News

Krulstaart kan pas als alle partijen verantwoordelijkheid nemen

Published on
June 14, 2021

Het is nog te vroeg om op alle varkensbedrijven te stoppen met het couperen van biggenstaarten. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research en Universiteit Utrecht, in opdracht van de Producenten Organisatie Varkenshouderij en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Reden voor deze uitkomst is dat het houden van varkens met ongecoupeerde staarten complex is. Ook zou een varken met een ongecoupeerde staart extra geld moeten kunnen opbrengen. Training zal varkenshouders en erfbetreders helpen om risico op staartbijten te herkennen en te verminderen.

Varkens die zich oncomfortabel voelen, kunnen uit frustratie of verveling bij hokgenoten in de staart bijten. Dit kan leiden tot een aangetast welzijn van het gebeten varken, groeivertraging en infecties of zelfs volledige afkeur in de slachterij. Om staartbijten te voorkomen, wordt bij veel biggen kort na de geboorte de staart gecoupeerd. Vanuit de samenleving is daarop kritiek, en ook boeren willen liever vandaag dan morgen varkens met lange staarten gaan houden.

“Toch zijn varkenshouders ook huiverig om die overstap te maken”, zegt onderzoeker Geert van der Peet van Wageningen Livestock Research, “En ik kan dat begrijpen. Het lastige is dat de oorzaak van staartbijten niet altijd te achterhalen is. Wanneer je bijtgedrag niet heel vroeg signaleert, en handelt, kan het in een groep varkens leiden tot een uitbraak van nog meer bijtgedrag. Bij zo’n bijtuitbraak leidt het stoppen met couperen dus mogelijk tot grotere welzijnsproblemen dan nu het geval is. Bovendien levert een aangetast varken de boer bij de slachterij niets op. Er spelen dus ook financiële risico’s. Aan de andere kant is het wel zaak dat we vooruitgang blijven boeken; dat steeds meer varkenshouders verantwoord varkens kunnen houden met een lange staart. Niets doen is geen optie.”

Eén van de eindproducten van het project is een welzijnscheck waarbij een individuele varkenshouder een risicobeoordeling voor bijtgedrag op zijn eigen boerderij kan maken. “Elke varkensbedrijf is uniek en de aanpak van bijtgedrag vraagt dus om een bedrijfsspecifieke aanpak.”, zegt Van der Peet. “Is het klimaat in de stallen goed, hebben de dieren bij de voerbak voldoende ruimte, heeft de varkenshouder voldoende kennis om proactief in te grijpen, is er een goede samenwerking met voeradviseur en dierenarts? Dit soort vragen spelen allemaal een rol om de kans op bijtgedrag zo klein mogelijk te maken.”

Volgende stap

Het netwerk varkenshouders heeft veel ervaring opgedaan, maar blijven door onverwachte bijtuitbraken huiverig te stoppen met couperen. Desondanks zijn enkele varkenshouders erin geslaagd varkens met lange staarten te houden. “Het houden van varkens met een lange staart kan dus wel, maar met een ‘mits’.”, zegt Van der Peet, “We hebben 3 adviezen om een volgende stap te zetten. En die vragen inspanning van de hele keten: varkenshouder, erfbetreders, slachterij, retail en overheid.

  • Ten eerste adviseren wij om breed in de sector te werken aan draagvlak voor de welzijnscheck. Die biedt varkenshouders echt nieuwe inzichten. Er is hier en daar nog laaghangend fruit dat varkenshouders kunnen aangrijpen.
  • Ten tweede, ondersteun de varkenshouder en zijn personeel voortdurend met kennis, bijscholing en coaching om (risico’s van) staartbijten te leren herkennen en vroegtijdig in te grijpen. Ook de erfbetreder is belangrijk om mee te nemen in deze coaching zodat de varkenshouder met onderbouwd advies een volgende stap kan zetten naar stoppen met couperen. Daarnaast is financiële tegemoetkoming nodig. Een basisvergoeding uit de markt voor de extra kosten (arbeid) om varkens met een lange staart te kunnen houden, maar ook een calamiteitenfonds om economische schade op te kunnen vangen. Als er ondanks allerlei inspanningen tóch bijtproblemen ontstaan, moet niet alleen de varkenshouder voor de kosten opdraaien.
  • Ten derde, het wat hoger hangende fruit zal waarschijnlijk investeringen (lees: ver- / nieuwbouw) in stallen vragen. Een versnelling in het proces naar stoppen met staart couperen is mogelijk als varkenshouders financiële ondersteuning krijgen bij aanpassing van het bedrijf (eventueel nieuwbouw). Verbouwingen zoals door brongerichte aanpak ter vermindering van emissies en stalaanpassingen voor het houden van varkens met lange staarten kunnen elkaar versterken.

Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Livestock Research en Universiteit Utrecht, in opdracht van en gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV). In de begeleidingscommissie van het onderzoek zaten bovendien vertegenwoordigers van KNMvD, Nevedi, Vee en Logistiek Nederland, COV, fokkerij-groeperingen, VBV en de Dierenbescherming.