier

Alternatieven voor doden eendagshaantjes

In Nederland worden jaarlijks ca. 40 miljoen eendagshaantjes van legrassen gedood, omdat zij geen bestemming hebben in de pluimveevleesproductie. Het doden van deze haantjes roept maatschappelijke weerstand op. Er is dus vraag naar alternatieven voor deze praktijk. Wageningen Livestock Research onderzocht deze alternatieven en de wenselijkheid daarvan.

Gespecialiseerde legkippen maken haantjes van legrassen overbodig

De eieren die wij eten worden geproduceerd door legkippen. Deze kippen zijn speciaal gefokt op hun eigenschappen om zo efficiënt mogelijk voedingsstoffen om te zetten in eiproductie. Zij verschillen duidelijk van vleeskippen. Legkippen zijn smal en rank en optimaal gebouwd voor het leggen van eieren, terwijl vleeskippen juist veel gespierder zijn en goed zijn in het efficiënt omzetten van voedingsstoffen naar vlees. Legkippen komen zelf natuurlijk ook uit een ei. Om legkippen te krijgen worden bevruchte eieren van een leghenras uitgebroed. Maar daarvan geeft natuurlijk de helft een haankuiken en de andere helft een henkuiken De haantjes kan de pluimveehouderij echter niet gebruiken, omdat zij uiteraard geen eieren leggen en ze zeer weinig bevleesd zijn.

Doden van eendagshaantjes

De bevruchte eieren voor de productie van de toekomstige leghennen worden door een broederij in drie weken uitgebroed. Alle kuikentjes worden op hun eerste levensdag handmatig geselecteerd aan de hand van de lengte van de veerpennen. De hennen worden verder opgefokt tot leghennen. De haantjes worden gedood. Jaarlijks worden in Nederland circa 40 miljoen zogenaamde eendagshaantjes gedood. In de Europese Unie zijn dat naar schatting 300 miljoen dieren. Het doden van de haantjes vindt in Nederland plaats door bedwelming met kooldioxidegas (CO2). De dieren raken bedwelmd en vervolgens treedt de dood in binnen 1 minuut na blootstelling aan het gas. Elders in Europa worden ook andere gassen (bijv. argon) of andere dodingsmethoden gebruikt. Zo worden in Engeland de dieren in een shredder binnen een fractie van een seconde vermalen. De Nederlandse methode maakt de dode maar intacte dieren bruikbaar als voederdier. Circa 95% van de haantjes gaat naar dierentuindieren en particulieren als voeding voor reptielen, roofvogels en ook wel katten, deels in en deels buiten Nederland. In sommige landen worden niet alle haantjes gedood, maar wordt een deel van de haantjes op het erf gehouden om later geslacht te worden. In enkele Aziatische landen worden eendagshaantjes gegeten als snack.

Zoektocht naar alternatieven

Het doden van zulke grote aantallen eendagshaantjes roept grote maatschappelijke weerstand op. In opdracht van het ministerie van EZ is Wageningen University & Research al lang bezig met onderzoek naar alternatieven voor het doden van eendagshaantjes. Een aantal alternatieven zijn:

  • De Combikip: dieren die én eieren leggen én behoorlijk vlees produceren, zodat haantjes bruikbaar zijn als vleeskip. Wenselijk, maar lastig haalbaar op grote schaal. Kostprijs en milieubelasting worden dan veel hoger, omdat dieren meer voer nodig hebben, langzamer groeien dan huidige vleeskippen en minder eieren leggen dan huidige legkippen.
  • De eieren seksen voor het uitbroeden. In dit stadium bevatten bevruchte eieren nog niet een ontwikkeld embryo maar wel een klompje ongedifferentieerde cellen. Onmogelijk bij kippen. Als het geslacht van het ei kan worden bepaald aan factoren die je kunt meten aan een ei of aan een monster van de eidooier dan zou dit kunnen. Publicaties in de literatuur suggereerden dat dit zo is bij kwartels. Ons onderzoek heeft laten zien dat dit bij de kip niet zo is.
  • Stimuleren leggen van meer vrouwelijke (minder mannelijke) eieren. Het onderzoek heeft getoond dat het mogelijk is om hennen zo te behandelen dat ze minder mannelijke eieren leggen. Echter, de behandelingen zijn alleen bedoeld voor onderzoek en kunnen niet in de praktijk worden gebruikt. Deze methode wordt alleen bruikbaar als een manier wordt gevonden die praktisch uitvoerbaar is en niet het welzijn, gezondheid en productiviteit van de hennen schaadt.
  • Bevruchte eieren na twee weken uitselecteren. Niet wenselijk, lastig haalbaar. In een bevrucht ei ontwikkelt zich pas een embryo als het ei wordt bebroed. Na twee weken kun je een monster van het ei nemen en embryo’s van haantjes en hennetjes onderscheiden. Haan embryo’s zou je dan kunnen doden voordat het ei uitkomt. Hierdoor moeten haantjes nog steeds gedood worden, een week eerder dan nu het geval is bij eendagshaantjes.
  • Bevruchte eieren selecteren direct na het leggen, maar nu met gebruikmaking van een genetisch gemodificeerde kip met een merker gen op het ‘Z’ geslachtschromosoom. Dat dit in principe mogelijk is, is al in andere landen aangetoond. Doordat een onbebroed mannelijk ei onder blauw licht een heel klein lichtimpulsje laat zien, kunnen mannelijke onbebroede eieren mogelijk automatisch eenvoudig worden uitgeselecteerd. Deze eieren hoeven dan niet te worden uitgebroed. De onderzoekers willen eerst aantonen dat een dergelijke methode geen effecten heeft op de gezondheid en het welzijn van de kippen. De dieren en eieren van dit onderzoek komen niet in de voedselketen en worden gedood zodra het onderzoek is afgerond. Daarna is het noodzakelijk om een maatschappelijke discussie te voeren en te verkennen of zulke kippen ook gewenst zijn. Als deze methode in de toekomst geaccepteerd en gebruikt zou worden dan zou hiermee het doden van ca 300 miljoen eendagshaantjes voorkomen kunnen worden. Het maken van genetisch gemodificeerde dieren is wettelijk niet toegestaan tenzij ontheffing wordt gegeven en die ontheffing is niet verkregen.

Niets doen; de huidige praktijk van het doden accepteren. In kaart is gebracht wat de gevolgen zijn. Hoe zit het met het nuttig gebruik van de gedode eendagskuikens. Het is een gewaardeerde voeding voor dierentuindieren. Als er geen eendagskuikens meer beschikbaar zijn moeten dierentuinen naar een alternatief op zoek. Deze aspecten zijn in kaart gebracht en in een rapport beschreven De afzetmarkt voor eendagshaantjes in beeld.

Onderzoek

Wageningen Livestock Research voerde in opdracht van het Ministerie van EZ onderzoek uit naar het effect van omgevingsfactoren op de uitkomst van eieren.

Het kunnen selecteren van vrouwelijke eieren voordat een ei bebroed wordt blijft het meest ideaal, het feit dat er wel verschillen zijn gevonden suggereert mogelijkheden, maar de huidige bevindingen zijn nog niet bruikbaar. Het seksen van bebroede eieren op bijvoorbeeld dag 9 of 10 is zeker mogelijk, maar onderzoek moet aanwijzen of snelle en goedkope toepassing op praktijkschaal mogelijk is. Het onderzoek heeft getoond dat het mogelijk is om hennen zo te behandelen dat ze minder mannelijke eieren leggen. Echter, de nu gebruikte behandelingen zijn alleen bedoeld voor onderzoek en kunnen niet in de praktijk worden gebruikt. Methoden die gebruik maken van genetische modificatie worden momenteel niet verder onderzocht vanwege onvoldoende acceptatie uit de samenleving en politiek. Voor de morele vragen worden ethische afwegingen gemaakt. Een echte oplossing vereist technieken die het doden van eendagshaantjes of bebroede eieren vermijden.


Afgerond project:

Links

Ministerie van EZ

LTO vakgroep pluimveehouderij

Nederlandse vakbond pluimveehouders 

Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie

Dutch Poultry Centre

Bureau Genetisch Gemodificeerde Organismen

Besluit biotechnologie bij dieren 

Roslin Institute, University of Edinburgh