Hoger Onderwijs

De huidige situatie van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen kan het beste worden getypeerd als een spagaatpositie. Immers, aan de ene kant wordt het hoger onderwijs gezien als een belangrijke stimulerende factor voor de maatschappelijke ontwikkeling, in het bijzonder de sociaaleconomische ontwikkeling, in het veelal als wenkend voorgestelde perspectief van de kenniseconomie.

In dat kader wordt, behalve gepleit voor een grotere deelname van studenten aan het hoger onderwijs, ook verwacht dat het hoger onderwijs allerlei maatschappelijke en innovatieve rollen vervult.

Anderzijds, is er tegelijkertijd sprake van een omgeving die als trend kent dat de gemiddelde overheidsbijdrage per student afneemt, dat de (inter)nationale competitie toeneemt, en dat een duidelijke regie van de overheid en / of coördinerende instellingen van het hoger onderwijs in het netwerk nauwelijks aanwezig is.

Een dergelijke spagaatpositie noodzaakt tot het onderzoeken van de sterke en zwakke kanten, bedreigingen en kansen van het huidige hoger onderwijssysteem, en het zoeken naar mogelijke oplossingen op micro-, meso- en/of macroniveau.

Op het microniveau gaat het om een zodanige inrichting van de onderwijsleersituatie dat een diversiteit van vele instromende studenten zodanig wordt bediend dat de doelen van het hoger onderwijs effectief en efficiënt worden bereikt.

Diversiteit kan daarbij worden uitgedrukt in dimensies als verschillen in abstractieniveau, niveau van voorkennis, motivatie, leervaardigheden, gender, etniciteit, nationaliteit, leeftijd, voorafgaand onderwijs, werkervaring, etc. Voorts gaat het om onderzoek op het vlak van de didactiek van het hoger onderwijs: competentiegericht onderwijs, probleemgericht leren, projectonderwijs, de inzet van allerlei vormen van ICT, arrangementen van en in didactische werkvormen, vormen van begeleiding, vormen van assessment, etc.

Het maken van studieloopbaankeuzes en de (studie)loopbaanbegeleiding of mentoraat zijn belangrijke onderwerpen. Het is immers ook de bedoeling dat studenten zo snel mogelijk op de goede plaats terechtkomen en daarin ook persisteren: studiesucces moet worden bevorderd, studieuitval en onnodige studieomzwaai zoveel mogelijk worden voorkomen.

Ook onderzoek van onderwerpen zoals selectie en bindend studieadvies zijn hier van belang. De staf speelt zowel in (het ontwerpen van) de onderwijsleersituatie als in de (studie)loopbaanbegeleiding in de directe interactie een cruciale rol.

Op het mesoniveau gaat het om onderzoek van het curriculum of curriculumfasen van opleidingen in het hoger onderwijs, de organisatie daarvan, en ondersteunende processen. Onderwerpen hierbij zijn de inrichting en effecten van flexibilisering in het hoger onderwijs, honoursprogramma’s, internationale programmaonderdelen, het eerste jaar in afstemming op het voorafgaand onderwijs, de academische of professionele bachelor en de master in relatie tot elkaar, doorstroomprogramma’s mbo-hbo en hbo-universiteiten, de programmatische aansluiting en doorstroom tussen het voortgezet/secundair en middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs, toetsprogramma’s, doorlopende leerlijnen, etc.

Voor wat betreft de ondersteunende processen gaat het om onderzoek op het vlak van professionele ontwikkeling van docenten, inrichting en effecten van processen die worden ondernomen in het kader van kwaliteitszorg en accreditatie, ‘institutional research’, innovatie in het hoger onderwijs, en het bevorderen van succesvolle studieloopbanen.

Op het macroniveau gaat het om onderzoek van de inrichting en effecten van onderlinge relatie(s) tussen of netwerken van instellingen van hoger onderwijs betreffen met het oog op het aanpakken van bepaalde problemen. Bijvoorbeeld, de samenwerking tussen wo en hbo met het oog op diversiteit van instroom en studiekeuze. Of de inrichting en effecten van (regionale) arrangementen van instellingen van het hoger en secundair onderwijs (algemeen en beroepsonderwijs) met het oog op een optimale aansluiting en doorstroom. Vanuit het oogpunt van innovatie en kenniscirculatie zijn voorts onderwerpen die betrekking hebben op de inrichting en effecten van educatieve partnerschappen tussen het hoger onderwijs en het bedrijfsleven interessant. Meer in algemene zin gaat het hier ook om de relatie hoger onderwijs – arbeidsmarkt. Onderwerpen van beleidsonderzoek ten behoeve van bestuur, beleid en management van het hoger onderwijs zijn welkom. In de bijdrages dient duidelijk sprake te zijn van empirisch onderzoek (kwantitatief / kwalitatief) of theoretisch onderzoek.

Bijdrages over (onderwijs)ontwikkelingsonderzoek of ontwerponderzoek die docenten in het hoger onderwijs uitvoeren in en met hun eigen vak of in het kader van een onderwijsprogramma zijn heel welkom.