Nieuws

Herinzaai grasland onder dekvrucht

Gepubliceerd op
2 juli 2012

Op de lichte zandgrond van De Marke is blijvend grasland ondanks secuur management elke 6 à 7 jaar aan vernieuwing toe. Om mineralenverliezen te beperken moet herinzaai in het voorjaar plaatsvinden. De start van nieuw ingezaaid gras verloopt in het voorjaar vaak matig. Onkruid krijgt snel de overhand en we missen gauw anderhalve snede gras. De Marke gebruikt jarenlange ervaringen uit het vruchtwisselingsysteem met inzaaien van grasland na een bouwlandperiode nu bij herinzaai van blijvend grasland. De resultaten zijn goed en de werkwijze is toepasbaar op Praktijkbedrijven.

Herinzaai van grasland in wisselbouw

Op het grootste gedeelte van het areaal van De Marke wordt een wisselbouwsysteem toegepast. Na een graslandfase van drie jaar volgt een bouwlandfase van drie jaar. Doel van dit systeem is mineralen goed te benutten en het organische stofgehalte op bouwland op peil te houden. Een moeilijk moment is de wisseling van bouwland naar grasland. Wanneer moet het gras ingezaaid worden: direct na de oogst van de maïs of in het voorjaar? Bij de inzaai van gras direct na de maïsoogst ontwikkelt de grasmat eigenlijkte traag om uitspoeling van nitraat voldoende te beperken. Daarom zaaien we eerst een vanggewas onder de maïs dat zich sterker ontwikkelt dan gras en zaaien we de nieuwe graszode in het voorjaar.

Inzaaien van gras in het voorjaar op lichte zandgrond geeft vaak problemen. Er is een grote kans op een trage start van het gras waardoor het onkruid ruimte krijgt en onkruidbestrijding noodzakelijk is. Dit geeft weer een open zode en remt de grasgroei, wat uiteindelijk 1 à 2 sneden opbrengst kost. De slechte start van de graslandperiode en de ontstane ‘schade’ is niet zomaar te herstellen. Aanleiding voor De Marke om op zoek te gaan naar een ander systeem om de start van de graslandfase te verbeteren.

In één jaar zomergerst in juli…
In één jaar zomergerst in juli…
en gras in augustus op hetzelfde perceel.
en gras in augustus op hetzelfde perceel.

Gerst als laatste bouwlandgewas en tevens dekvrucht voor gras

In het laatste jaar van de bouwlandfase wordt het (maïs)land half maart geploegd, dierlijke mest aangewend en het land zo vlak mogelijk gemaakt. Dan wordt zomergerst gezaaid met gras en klaver. Door de snelle opkomst en begingroei van de gerst krijgt het onkruid geen kans zich te ontwikkelen, maar kunnen gras en de klaver wel rustig kiemen. De gerst biedt beschutting voor de jonge gras- en klaverplantjes en gaat verdrukking door onkruid tegen. 

Gerst kan als gehele plantensilage (GPS) worden geoogst of worden gedorst waarbij de korrel en het stro apart worden geoogst. Het dorsen gebeurt dan in het deegrijpstadium. Na malen en toevoegen van propionzuur wordt de korrel ingekuild. Door dit aan het basisrantsoen van het melkvee toe te voegen, sparen we krachtvoer uit. Het stro dient als voer of als strooisel voor pot- en afkalfstal. Als de ontwikkeling van gerst traag is en de korrelopbrengst en -kwaliteit achterblijven, maaien we het gewas in het half deegrijpstadium en maken we GPS. Ook bij een krappe ruwvoervoorraad, maken we GPS.

Direct na de gerstoogst wordt met de zodenbemester dierlijke mest aangewend. De graszode is stevig en de grond goed bezakt. Dat scheelt kunstmest. De eerste snede wordt vrij snel gemaaid om klein onkruid en resten van stro af te voeren. Dit gaat als voer in de pinkenkuil. In het najaar ontstaat nog een tweede snede van goede kwaliteit. Het jaar daarna (eerste jaar grasland) is het grasland in het voorjaar goed berijdbaar en te beweiden en levert het meteen een goede opbrengst. Al met al combineert dit systeem een veilige start van het grasland (zonder chemische onkruidbestrijding) met een bevredigende voederopbrengst in het wisseljaar. Cruciaal in dit systeem is het goed aanslaan van het gras- en klaverzaad in het voorjaar en de weersomstandigheden na de oogst van de gerst. Omdat op De Marke het gras alleen moet groeien van dierlijke mest is de weersafhankelijkheid groot. Het succes van het systeem is daardoor het ene jaar beter dan het andere jaar.

Ervaringen met gerst als dekvrucht toepassen in blijvend grasland

Op De Marke is ook blijvend grasland aanwezig. Op de lichte zandgrond van De Marke is het blijvend grasland elke 6 à 7 jaar aan vernieuwing toe. Ook hier vindt herinzaai in het voorjaar plaats. De problemen met deze herinzaai zijn dezelfde als bij voorjaarsgrasinzaai na bouwland. Daarom wordt ook op blijvend gras gewerkt met graszaai onder een dekvrucht (zomergerst). De ervaringen zijn dezelfde als bij inzaai in het vruchtwisselingssyteem. Het ‘tussenjaar’ legt een goede basis voor een nieuwe periode blijvend grasland. Nadeel van dit systeem is wel dat een kweekbestrijding in het voorjaar niet goed mogelijk is en dat het grasland in dit tussenjaar geregistreerd wordt als bouwland. Dit moet wel passen binnen de derogatie.

Andere dekvruchten

Om dit bezwaar op te lossen is het ook mogelijk om gerst niet als hoofdgewas te telen, maar puur als dekvrucht. Een kleine hoeveelheid zaaizaad volstaat dan en de eerste snede is licht en wordt vroeg afgemaaid en ingekuild samen met de gerst. Naast gerst kunnen ook andere gewassen als dekvrucht fungeren. Het gewas moet sterk kiemen en de bodem snel bedekken zonder het gras er onder weg te drukken. Op De Marke is dit jaar ervaring opgedaan met Japanse haver en vorig jaar met Westerwoldsraaigras.

Pasgekiemd gras, Japanse haver als dekvrucht
Pasgekiemd gras, Japanse haver als dekvrucht

Ook ontwikkelingen in de maïsveredeling kunnen oplossingen bieden. Er zijn nieuwe maïsrassen die al voor half september worden geoogst: zogenaamde KKM-rassen (Kort groeiseizoen Krachtvoer Maïs). Een vroege oogst geeft de mogelijkheid om eerder in het najaar gras te zaaien waardoor de slagingskans en de mineralenopname groter wordt. Mogelijk is de maïsopbrengst iets lager, maar daar staat een probleemloze grasinzaai of een succesvol vanggewas tegenover. De Marke doet dit jaar voor het eerst ervaring op met een KKM-ras. Hiermee leggen we voor half september een basis voor drie jaar grasland.

Betekenis voor de praktijk

Herinzaai onder een dekvrucht vergroot de kans op een goede zodevorming, het uitsparen van onkruidbestrijding en een goede benutting van stikstof. De experimenten op De Marke met herinzaai van blijvend grasland onder dekvrucht zijn veelbelovend en krijgen zeker een vervolg. Ook op praktijkbedrijven op lichte zandgrond is dit systeem toepasbaar en de moeite waard om een te proberen.