Laat Afrikaanse studenten plantenwetenschappen studeren met het Paul Speijer Fonds

Het Paul Speijer Fonds wil Afrikaanse studenten de mogelijkheid bieden om een MSc studie Plantenwetenschappen in Wageningen te volgen. Bij voorkeur studenten die in een lokaal onderzoeksinstituut werken aan een voedselgewas komen in aanmerking voor steun.

Wat is de impact van uw gift?

Dankzij uw gift kan het Paul Speijer Fonds Afrikaanse studenten de kans geven in Wageningen te studeren. Vervolgens nemen zij die kennis mee terug naar hun lokale gemeenschap. Zo worden uiteindelijk de Afrikaanse boeren en de voedselvoorziening in Afrika geholpen.

Studenten van het Paul Speijer Fonds

In 2010 heeft als eerste student Umer Aman Dido uit Ethiopië een beurs gekregen van het Paul Speijer Fonds. In 2011 kwam daar Aloysius Beah uit Sierre Leone bij en in september 2012 zijn Susan Moenga en Margaret Kirika, beide uit Kenia, met hulp van het Paul Speijer fond hun studie aan Wageningen University gestart.

Interview met studentes Susan Moenga en Margaret Kirika

Susan Moenga en Margaret Kirika

Susan Moenga en Margaret Kirika studeren Plant Sciences. Ze waren in Kenia ook al studiegenoten, tijdens hun bachelor biotechnologie. Susan richt zich op plant functional genomics, Margaret op moleculaire plantenveredeling en pathologie: Susan: ‘Ik ben dol op technologie, op de combinatie van computers en praktische toepassingen. Vooral de verbetering van groente interesseert me. Dat een plant meststoffen beter kan opnemen bijvoorbeeld, wat zorgt voor meer opbrengst en minder kosten.’

Margaret: ‘Ik richt me vooral op voedselgewassen, op gewassen die kleine boeren verbouwen, zoals tomaat en aardappel. Aan de huidige veredelingsprogramma’s in Kenia valt wel het een en ander te verbeteren.’

Susan ontdekte de biotechnologie op de middelbare school: ‘Ik heb een keer meegedaan aan een nationaal wetenschapscongres voor scholieren, waar je iets voor moest ontwikkelen, een soort gadget. Een vriendin en ik kwamen toen op het idee om de genen waardoor een vuurvliegje licht geeft, in te bouwen een plant. Dan konden planten de stad verlichten, in plaats van lantaarnpalen. Toen we het presenteerden zij iedereen: dat gaat nooit werken. Maar ik heb het idee nooit van me af kunnen zetten.’

Voor Margaret was biotechnologie slechts een van de studies die ze aanvinkte toen ze toelatingsexamen deed voor de universiteit. ‘Het klonk interessant. Maar al in mijn eerste college, biochemie, was ik om. Alles was zo nieuw en spannend dat ik alles wilde leren. Als wetenschapper kun je bijdragen aan een betere wereld. Met de bevolkingsgroei en probleem van plantenziekten, hebben we de wetenschap nodig.’

Susan: ‘Het leuke aan wetenschap is het ontwikkelen van nieuwe ideeën en oplossingen. Onze bachelor was heel theoretisch. Maar de magie zit in de toepassing. Daarom wilden we ook graag in Wageningen een master doen.’

Platteland

Margaret: ‘Het Anne van den Ban Fonds en het Paul Speijer Fonds hebben ons de kans gegeven om meer in het leven te bereiken dan we ooit hadden kunnen bedenken. We komen beiden uit een familie van kleine boeren. Het was heel emotioneel toen ik las dat de fondsen onze wensen gingen ondersteunen.’

Susan: ‘Ik heb nog een jongere broer, dankzij de gift hoeven mijn ouders nu niet te overwegen of ze zijn opleiding opofferen voor de mijne.’

Volgens Margaret laat het feit dat zij nu aan een wereldwijd bekende universiteit studeert zien dat je als vrouw met haar achtergrond ook veel kunt bereiken. ‘Ik hoop dat dit een positieve uitwerking heeft op mijn jongere zussen en andere jongeren in mijn familie en dorp.’ Zelfs een PhD lijkt haar nu mogelijk. Uiteindelijk wil ze wel terug naar haar geboortestreek, en werken met gewassen die ze kent. ‘Maar niet om alleen in het lab te werken. Volgens mij zijn vooral contacten met boeren en de praktijk belangrijk. Keniaanse boeren zijn behoorlijk behoudend, ze blijven jaar na jaar hun eigen zaad winnen en gebruiken. Ik wil ze versterken, en mogelijkheden voor verbetering laten zien. Met kwaliteitszaad van betere cultivars kunnen ze hun oogsten vergroten. De kennis die ik opdoe zal zeker landen bij de boeren in mijn clan.’

Susan zou ook graag nog willen promoveren. ‘Misschien dat iemand anders dan voor mij kan trouwen en kinderen krijgen?’, lacht ze. Wat het ook wordt, uiteindelijk wil ze in Kenia haar kennis over bio-ethiek en biologische veiligheid inzetten voor beter beleid en wetgeving. ‘De overheid heeft advies van mensen met kennis nodig, om landbouw voldoende aandacht te kunnen geven. De grote plantenveredelaars beginnen zich ook voor Kenia te interesseren. Het wordt tijd dat we als land onze kansen pakken om onze landbouw te verbeteren.’

Interview met student Umer Aman Dido

Student Umer Aman Dido
Student Umer Aman Dido

Na zijn bachelorstudie plantenwetenschappen (Crop Science) werkte Umer twee jaar aan de Jimma University in Ethiopië. ‘Ik deed daar onderzoek aan aardappel en maïs, en gaf college over onder meer plantenveredeling en botanica.’ Toch wilde hij graag verder studeren, want na een bacholoropleiding weet je eigenlijk nog maar weinig, vond hij. ‘Ik wil in de toekomst meer onderzoek gaan doen waar de boeren in Ethiopië wat aan hebben. Ze hebben betere gewasvariëteiten nodig, en betere teeltsystemen. Gewasbescherming is belangrijk. Bovendien groeit de bevolking van Ethiopië. Dan moet de landbouwproductie meegroeien om de voedselzekerheid overeind te houden.’

Umer zocht daarvoor een universiteit waar hij zowel de theorie als de praktijk zou leren, een universiteit met goede onderzoeksfaciliteiten. ‘Je kunt de stof niet alleen uit boeken en in het laboratorium leren. Je moet er ook in de praktijk ervaring mee opdoen.’

Via andere Ethiopische studenten die vanuit zijn universiteit in Wageningen rondliepen voor een masterstudie of promotie, wist hij dat hij wat dat betreft in Wageningen wel goed zat. En ook via een oudere broer, die eerder met een Nuffic-beurs zijn master haalde in Wageningen. ‘Voor een Nuffic-beurs moet je eerst vier jaar werkervaring hebben. Daar wilde ik niet op wachten. Ik wilde geen tijd verliezen en me snel verder ontwikkelen. Als ik terugga wil ik trouwen. Met het salaris dat ik had kan ik geen gezin onderhouden.’

Dankzij het Anne van den Ban Fonds kreeg Umer de kans om inderdaad naar Wageningen te komen. ‘Het is niet te betalen om in het buitenland te studeren. Een vliegticket naar Nederland kost al een paar maandensalarissen.’ Toen Umer aankwam in Wageningen had zijn broer net zijn studie afgerond. ‘We hebben elkaar nog net een paar weken kunnen zien.’

Umer ontvangt verder een beurs van het Paul Speijer Fonds. Dit fonds steunt Afrikaanse studenten die een masteropleiding in de plantenwetenschappen willen doen aan Wageningen University. Het fonds is opgericht door Nicole Smit, de weduwe van entomoloog Paul Speijer die jaren in Afrika werkte en in 2000 omkwam bij een vliegramp. ‘Jaarlijks financiert het één student Plant Sciences, en ik was de gelukkige’, lacht Umer. ‘Met Kerst ben ik in Haarlem bij mevrouw Smit op bezoek geweest. Dat was heel bijzonder.’

In zijn studie Plant Sciences specialiseert Umer zich in plantenveredeling en genetisch onderzoek. Na zijn afstuderen wil hij graag in Ethiopië op de universiteit werken, en onderzoek combineren met lesgeven. ‘Dus zowel de capaciteit van de landbouwproductie vergroten als van mensen.’

Interview met oprichtster Nicole Smit

Paul Speijer
Paul Speijer

Interview met oprichtster Nicole Smit

Paul Speijer studeerde Plantenziektekunde aan Wageningen University en promoveerde in 1993 aan de universiteit van Bonn. Daarna werkte hij voor het IITA (Agricultural Research for Development in Africa) in Oeganda. Hij werkte daar jarenlang als nematoloog en deed onderzoek naar nematoden in de bananenteelt. In 2000 kwam Paul om bij een vliegramp. Hij werd 42 jaar.

‘Paul was zeer gemotiveerd om Afrikaanse boeren verder te helpen. Door het opleiden van lokale onderzoekers kon hij een bijdrage leveren aan die ontwikkeling’, vertelt zijn weduwe Nicole Smit.

Zij besloot in 2010 een fonds op te richten om Afrikaanse studenten te ondersteunen bij hun opleiding aan Wageningen University. ‘Ik vind het fijn dat ik op deze manier Pauls werk voort kan zetten. Hij heeft zelf veel studenten in Afrika begeleid, zowel voor hun MSc als PhD. Toen het vliegtuig verongelukte, was hij ook op weg naar twee van zijn studenten in Nigeria.’

Het compensatiebedrag dat de nabestaanden van de vliegmaatschappij kregen, vormt de basis van het fonds. Afrikaanse studenten kunnen een beroep doen op het fonds voor een studie in de plantenkunde in Wageningen.



Informatie voor aanvragers