Dossier

Natuurlijk gedrag van dieren

Dierenwelzijn is een steeds belangrijker onderwerp in onze maatschappij. In de gewijzigde Wet Dieren - die in 2023 in werking treedt – staat dat dieren geen pijn of ongemak mogen hebben als ze in een stal, hok of kooi worden gehouden. Ze moeten vrij zijn om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Maar welk gedrag is dat, en hoe is dit het beste te meten en faciliteren? Dat onderzoekt Wageningen University & Research (WUR).

Wat is natuurlijk gedrag bij dieren? 

Dieren zijn levende wezens, met een bewustzijn. Ze kunnen positieve en negatieve emoties voelen. Mensen die dieren houden hebben de plicht om te zorgen dat dieren worden gehouden onder zo goed mogelijke omstandigheden. Zowel in de professionele dierhouderij als bij particuliere dierhouders zijn nog verbeteringen mogelijk, waarmee de gezondheid en het welzijn van de dieren beter wordt. Dat geldt in het bijzonder voor het mogelijk maken van natuurlijk gedrag.  

Er is al veel bekend over het natuurlijk gedrag van dieren: kippen willen bijvoorbeeld een zitstok om op te rusten en varkens wroeten en spelen graag. Een kanarie moet niet de hele dag in een kooitje zitten, maar regelmatig kunnen vliegen en konijnen willen in de grond kunnen graven. Daar moeten dierhouders rekening mee houden. Om deze reden is het gebruik van wilde dieren in het circus een aantal jaren geleden verboden in Nederland; zij kunnen hun natuurlijk gedrag niet vertonen. 

Hoe kan je natuurlijke gedrag en dierenwelzijn meten? 

Soms wordt er naar dieren gekeken door de bril van menselijke verlangens en overtuigingen over wat ‘een goed dierenleven is’. Maar dierenwelzijn is de kwaliteit van leven zoals het dier het zelf ervaart. Wageningse onderzoekers vergaren kennis over dierenwelzijn en natuurlijk gedrag op basis van onafhankelijke en transparante gegevens, gemeten aan het dier zelf. Bijvoorbeeld via slimme sensoren en camera’s. WUR-onderzoekers monitoren bijvoorbeeld het gedrag van kuikens met een tag aan de poot. 

Wat zijn signalen van (on)natuurlijk gedrag? 

Dieren geven – in gezondheid, gedrag en uiterlijk – signalen af die aangeven wat ze prettig vinden en wat juist niet. Chronische stress en stereotiep gedrag zijn belangrijke en meetbare signalen. Als een kip bijvoorbeeld doet alsof hij een stofbad neemt, zonder dat er stofbadmateriaal zoals zand aanwezig is, dan weet je dat het dier dat mist. Maar ook de mate waarin dieren zich willen inspannen om bepaalde voorzieningen te bereiken (bijvoorbeeld materialen om in te wroeten of scharrelen), geeft een idee over de motivatie om een bepaald gedrag uit te kunnen voeren.

Vaak kun je wel vaststellen of dieren lijden, maar is het veel lastiger om te bepalen of een dier ook positieve ervaringen heeft en hoe belangrijk dat is. Dit vraagt om veel kennis over de betreffende diersoort. Het vaststellen van die positieve ervaringen is een belangrijke focus voor dierwetenschappers van WUR.  

Bestaat er zoiets als een diervriendelijke stal? 

Bij integraal duurzaam ontwerpen van nieuwe veehouderijsystemen is het belangrijk om kennis over dierenwelzijn van begin tot eind te betrekken. Vanaf het eerste ontwerp tot aan de validatie in de praktijk. Een voorbeeld van zo’n integrale aanpak is “Het Familievarken”, waarbij het natuurlijke gedrag van de dieren leidend is geweest voor het ontwerp van de stal. De varkens leven in een familiegroep op zand en rusten en eten samen. Op basis van metingen en waarnemingen aan de dieren kunnen we valideren of een ontwerp leidt tot de beoogde verbeteringen. 

Bij elke diersoort is sprake van specifieke vraagstukken en uitdagingen op het gebied van welzijn en gezondheid, waar de experts van WUR kennis over hebben en onderzoek naar doen.