Publications

Stimulering van roofvliegen en roofkevers voor plaagbestrijding in de sierteelt

Grosman, A.H.; Groot, E.B. de; Messelink, G.J.

Summary

Bestrijding van plagen wordt soms geholpen door spontaan optredende natuurlijke vijanden. Bij veel grondgebonden teelten komen spontaan roofvliegen en roofkevers voor. Dit onderzoek is gekeken wat de effecten van deze bestrijders op trips in chrysant zijn en hoe ze gestimuleerd kunnen worden. Bij de roofvlieg Coenosia attenuata werd slechts een licht effect op trips waargenomen. Dichtheden van de roofkevers Atheta coriaria namen enorm toe bij toevoegingen van organische meststoffen, gist of een eiwitbron (kalkoenvoer) aan de bodem. In een kasproef werd echter geen verbeterde bestrijding van trips gevonden wanneer gist werd toegevoegd aan uitzettingen van roofkevers. Dit kan te maken hebben met voedselverzadiging van de predatoren en het verpoppingsgedrag van trips. Verder onderzoek is nodig om te bepalen op welke manier toediening van voedsel aan de bodem de bestrijding van trips kan verbeteren. Biological control of pests in greenhouses is sometimes supported by sponaneously occuring natural enemies, such as soil-dwelling predatory beetles or hunter flies. The aim of this study was to determine the effects of these predators on western flower thrips in chrysanthemum and how population densities of the predators can be increased. De hunter fly Coenosia attenuata was not able to significantly reduce thrips populations in cages, but there was a minor reduction in pest densities. Densities of the predatory beetle Atheta coriariae could be increased by applying fertilisers, proteins (bird feed) or yeast to to soil. However, increased densities of soil-dwelling predators did not enhance thrips control in a greenhouse trial. This may have been the results of food saturation of the predators or the pupal behaviour of thrips. More research is needed to optimize soil enrichment with food in such a way that thrips control will be enhanced.