Nieuws

Met ontwikkelingsplanologie naar een duurzame veehouderij

Gepubliceerd op
21 oktober 2013

De toekomst van de intensieve veehouderij staat in Nederland al jaren ter discussie. Voor de voorstanders is de Nederlandse veehouderij een hoogwaardige en duurzame economische sector, die vooral de ruimte moet krijgen om te ontwikkelen en te innoveren. Voor de tegenstanders is het juist een ongewenste vervuilende sector met vooral afzichtelijke megastallen, dierenleed, stankoverlast, milieuvervuiling en zelfs een gevaar voor de volksgezondheid. Alterra, Livestock Research en het LEI (alle drie onderdeel van Wageningen UR) onderzochten hoe overheden in de praktijk met deze tegenstellingen om kunnen gaan. De resultaten zijn, in de vorm van 18 concrete aanbevelingen, vastgelegd in een brochure.

De maatschappelijke tegenstellingen komen vooral tot uiting als bedrijven plannen maken voor verdergaande bedrijfsontwikkeling, waarbij een meestal onbedoelde polarisatie met omwonenden kan ontstaan, patstellingen, juridische procedures en ernstige verstoring van sociale relaties. Voor veel gemeenten en provincies is de intensieve veehouderij een belangrijke economische bedrijfstak, die constant in ontwikkeling is en de overheid vraagt om meer ruimte. Tegelijkertijd verwachten burgers en maatschappelijke organisaties van de overheid dat zij strenge voorwaarden stelt aan deze ontwikkeling in termen van milieubelasting, stankoverlast, risico’s voor de volksgezondheid, landschappelijke inpassing en dierenwelzijn. Dit heeft geleid tot een groeiend stelsel van wet- en regelgeving waarin de vergunningverlening van veehouderijbedrijven moet voldoen aan allerlei sectorale voorwaarden (toetsingsplanologie). In de praktijk leidt dit enerzijds tot frustraties bij innovatieve veehouders die moeten voldoen aan allerlei, soms tegenstrijdige regelgeving en anderzijds ook tot frustraties bij burgers en maatschappelijke organisaties die zien dat ondanks deze regels soms zeer ongewenste situaties kunnen ontstaan. Ontwikkelingsplanologie kan een manier zijn om uit deze impasse te komen. Ontwikkelingsplanologie gaat uit van een duurzaam perspectief: hoe kan een veehouderijbedrijf zich zo duurzaam mogelijk ontwikkelen in een bepaalde omgeving?

Gemeenten en provincies kunnen deze ontwikkeling stimuleren door in hun beleid en regelgeving meer ruimte te bieden aan bedrijven die zich daadwerkelijk duurzaam willen ontwikkelen. Dit vraagt ook om ondernemers die zelf in dialoog gaan met hun omgeving. 

In hun brochure schetsen de onderzoekers de mogelijkheden voor provincies en gemeenten om via ontwikkelingsplanologie een bijdrage te leveren aan de verduurzaming van de veehouderij in Nederland. Daarbij spelen ook de rijksoverheid, de veehouders zelf, burgers en allerlei maatschappelijke organisaties een grote rol. Voor gemeenten hebben de onderzoekers zes concrete aanbevelingen uit hun onderzoek gedestilleerd, voor provincies acht en voor de rijksoverheid vier.

Klik hier voor de brochure ‘Met ontwikkelingsplanologie naar een duurzame veehouderij’ door Jaap van Os, Martien Bokma-Bakker (Livestock Research), Wiebren Kuindersma, Trond Selnes (LEI) en Edo Gies.