Mogelijkheden vastleggen koolstof in Nederlandse landbouw en natuur

Nieuws

Mogelijkheden vastleggen koolstof in Nederlandse landbouw en natuur

Gepubliceerd op
26 maart 2013

Koolstofvastlegging in landgebruik wordt ook voor Nederland belangrijker en misschien zelfs verplicht. Vastleggen van CO2 speelt ook een belangrijke rol in de vergroening van het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB). Het onderzoek van Alterra geeft inzicht in de potentiële koolstofvastlegging en koolstofverliezen als gevolg van veranderingen in landgebruik en de potentiële koolstofvastlegging door specifieke maatregelen in landbouw.

Uit de literatuurstudie blijkt dat niet één maatregel maar een mix van maatregelen het meest effectief is om bodemkoolstofopslag te verbeteren. 'Best practices' zijn: weinig omploegen, terugbrengen van gewasresten in de bodem, dierlijke mest toedienen, geschikte gewasrotaties en bodemleven stimuleren. Theoretisch zou 5 Mton CO2 additioneel via maatregelen in de landbouw te realiseren zijn, via vermijden van verliezen (o.a. tegengaan scheuren grasland, waterbeheer op veengronden) en via vastlegging van koolstof in landbouwbodems door maatregelen (o.a. betere rotaties, minder ploegen en aanvoer van extra koolstof naar de bodem).

CO2 emissie uit Nederlandse bodems

De totale voorraad koolstof in de bodem in Nederland wordt geschat op 357 Mton.  De onderzoekers hebben dit bepaald op basis van een nieuwe stratificatie van bodemdata uit de Landelijke Steekproef Kartering (LSK) database.

De bodemkoolstofvoorraden zijn niet gelijk verdeeld over landgebruik en bodemtype; op zandgronden is de koolstofvoorraad hoger onder grasland vergeleken met bos en natuur, terwijl op veengronden en de meeste kleigronden juist onder bos en natuur de hoogste koolstofvoorraad ligt.

De emissies bij veranderingen van landgebruik zoals omzetting van grasland naar akkerland en urbanisatie van akkerland en vice versa lijken elkaar te compenseren. De totale netto CO2-emissie uit minerale bodems in Nederland ligt rond de nul, zoals Nederland nu ook naar de UNFCCC rapporteert  Veengronden hebben  wel een hoge emissie, maar deze zijn niet verder in deze studie meegenomen.

Koolstof vastleggen in landbouwgronden

In overleg met het ministerie van EZ is de koolstofvastlegging van zeven maatregelen in meer detail uitgewerkt, namelijk niet-kerende grondbewerking, geen grondbewerking, vanggewas/groenbemester, gewasrotatie verbeteren, gewasresten achterlaten, akkerrandenbeheer en het niet scheuren van grasland.

Niet-kerende grondbewerking en verbeterde gewasrotaties hebben de grootste potentie voor koolstofvastlegging. Echter kosten en landbouwkundige beperkingen zorgen ervoor dat het realistische potentieel veel lager is. De maximaal haalbare koolstofvastlegging in de Nederlandse landbouw kan ongeveer 1 Mton CO2 per jaar zijn; 5,5% van de huidige emissies uit de sector landbouw. Dit lijkt niet veel, maar het is wel even veel als 40% van de huidige koolstofvastlegging in bossen. Koolstofvastlegging in de bodem kan dus zeker helpen om emissies uit de landbouw te verminderen.

In het voorstel voor het GLB na 2013 zijn een aantal verplichte vergroeningsmaatregelen opgenomen: gewasdiversificatie, permanent grasland bescherming en het toekennen van ecological focus areas. Deze drie maatregelen kunnen zorgen voor additionele koolstofvastlegging en dragen daarmee bij aan klimaat- en milieudoelstellingen.

Koolstofvoorraden in natuur

CO2 kan ook in natuur worden vastgelegd. Niet alleen in bossen, maar ook in andere natuurtypen. Vochtige bossen hebben de grootste koolstofvoorraad per hectare, maar de grootste bodemkoolstofvoorraad ligt onder natuurlijke schraalgraslanden en rietmoeras. Voor de meeste natuurtypen (behalve in bossen) is de koolstofvoorraad ondergronds vele malen hoger dan de voorraad bovengronds.

Meer details in het Alterra-rapport 2396: ‘Mogelijkheden voor koolstofvastlegging in de Nederlandse landbouw en natuur’ door Jan Peter Lesschen, Hanneke Heesmans, Janet Mol-Dijkstra, Anne van Doorn, Eric Verkaik, Isabel van den Wyngaert en Peter Kuikman, januari 2013.