Dierproeven

Dossier

Dierproeven

Wageningen University & Research doet onderzoek met dieren. Zo onderzoeken we bijvoorbeeld het gedrag van dieren, de verspreiding van dierziekten onder dieren en de interactie tussen mensen en dieren.

Een deel van het dieronderzoek valt onder de Wet op de dierproeven. Van een dierproef is sprake als de dieren door het onderzoek ‘ongerief’ ondervinden. Alleen onderzoek met gewervelde dieren en inktvissen valt onder de Wet op Dierproeven. Onderzoek met ongewervelde dieren, zoals bijen en muggen, valt niet onder die wet.

Welzijn van proefdieren

Bij al ons onderzoek waar dieren bij betrokken zijn, staat respect voor het dieren en dierenwelzijn voorop. Dierproeven worden alleen ingezet bij een duidelijk omschreven doel waarvoor geen proefdierloze alternatieven zijn. Zo is het wettelijk verplicht dat nieuwe vaccins en medicijnen eerst worden getest op proefdieren voor ze toegelaten worden.

Een dierproef mag alleen worden uitgevoerd wanneer de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) een vergunning heeft verleend voor het project waar die dierproef onder valt. De CCD houdt bij de vergunningverlening rekening met het advies van een onafhankelijke Dierexperimentencommissie. Die commissie maakt een ethische afweging tussen het ongerief voor de dieren en het belang van het onderzoek. De NVWA ziet als externe toezichthouder toe op de uitvoering van dierproeven. Conform de Wet op Dierproeven heeft WUR een Instantie voor Dierenwelzijn, die toezicht houdt op alles wat met onderzoek met dieren te maken heeft.

De drie V's

WUR-onderzoekers werken bij het opzetten en uitvoeren van hun proefdieronderzoek volgens het principe van de drie V’s dat ook in de wet is vastgelegd: vervanging, vermindering en verfijning. Dat wil zeggen dat onderzoekers zich altijd de vraag stellen of dezelfde resultaten ook zonder proefdieren kunnen worden verkregen (vervangen), of het onderzoek met minder proefdieren kan worden gedaan (verminderen) en hoe het ongerief voor de dieren kan worden verminderd en het welzijn verbeterd (verfijning).

Bij de zorg voor het dierenwelzijn gaat het er bijvoorbeeld om dat de dieren voldoende ruimte hebben om natuurlijk gedrag kunnen vertonen, altijd speel- en afleidingsmateriaal tot hun beschikking hebben en dat sociale dieren in groepsverband met soortgenoten zijn gehuisvest.

Het alternatief: voedingsonderzoek zonder gebruik van dierproeven

Wageningen University & Research ontwikkelt een scala aan alternatieve methoden en modellen voor onderzoek naar de gezondheid, veiligheid en verteerbaarheid van voedingsmiddelen. Er worden computermodellen gebruikt om effecten van componenten in voedingsmiddelen te voorspellen. Labmodellen worden ingezet om de vertering van voedingsmiddelen en -stoffen in de mond, maag en darm na te bootsen.

Nederland wil internationaal koploper zijn in de overgang naar proefdiervrij onderzoek; in 2025 moeten de meeste dierproeven in ons land vervangen zijn door innovatief onderzoek. Wageningen University & Research levert een belangrijke bijdrage aan deze ontwikkeling. Op dit moment kunnen wij in voedingsonderzoek al 80% van de dierproeven vervangen, door methoden slim met elkaar te combineren.

Lees meer over onze ambities om in de toekomst volledig dierproefvrij voedingsonderzoek te doen

Voedingsonderzoek zonder gebruik van dierproeven

Transparantie rondom dierproeven

Met de onderschrijving van de code openheid dierproeven van de VSNU heeft Wageningen University & Research zich met alle onderdelen gecommiteerd aan bovenwettelijke regels. De Code betekent dat een wetenschappelijke organisatie zich inzet voor een niet vrijblijvende openheid en dialoog over dierproeven en dat ze belanghebbenden en belangstellenden deelgenoot maakt van de dilemma’s. Wageningen University & Research werkt daarin samen met andere universiteiten en stichting Proefdiervrij.

Cijfers rondom proefdieren

Er zijn in 2015 in totaal 54.157 dieren betrokken bij het onderzoek. Dit betrof 1.733 runderen, 35.709 vissen, 7.256 kippen, 322 varkens, 8.398 knaagdieren, en 739 overige dieren.

Ten opzichte van eerdere jaren lijkt dit een stijging van het aantal proefdieren dat is gebruikt voor onderzoek, maar dit is een scheef beeld. Sinds 2014 wordt ook de 'visserijmonitoring' meegenomen in de totaalcijfers als gevolg van veranderingen in wetgeving en inzichten. Als de 'visserijmonitoring' buiten beschouwing zou worden gehouden, zou er een daling van 35% ten opzichte van 2014 te zien zijn geweest. Ten opzichte van 2011 is het gebruik van proefdieren (excl. 'visserijmonitoring') bijna gehalveerd.

Proefdieren worden ingezet om:

  • medicijnen te ontwikkelen
  • te testen of producten/medicijnen veilig zijn en werken voor mens en dier
  • het ontstaan van ziektes te onderzoeken

Voorbeelden van de inzet van proefdieren

Vermindering van vetopstapeling in de lever

Veel onderzoek geschiedt bij mensen maar NALFD (non-alcoholic fatty liver disease) kan alleen uitgevoerd worden bij dieren. De lever is een moeilijk toegankelijk orgaan bij de mens. Om toch te begrijpen welke processen en specifieke genen invloed hebben op de opslag van vet in de lever worden proefdieren gebruikt als model voor de mens.

Botulismediagnostiek

Botulisme kan voedselvergiftiging veroorzaken met dodelijke afloop, maar is in Nederland gelukkig zeldzaam. Het Wageningen Bioveterinary Research is het enige laboratorium in Nederland waar botulisme wordt getest en krijgt dus veel materiaal ingestuurd om te testen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar het inzetten van alternatieve testen zonder proefdieren. Onderzoek op dit vlak in Europees verband heeft geresulteerd in het inzetten van een alternatieve test waardoor het gebruik van muizen met 75% is gedaald.

Duurzaamheid in aquacultuur

Vis is een belangrijke eiwitbron voor mensen wereldwijd. Meer vis uit visserij is moeilijk haalbaar, maar wel nodig met de groeiende wereldbevolking. Wageningen bestudeert daarom de teelt van vis (aquacultuur) om het duurzaam en efficient houden en telen van vis te bevorderen.