Nieuws

Private wildlife-industrie in Zuid-Afrika is niet duurzaam en leidt tot 'groene apartheid'

Gepubliceerd op
29 september 2022

In Zuid-Afrika zijn wildlife bedrijven die zich richten op toerisme, vastgoed ontwikkeling en wildvlees verwelkomd als krachtige katalysatoren voor werkgelegenheid en duurzame groei. Op basis van een grootschalig project gefinancierd door NWO zijn onderzoekers van Wageningen University & Research tot de conclusie gekomen dat de wildlife-industrie in de praktijk niet alleen strijdig is met duurzaamheid maar ook grote sociale ongelijkheid in stand houdt. Sterker nog, de industrie zorgt vaak voor nog grotere ongelijkheid, iets wat door onderzoekers 'groene apartheid' wordt genoemd.

Exclusief voor de (voornamelijk witte) elite

In de afgelopen vijf jaar hebben prof. Bram Büscher, dr. Lerato Thakholi en dr. Stasja Koot, onderzoekers aan het departement Sociology of Development and Change van Wageningen University & Research, onderzoek gedaan naar de snel groeiende wildlife-industrie in Zuid-Afrika. Ze hebben zich daarbij gericht op de private en publieke wildlife-industrie rondom het Kruger National Park, dat algemeen wordt gezien als het centrum van de wildlife-industrie van het land. Hun conclusies liegen er niet om. "Nieuwe vormen van toerisme en andere economische activiteiten rond wildlife, zoals 'wildlife estates' waar mensen in luxueuze, omheinde landgoederen samenleven met wilde dieren, worden vaak gepresenteerd als goed voor de economie, goed voor de biodiversiteit en goed voor de armoedebestrijding, terwijl het tegendeel waar is", aldus Bram Büscher.

Wat is het probleem? Allereerst zijn de historische patronen van landbezit en de op apartheid gebaseerde arbeidsverhoudingen nauwelijks veranderd door de groei van de wildlife-industrie rondom het Krugerpark en in andere delen van Zuid-Afrika. Dit heeft grotendeels te maken met de snel toenemende focus op vastgoed en onroerend goed, waaronder luxe villa's en toeristenlodges in natuurreservaten en huizenparken. Sinds een aantal decennia zien we dat hierdoor veel natuurrijke gebieden met wilde dieren alleen nog toegankelijk zijn voor met name de witte elite uit Zuid-Afrika, Europa en Noord-Amerika.

Groene apartheid

Tegelijkertijd zien we dat dit economische model is gebaseerd op goedkope, flexibele arbeid, die wordt verricht door zwarte Zuid-Afrikanen afkomstig uit voormalige thuislanden (uit de tijd van de apartheid), waar nog altijd extreme armoede heerst. Volgens Lerato Thakholi "hebben deze arbeiders maar zelden de mogelijkheid om in de buurt van de natuurreservaten te wonen, waardoor ze elke dag ver moeten reizen tegen een laag loon. Bovendien hebben ze stelselmatig te maken met discriminatie, racisme en slechte huisvesting". Vroeger konden ze nog protesteren tegen het apartheidsregime, maar nu ligt dit gevoeliger, omdat de wildlife-economie wordt voorgespiegeld als simpelweg het resultaat van marktwerking die moet leiden tot gelijke kansen voor iedereen.

Stasja Koot: "De private wildlife-industrie wordt gepresenteerd als een duurzame en eerlijke industrie die wordt gereguleerd door vraag en aanbod. Maar omdat deze industrie volledig is gebaseerd op historische verhoudingen die stammen uit de tijd van de apartheid, worden deze patronen in stand gehouden en in sommige gevallen zelfs versterkt. Hierbij gaat het niet om de formele apartheid uit het verleden, maar om een nieuwe vorm van economische apartheid die wordt aangewakkerd door de hoge vraag naar de producten die deze industrie biedt."

Volgens de onderzoekers is de private wildlife-industrie ook niet bepaald duurzaam. "Het lijkt heel groen vanwege de hoge wildpopulatie in deze gebieden", aldus Büscher. "Maar als je kijkt naar het toenemend excessieve, luxueuze consumentengedrag, de vele fourwheeldrives die continu het gebied doorkruisen en het feit dat het gebruik van privévliegtuigen steeds vaker de norm wordt in deze industrie, is duurzaamheid ver te zoeken." Aangezien de Zuid-Afrikaanse energievoorziening nog voornamelijk is gebaseerd op steenkool, concludeerden de onderzoekers bovendien dat de werkelijke milieu-impact van de private wildlife-industrie eerder negatief dan positief is.

Impact van de coronapandemie

Ondanks de enorme negatieve gevolgen van de coronapandemie biedt deze volgens de onderzoekers ook mogelijkheden voor een nieuwe aanpak. "Hoewel de pandemie op de korte termijn negatieve gevolgen heeft gehad voor de zwarte arbeiders, heeft deze ook aangetoond dat natuurbehoud en wildbeheer op basis van toerisme en luxueuze reiservaringen geen duurzame toekomst heeft", zegt Büscher. Naast de impact op het klimaat van alle vluchten en grote voertuigen die nodig zijn voor dit soort toerisme en de wildlife-industrie, is door de pandemie duidelijk geworden hoe kwetsbaar een sector is die volledig afhankelijk is van reizen, met name internationale reizen. "Nu wetenschappers vrezen dat er meer pandemieën zullen volgen, is dit het moment om de sector grondig te hervormen zodat deze zowel op sociaal als op milieugebied duurzamer wordt."