Nieuws

Waarom huiskatten kleinere hersenen hebben

Gepubliceerd op
27 september 2022

Tamme katten hebben kleinere hersenen dan hun wilde voorouders. Kleinere hersenen gebruiken minder energie, waardoor katten meer energie over houden voor organen die dat nodig hebben. En internationale groep onderzoekers suggereert in het wetenschappelijk tijdschrift Integrative Biology dat gedomesticeerde katten deze energie gebruiken om hun darmlengte te vergroten en zo hun spijsverteringsstelsel aan te passen aan de menselijke omgeving.

Dat gedomesticeerde wilde dieren zoals varkens, katten en honden relatief kleinere hersenen hebben dan hun wilde voorouders is bekend. Dit is onderdeel van het ‘domestic syndrome’, samen met kortere snuiten en hangoren. Wetenschappers van over de hele wereld weten nog steeds niet wat de oorzaak is van het krimpen van de kattenhersenen tijdens domesticatie.

Katten veranderen hun dieet

In het wetenschappelijk tijdschrift Integrative Biology bespreekt een internationale groep onderzoekers dat katten hun dieet hebben aangepast van knaagdieren en vogels naar een koolhydraatrijker type voeding, bijvoorbeeld broodkorstjes. ‘Om dit soort voedsel te kunnen verteren hebben katten langer de tijd nodig, en dus een langer darmstelsel’, zegt Alexander Kotrschal van Wageningen University & Research.

Kotrschal en zijn collega’s identificeren twee processen, die al dan niet met elkaar verbonden zijn. Ten eerste: het is mogelijk dat katten een langere darm hebben ontwikkeld om hun veranderde dieet beter te kunnen verteren. Om deze verandering te bewerkstelligen zou energie van de hersenen naar het spijsverteringssysteem geleid zijn, hetgeen de relatief kleinere hersenen van tamme katten zou verklaren.

Het tweede proces: de omgeving van gedomesticeerde katten, waarin voedsel vrij beschikbaar is, zorgt voor minder selectiedruk op basis van hersenomvang. Tamme katten hoeven niet zo slim te zijn als hun voorouders om te kunnen overleven. Hierdoor kunnen tamme katten hun energie investeren daar waar ze het harder nodig hebben: de darmen.

Darmlengte versus hersenomvang

Er wordt al langere tijd een relatie tussen de darmen en de hersenen verondersteld, en deze is ook door onderzoek vastgesteld. In 2013 pastten Kotrschal en zijn collega’s kunstmatige selectie toe op verschillende generaties guppies op basis van hersenomvang. Ze ontdekten dat het ontwikkelen van grotere hersenen een kortere darm tot gevolg had en vice versa. Dit wat het eerste bewijs dat de groei van de hersenen ten koste gaat van de omvang van de darmen. Soortgelijke processen zouden kunnen plaatsvinden tijdens domesticatie.

Kotrschal: ‘Tamme katten hebben hun hersenen minder hard nodig om de eenvoudige reden dat zij geen voedsel hoeven te zoeken. Hierdoor is de selectiedruk op basis van hersenomvang minder.’