Nieuws

Gezamenlijke mestvergister biedt kansen voor reductie van ammoniak en broeikasgassen

Published on
6 december 2023

Het implementeren van een emissiearm stalsysteem, waarbij drijfmest dagelijks wordt verwijderd, vergist en gestript, kan leiden tot een significante ammoniak- en broeikasgasemissiereductie voor melkveehouderijen. Dit blijkt uit modelmatig onderzoek naar de mogelijkheid voor gezamenlijke monomestvergisting bij 26 melkveehouderijbedrijven.

Wageningen Livestock Research deed dit onderzoek in opdracht van de Friese Drieslag, een energiecoöperatie in Wijnjewoude. Uit de modelstudie wordt geconcludeerd dat de 26 deelnemende bedrijven de potentie hebben om over de gehele mestverwerkingsketen een ammoniakreductie te behalen tussen de 30 en 62%. Emissies van broeikasgassen uit mest, met name methaanemissie, kunnen gereduceerd worden tot circa 78%.

Dit kan worden behaald door drijfmest dagelijks uit de stal te verwijderen, na een korte opslagtijd te vergisten en het digestaat te strippen. Door deze verwerking van de mest kan de groep van 26 melkveehouders, ook zonder derogatie, grondgebonden worden. Er hoeft geen mest afgevoerd te worden.

Verder kan, bij de aanname dat in de toekomst RENURE meststoffen ingezet mogen worden als kunstmest, een kunstmestbesparing van 160 ton per jaar worden behaald. RENURE (Recoverd Nitrogen form manURE) zijn stikstofhoudende meststoffen die gewonnen worden uit dierlijke mest, of digestaat waar dierlijke mest voor is gebruikt. Deze besparing staat gelijk aan € 700.000 per jaar.

Tot slot kan met het centraal vergisten van mest en het opwerken naar groengas een equivalent van 1786 ton CO2-emissie worden voorkomen.

Het is van belang de resultaten van deze modelstudie niet als vast gegeven te interpreteren, maar als richtlijn te zien voor wat er potentieel in de praktijk behaald kan worden.

De daadwerkelijke reductie zal met zekerheid kunnen worden vastgesteld wanneer er wordt gekozen voor een specifiek stalsysteem en de emissies in de praktijk worden gemeten, waarbij bedrijfsspecifieke kenmerken worden meegenomen.