Op groene schoolpleinen wordt minder gepest

Persbericht

Op groene schoolpleinen wordt minder gepest

Gepubliceerd op
29 november 2013

Gezien het belang van natuur voor kinderen lijkt het logisch dat ‘groene’ schoolpleinen, zeker in veelal groen-arme krachtwijken, een positief effect hebben op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Dit was echter nog nooit serieus onderzocht. Recent onderzoek van Alterra toont nu aan dat dit lijkt te kloppen. Er zijn positieve effecten gevonden op het sociale klimaat van deze pleinen. Maar uit het onderzoek blijkt ook dat vergroening van schoolpleinen in krachtwijken niet eenvoudig is. Het moet zorgvuldig gebeuren, anders kan er zelfs sprake zijn van een averechts effect.

Het ministerie van Economische Zaken en de gemeente Rotterdam hebben samen de groene herinrichting van 12 schoolpleinen in Rotterdam gefinancierd in de periode 2009 – 2011. Dit vloeide voort uit het convenant ‘Groen en krachtwijken’. Beide partijen wilden graag weten of de veronderstelde positieve effecten van zo’n herinrichting ook daadwerkelijk optreden. Dat is op 4 scholen onderzocht door Alterra. Een groene herinrichting betekende doorgaans niet alleen meer ‘gebruiks’groen op het plein, maar ook meer variatie in speelmogelijkheden. Mede hierdoor kan het plein aantrekkelijker worden voor de kinderen. Als een plein aantrekkelijker werd gevonden, verbeterde het sociale klimaat: kinderen waren aardiger voor elkaar en er werd minder ruzie gemaakt. Op termijn gingen de succesvolle groene herinrichtingen ook gepaard met een verbetering van het welzijn van leerlingen.

Groen schoolplein
Groen schoolplein

De mogelijkheden die de vergroening van schoolpleinen kan bieden zijn onder andere interessant in het licht van de huidige maatschappelijke belangstelling voor het (tegengaan van) pesten. Het is echter wel zaak dat de vergroening op een zorgvuldige en deskundige wijze plaatsvindt. Wanneer dit niet gebeurt is er weinig, of zelfs averechts effect. Bijvoorbeeld als gewaardeerde speelmogelijkheden sneuvelen in het nieuwe plan, of als door bezuinigingen een deel van het plan niet uitgevoerd kan worden zoals de deelnemers hadden beoogd, of als de deelnemers hun eigen inbreng onvoldoende terugzien in het eindresultaat.