Project

Fosfaatlekkende gronden

De hoge bemesting van landbouwpercelen heeft in de afgelopen tientallen jaren geleid tot ophoping van fosfaat in bodem en verliezen van fosfaat naar het oppervlaktewater.

Om efficient maatregelen te nemen om te verliezen terug te dringen is het noodzakelijk om op het niveau van individuele percelen goed in te kunnen schatten hoe hoog de verliezen van fosfaat zijn. Om deze informatie in beeld te brengen is een eenvoudig instrument ontwikkeld dat op basis van breed beschikbare informatie zoals de bodemvruchtbaarheid van een perceel en de grondwaterstand de verliezen bepaalt.

De huidige belasting van het oppervlaktewater met fosfaat is in een aantal landbouwgebieden te hoog. Deze belasting wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door landbouwpercelen met een hoge fosfaatfaatverzadigingsgraad in combinatie met de afvoer van water uit de fosfaatrijke delen van de bodem naar het oppervlaktewater (zgn. fosfaatlekkende gronden). In het 4e actieprogramma nitraatrichtlijn zijn maatregelen genomen om de bemesting op gronden met een hoge fosfaattoestand sterker terug te dringen dan op gronden met een lage toestand. Het ministerie van EL&I wil met name haar fosfaatbeleid richten op de fosfaatlekkende gronden. Om deze gronden te localiseren is een eenvoudig instrument (PLEASE; Schoumans et al., 2008) ontwikkeld waarmee de fosfaatvracht van uit een perceel naar het oppervlaktewater kan worden berekend op basis van o.a. gegevens van de bodemvruchtbaarheidstoestand van de bodem met betrekking tot fosfaat.

PLEASE

PLEASE (Phosphorus LEAching from Soils to the Environment) berekent de fosfaatvracht uit een perceel naar de perceelssloot op basis van het verloop van de fosfaatconcentratie in de bodem en de waterafvoer over het perceel en uit de verschillende bodemlagen van het perceel naar het oppervlaktewater (fig 1). Hiervoor worden een aantal specifieke perceelskenmerken gebruikt:
  • Gemeten fosfaattoestand van de bodem (Pw-getal van de lagen 0-20 cm en 20-50 cm)
  • Fosfaatbindend vermogen van de bodem (berekend uit het gemeten of geschatte oxalaatextraheerbare Al- en Fe-gehalte van de lagen 0-20 cm, 20-50 cm)
  • Gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand (resp. GHG en GLG) van het perceel (gemeten of uit detailkartering)
  • Lokaal vastgestelde diepte van de drainagemiddelen (dat wil zeggen diepte van de slootbodem en/of greppel en/of drain ten opzichte van maaiveld).

De methodiek is in eerste instantie ontwikkeld voor zandgronden, omdat de mestoverschotgebieden daar geconcentreerd zijn.

PLEASE is het afgelopen jaar getoetst op 14 Nederlandse en 17 Deense locaties (Dupas en van der Salm, 2010; van der Salm et al., 2011). Op deze 31 locaties waren metingen beschikbaar van de fosfaatfluxen naar het oppervlaktewater of van concentraties in het grondwater, de drains of het bodemvocht voor een periode van enkele jaren. De locatie zijn gelegen op zand, klei en veen. Uit deze toepassing bleek dat over het algemeen het model PLEASE de gemeten fosfaatfluxen (zie fig. 2), en concentraties in drains, grondwater en bodemvocht redelijk goed weet te voorspellen. Uitzonderingen zijn zware kleigronden waar preferentieel transport door scheuren bepalend is voor de P verliezen (bv Wb: locatie Waardenburg in fig 2) en eutrofe veengronden (bv. Vp: Vlietpolder in fig 1) waar de fosfaatconcentraties in diepere veenlagen van nature hoog zijn. Momenteel wordt het model op deze punten nog verder verbeterd.

plaatje1.png
plaatje2.png

Enkele relevante rapporten:
  • Dupas, R. and C. van der Salm, 2010. Validation of the model PLEASE at site scale. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 1968-2
  • Schoumans, O.F., P. Groenendijk, C. van der Salm en M. Pleijter, 2008. Methodiek voor het karakteriseren van fosfaatlekkende gronden Beschrijving van het instrumentarium PLEASE. Alterra rapport 1724Pleijter. M. , G.F. Koopmans en C. van der Salm, 2011.
  • Validatie van PLEASE op regionale schaal Berekeningen van de fosfaatbelasting van het oppervlaktewater met behulp van PLEASE voor de stroomgebieden Quarles van Ufford, Drentse Aa, Krimpenerwaard en Schuitenbeek. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 1968-3 ( in prep.)
  • Van der Salm, C., R. Dupas, R. Grant, G. Heckrath, B. W. Iversen, B. Kronvang, C. Levi, G. H. Rubaek and O. F. Schoumans, subm. Predicting phosphorus losses with the model PLEASE on a local scale in Denmark and the Netherlands. Subm. J. Environ. Qual.40:1617-1626

Brochure PLEASE