Vleesconsumptie Nederland vlees eten

Dossier

Vleesconsumptie

De relatie tussen vleesconsumptie en een gezond en duurzaam voedingspatroon is een prominent onderwerp in het maatschappelijke debat. Wageningen University & Research onderzoekt de invloed van vlees eten op gezondheid, duurzaamheid en klimaat. Ook verzamelen we cijfers over vleesconsumptie, kijken we naar consumentengedrag en –voorkeuren en doen we onderzoek naar vleesvervangers en alternatieve eiwitbronnen.

Op basis van ons onderzoek kunnen overheden, bedrijven en individuen gefundeerde keuzes maken.

Hoeveel vlees eten Nederlanders?

De gemiddelde Nederlander eet ruim 77 kilo vlees per jaar. Daarbij gaat het om het verbruik op basis van karkasgewicht, dus vlees inclusief been, vet en zwoerd. Als vuistregel geldt dat daarvan ongeveer de helft feitelijk geconsumeerd wordt als vlees en vleeswaren. In de periode 2010 – 2015 was er sprake van een lichte daling van de vleesconsumptie, maar de cijfers van 2018 laten voor het eerst in 10 jaar weer een lichte stijging zich.

Ongeveer de helft van de Nederlanders noemt zichzelf ‘flexitariër’. Dat wil zeggen dat ze minimaal drie keer per week geen vlees bij de warme maaltijd eten. Het aandeel vegetariërs ligt stabiel op iets minder dan vijf procent van de Nederlandse bevolking.

Hoeveel vlees eten Nederlanders

Vlees en gezondheid

Vlees bevat waardevolle stoffen in hoge concentraties voor het functioneren van het menselijk lichaam - als energiebron, voor de celdeling en de opbouw van botten en spieren. Bouwstoffen in vlees zijn (onder meer) vetten, eiwitten, vitamines B1, B6 en B12, vitamine D en ijzer en zink.

Vlees vormt voor veel mensen een belangrijke eiwitbron in het dieet. De aanbevolen hoeveelheid eiwit voor volwassenen is in principe 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht. Iemand van 70 kilo heeft dus 56 gram eiwit per dag nodig.

In Nederland is de gemiddelde dagelijkse consumptie van eiwit 109 gram, waarvan 74 gram dierlijk en 35 gram plantaardig. We consumeren gemiddeld dus aanzienlijk meer eiwitten dan we nodig hebben.

Lees door over vlees en gezondheid

Wie heeft meer eiwitten nodig?

Sommige groepen hebben wat meer eiwitten nodig. Dat zijn vegetariërs, ouderen, kinderen, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven. Ook mensen met bepaalde aandoeningen of verwondingen en kracht- en duursporters hebben iets meer eiwitten nodig.

Wat als je te veel vlees eet?

Het eten van te veel vlees brengt risico’s voor de gezondheid met zich mee. Rood en met name bewerkt vlees zoals vleeswaren worden in verband gebracht met beroerte, diabetes type 2 en dikke darmkanker.

Wat als je weinig of geen vlees eet?

Volgens voedingswetenschappers is gezond eten met minder of helemaal geen vlees mogelijk, als je andere producten neemt met voldoende eiwit, ijzer, vitamine B1 en vitamine B12.

Het is nog niet bekend of plantaardig eiwit net zo gezond is als dierlijk eiwit. Eiwit is een belangrijke bouwstof voor de spieren. Plantaardig eiwit is opgebouwd uit andere aminozuren dan die in dierlijke producten. Onderzocht wordt wat het eten van uitsluitend plantaardige eiwitten betekent voor spiermassa en spierkwaliteit.

Duurzame consumptie

Een bescheiden hoeveelheid vlees past in een duurzaam eetpatroon. Vee kan een nuttige rol vervullen in de voedselproductie door de dieren te voeden met biomassa die mensen niet kunnen eten, zoals reststromen en gras van bodems die niet geschikt zijn voor akkerbouw, maar waar wel gras kan groeien. Van oudsher is dat ook de rol die landbouwhuisdieren hebben: het omzetten van reststromen en voor mensen niet eetbare biomassa naar hoogwaardige eiwitbronnen als zuivel, eieren en vlees.

Lees door over kringlooplandbouw

Essentieel element van een kringlooplandbouw is dat we dieren voeden met reststromen en zo min mogelijk voer speciaal voor dieren verbouwen, zoals nu nog op grote schaal gebeurt.

De overgang naar een kringlooplandbouw waarbij dieren alleen nog bijproducten, reststromen en gras als voer krijgen, betekent een radicale verandering, die grote uitdagingen met zich mee brengt, bijvoorbeeld op het vlak van voedingsbalans en veiligheid.

Uit voorlopige berekeningen komt dat in een circulair voedselsysteem het meest duurzame dieet ongeveer 20 gram dierlijk eiwit per dag bevat.

Kringlooplandbouw_eiwitten_NL.png

Lees de onderbouwing in het wetenschappelijke artikel 'Defining a land boundary for sustainable livestock consumption'.

Dierlijke productie en duurzaamheid

De productie van voedsel heeft invloed op het milieu (bodem, lucht en water) en de leefomgeving. WUR onderzoekt de gevolgen van dierlijke productie (vlees, zuivel, eieren) op milieu en leefomgeving. Denk dan onder meer aan uitstoot van fosfaat, ammoniak en fijnstof.

Lees door over klimaatslimme veehouderij

De veehouderij draagt in Nederland ongeveer zeven procent bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Koeien en andere herkauwers hebben hierin een belangrijk aandeel, omdat ze het broeikasgas methaan uitstoten.

In Nederland worden de meeste koeien overigens primair gehouden voor de productie van melk. Ongeveer drie procent van alle CO2-equivalenten in Nederland komt vrij door de bemesting van landbouwgrond en de graslanden waar koeien grazen.

Wageningen University & Research onderzoekt hoe de uitstoot van broeikasgassen door vee omlaag kan worden gebracht. Zo wordt gekeken of door aanpassingen in het voer de uitstoot omlaag kan en of emissies uit mest kunnen verminderen door de mest te scheiden, te koelen of er zuurstof doorheen te mengen. Sommige koeien stoten bijvoorbeeld van nature minder methaan uit. Daar kun je bij het fokken rekening mee houden.

Eiwittransitie

Met een groeiende wereldbevolking en stijging van de welvaart is de verwachting dat de vraag naar vlees en zuivel de komende decennia wereldwijd sterk zal toenemen. Op dit moment is het aanbod eiwitten onevenwichtig verdeeld in de wereld. Er is sprake van overconsumptie in rijke Westerse landen - in het bijzonder van dierlijke eiwitten - en ondervoeding elders in de wereld. Eiwittransitie gaat over de overgang naar een duurzaam voedselsysteem, waarbij iedereen voldoende hoogwaardige eiwitten kan consumeren.

Lees door over eiwittransitie

Er is een omslag nodig, zowel in de productie als in de consumptie van eiwitten.

Om voldoende eiwitten te produceren zonder de aarde uit te putten, is een diverser aanbod van eiwitten nodig voor veevoer en voedsel. Eiwitten uit planten (waaronder zeewier en algen), microben en ongewervelde dieren (waaronder insecten en schelpdieren) kunnen bijdragen aan een gezond voedingspatroon dat de aarde niet teveel belast.

WUR onderzoekt welke strategieën het beste werken om mensen te laten overschakelen naar een duurzaam en gezond dieet met een variatie aan eiwitten.

Vleesvervangers en alternatieve eiwitbronnen

WUR werkt aan de ontwikkeling van verschillende technologieën om de kwaliteit van vleesalternatieven te optimaliseren. De shear-cell technologie is een revolutionaire manier om vleesachtige structuren te creëren. Met deze technologie kunnen we op grote schaal vleesvervangers produceren. Op de langere termijn kunnen we met 3D-voedselprinten vleesalternatieven maken met smaak en textuur die is afgestemd op persoonlijke voorkeuren.

Lees door over vleesalternatieven

Een reden voor sommige consumenten om de huidige vleesalternatieven niet te kopen, is dat ze als 'kunstmatig' worden gezien. Wageningen University & Research werkt aan smakelijke alternatieven op basis van mildere productieprocessen en minder bewerkte ingrediënten.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Voedselveiligheid

Vlees is een dierlijk product en dat brengt risico’s met zich mee. Het behandelen van zieke dieren met bijvoorbeeld antibiotica is in Nederland toegestaan na consultatie van een dierenarts. Resten van de antibiotica kunnen zich ophopen in het vlees, maar in Nederland hebben we daarvoor zorgvuldige controleprogramma’s. WUR ontwikkelt methodes om deze controles steeds efficiënter en effectiever uit te voeren.

Lees door over antibioticaresistentie

Overmatig gebruik van antibiotica in de dierhouderij kan leiden tot de vorming van resistente bacteriën. En dat kan risico’s met zich meebrengen voor mens en dier. Wij bestuderen de risico's van en controle op antibioticagebruik in de Nederlandse dierhouderij, dat de laatste jaren flink is afgenomen.

Lees meer over ons onderzoek