Q-koorts en Wageningen Bioveterinary Research

Wageningen Bioveterinary Research voert laboratoriumdiagnostiek uit op monsters die worden aangeleverd door onder andere de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA).

Wageningen Bioveterinary Research onderzoekt monsters op Q-koorts

De NVWA neemt monsters op bedrijven verdacht van Q-koorts; de monsters bestaan uit swabs van de geboorteweg, placentamateriaal en bloed.

Bij Wageningen Bioveterinary Research wordt de diagnostiek uitgevoerd door middel van ELISA’s en real time PCR’s. Daarnaast heeft  Wageningen Bioveterinary Research de mogelijkheid om door middel van de modernste technieken onderscheid te maken tussen verschillende stammen van C. burnetii.

In januari 2009 is een groot onderzoeksproject gestart naar Q-koorts bij geiten. In dit project worden verschillende stammen getypeerd en het genetisch materiaal van de bacterie gekarakteriseerd. Ook wordt de bacterie gekweekt om zo meer over de bacterie te weten te komen. Bij geiten zal worden gekeken hoe een infectie verloopt. Op deze manier wordt wetenschappelijke kennis vergaard om bij te dragen aan de bestrijding van Q-koorts bij mensen en dieren. Met de wetenschappelijke kennis wordt ook de overheid en het bedrijfsleven geadviseerd. Een van de concrete voorbeelden hiervan is het opstellen van een model van transmissieroutes (zie figuur 1). In dit model worden alle mogelijke overdrachtsroutes van de bron (in dit geval voornamelijk landbouwhuisdieren) naar de gastheer (mensen en dieren) weergegeven. Het model is een goed hulpmiddel om aan te geven waar maatregelen effectief kunnen zijn en om te voorkomen dat er naar slechts een of een beperkt aantal transmissieroutes wordt gekeken.

Coxiellaburnetii1.png

Wageningen Bioveterinary Research werkt op het gebied van Q-koorts samen met nationale en internationale partners. Binnen Nederland zijn dit de Gezondheidsdienst voor Dieren, het RIVM en het Canisius-Wilhelmina Ziekenuis (CWZ). Buiten Nederland zijn dit het Bundeswehr Institute for Microbiology (BIM) in Munchen, Duitsland en via MedVetNet met het Franse voedeslveiligheidsagentschap AFSSA.