Dossier

Staartbijten voorkomen bij varkens

Hoe voorkom je dat varkens in elkaars staart bijten zonder dat je daarvoor de staarten hoeft te couperen? Het Centre for Animal Welfare and Adaptation (CAWA) heeft inmiddels veel kennis verzameld om de bijtproblemen in de varkenshouderij op te lossen. Deze oplossingen dragen bij aan de gezamenlijke doelstelling van overheid en sector om op termijn dieren te houden zonder ingrepen. Ze worden door de Werkgroep Krulstaart opgepakt.

Waarom bijten varkens elkaar?

Elk varken heeft de behoefte om zijn omgeving te onderzoeken. Als er geen materiaal beschikbaar is, dan worden de hokgenoten onderzocht. Bijterij ontstaat vooral door verveling, onvoldoende stimulatie en frustratie. De kans op bijtgedrag neemt toe bij gefrustreerde varkens. Bijvoorbeeld wanneer het klimaat niet goed is, er teveel dieren in een kleine ruimte worden gehouden, er iets mis is met de voersamenstelling of wijze van voerverstrekking.

Wat zijn de gevolgen van bijtgedrag?

Het bijten kan leiden tot verwondingen. De smaak van bloed en de onrust in het hok kunnen ertoe leiden dat het probleem escaleert en ook andere varkens het bijtgedrag gaan overnemen. Dit kan zelfs kannibalisme als gevolg hebben. Bijtwonden kunnen geïnfecteerd raken, waardoor groeivertraging kan optreden en abcessen kunnen ontstaan met kreupelheden, verlamming en uitval als gevolg.

Staartbijten, ook aan gecoupeerde staarten, komt op ongeveer 50% van de varkensbedrijven voor. De schatting is dat staartbijten de Nederlandse varkenssector  jaarlijks 8 miljoen euro kost.

- Unfortunately, your cookie settings do not allow videos to be displayed. - check your settings

Vindt staart couperen nog plaats?

Momenteel wordt bijna 100% van de gangbaar gehouden varkens in Nederland gecoupeerd om staartbijten te voorkomen. Ook bij gecoupeerde varkens is staartbijten nog steeds een grote kostenpost. Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn is couperen niet wenselijk.

Wat wordt er onderzocht?

Ons onderzoek is vooral gericht op het wegnemen van verveling en frustratie; de belangrijkste oorzaken van staartbijten. Hieruit blijkt dat hokverrijking, met allerlei materiaal om varkens bezig te houden, helpt om staartbijten te voorkomen. Verder richt het onderzoek zich op huisvesting, voeding, karakterisatie van de staartbijter en rasverschillen.

Risicofactoren worden bestudeerd en maatregelen getest om bijtproblemen zo snel mogelijk in te dammen, en met als uiteindelijk doel het houden van varkens met lange staarten.

Werkgroep Krulstaart

Op initiatief van LTO Nederland en de Dierenbescherming is in 2012 de Werkgroep Krulstaart gestart om bijterijproblemen in de varkenshouderij aan te pakken. Deze oplossingen dragen bij aan de doelstelling om op termijn dieren te houden zonder ingrepen. Het onderzoek richt zich op de belangrijkste factoren die de kans op staartbijten beïnvloeden: fokkerij, gezondheid, voeding, huisvesting, klimaat en afleiding. Bekijk de publicaties voor meer informatie over de resultaten.

De Werkgroep Krulstaart neemt initiatief in het zoeken naar een oplossing voor staartbijten. Deze werkgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van diverse betrokkenen uit de varkensvleesketen; LTO, Dierenbescherming, NVV, dierenartsen, fokkerij, slachterij, diervoederindustrie en overheid.

Het CAWA-team van Wageningen University & Research begeleidt het proces. Het ministerie van Economische Zaken maakt het onderzoek mogelijk.

Verklaring van Dalfsen

De Verklaring van Dalfsen is in 2013 gepresenteerd met een plan van aanpak. Daarbij is ook het eindrapport van de Werkgroep Krulstaart 'Varkens houden met een krul - zoektocht naar het voorkomen en bestrijden van staartbijten' gepubliceerd.

LTO, NVV, andere ketenpartijen en Dierenbescherming en EZ hebben samen de Verklaring van Dalfsen ondertekend waarin het routeplan is afgesproken om met staarten aan de slag te gaan. Dit routeplan startte met een demonstratieproject op VIC Sterksel, het maken van een vangnet waarmee een staartbijtuitbraak zo snel mogelijk gestopt kan worden en het starten van netwerken om in de praktijk met de problematiek aan de slag te gaan.

Internationale samenwerking

Ook de EU zet in op stoppen met couperen. Nederland zoekt samenwerking met het buitenland om draagvlak te creëren voor de Nederlandse aanpak volgens de Verklaring van Dalfsen.

In het onderzoek worden resultaten uitgewisseld en wordt samengewerkt tussen praktijknetwerken in verschillende landen. Verder werken we samen met het bedrijfsleven om praktijkervaringen te krijgen en de aanpak per land af te stemmen. Tot slot werken we met de overheid samen, met de intentie voor een gemeenschappelijke aanpak in Duitsland, Denemarken en Nederland.

Onderzoeksgebieden

Lees meer over onderzoeksresultaten:

1. Voeding

  • Een laag eiwitgehalte in het voer verhoogt risico op staartbijten.
  • Een hoog tryptofaangehalte in het voer resulteert in minder staartbijten en rustigere dieren.
  • Beperkt voeren, te lage energieopname en onvoldoende verzadiging kunnen leiden tot staartbijten.
  • Fermenteerbare vezels in het voer verminderen manipulatief gedrag, waaronder staartbijten.
  • Competitie rond voeren door beperkt voeren of te weinig eetplaatsen kan leiden tot staartbijten. Onbeperkt voeren en meer vreetplaatsen kunnen staartbijten verminderen.
  • Storingen in de voer- en/of drinkwaterinstallatie zijn risicofactoren voor staartbijten.

2. Omgeving

Deze factoren verhogen de kans op staartbijten:

  • Volledig of grotendeels roostervloer
  • Hoge temperatuur
  • Tocht
  • Beperkt aantal vreetplaatsen
  • Te weinig afleiding in het hok
  • Overbezetting
  • Lege voerbakken bij de gespeende biggen
  • Verstopte drinknippel

3. Klimaat

Zorg voor:

  • Voldoende inhoud in de afdeling
  • Geïsoleerde ligvloeren
  • Minimaal één keer per jaar klimaatcheck

Voorkom:

  • Hoge temperatuurschommelingen binnen een etmaal, automatische correctie op bandbreedte op basis van buitentemperatuur
  • Windinvloed, regelbare luchtinlaat
  • Hoge concentraties aan CO2 en NH3, voldoende ventilatie en voorkom hokbevuiling
  • Hittestress

4. Gezondheid

  • Staartcouperen geeft een wond waardoor bacteriën naar binnen kunnen dringen die tot abcessen kunnen leiden. Ditzelfde geldt voor staartbijten.
  • Een lagere gezondheid kan de prikkel zijn voor een uitbraak van staartbijten.
  • Een verminderde gezondheid leidt tot frustratie en een toename in onderzoekend gedrag. Als afleidingsmateriaal ontbreekt, kunnen hokgenoten slachtoffer zijn.
  • Zieke dieren lopen minder snel weg en kunnen daardoor sneller slachtoffer van bijten worden.
  • Achterblijvers kunnen door een hoger stress of frustratieniveau bijter worden.
  • Verder is de kans groter dat in dat toom later staartbijten optreedt wanneer er al in de kraamstal bijtpuntjes aan de staarten te zien zijn.

5. Genetica

Ras

Staartbijtgedrag blijkt deels erfelijk te zijn, hoewel er wel rasverschillen bestaan.

Directe fokwaarde

Een hoge genetische productie bijvoorbeeld voor een snelle groei, een hoog percentage voor mager vlees en een grote toom, is een risico voor het ontwikkelen van ongewenst bijtgedrag.

Indirecte fokwaarde

Varkens verschillen in hun effect op de groei van hun hokgenoten, dit effect blijkt erfelijk te zijn. Varkens met een positief effect op de groei van hun hokgenoten (ofwel de hokgenoten groeien harder dankzij hen) beschadigen hun hokgenoten minder en gebruiken ook minder verrijkingsmateriaal.

Toepassing

Fokken tegen ongewenst bijtgedrag blijkt deels mogelijk. Let wel, de erfelijkheidsgraad wordt relatief laag geschat.

6. Hokverrijking

Vorm

Verrijkingsmateriaal is aantrekkelijk voor varkens als het complex, te vervormen, manipuleerbaar, en kapot te maken is, én het af en toe ook een (kleine) eetbare beloning geeft.

Verstrekking

Verrijking blijft aantrekkelijk als het regelmatig vernieuwd wordt en schoon is, én het is belangrijk dat zoveel mogelijk – idealiter alle - aanwezige varkens tegelijkertijd met de verrijking bezig kunnen zijn.

Plaats

Verrijkingsmateriaal kan het beste dicht bij de grond - idealiter zelfs op de grond - aangeboden worden. Varkens houden hun snuit namelijk meestal dicht bij de grond, ze hebben moeite hun kop (langdurig) omhoog te houden doordat ze een korte nek hebben.

Nut

Verrijking helpt om het overgrote deel van ongewenst bijtgedrag te voorkomen én tijdig te signaleren; verbruiken de varkens ineens méér van het materiaal dan normaal? Dit kan wijzen op een onderliggend probleem en een voorbode zijn voor bijtgedrag.

Als varkens zich veel wenden tot afleidingsmateriaal, dan kan dat dus ook een signaal zijn dat er iets in de omgeving of in het varken niet in orde is.

Video's

- Unfortunately, your cookie settings do not allow videos to be displayed. - check your settings

- Unfortunately, your cookie settings do not allow videos to be displayed. - check your settings

- Unfortunately, your cookie settings do not allow videos to be displayed. - check your settings

- Unfortunately, your cookie settings do not allow videos to be displayed. - check your settings