BSE surveillance

BSE is een meldingsplichtige ziekte sinds 29 juli 1990 in Nederland. Dit betekent dat dierenartsen en veehouders verplicht zijn om dieren met verschijnselen van BSE te melden aan de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). Deze meldingsplicht is de pijler van het zogenaamde passieve surveillance-systeem. Daarnaast kunnen dieren met verschijnselen worden gevonden bij de keuring voor het slachten op slachthuizen door medewerkers van de NVWA.

Deze dieren worden vervolgens naar het NRL (nationaal referentie laboratorium, Wageningen Bioveterinary Research) vervoerd, waar een definitieve diagnose wordt gesteld. Figuur 1 geeft een overzicht van het aantal ingestuurde runderen per jaar met een "klinische verdenking" en het aantal BSE-positief bevonden dieren in deze categorie.

Figuur1Surv.PNG

Sinds het eind van 2000 is het actieve surveillance systeem toegevoegd aan het bovenstaande passieve bewakingssysteem.Volgens EU regelgeving werden tot 1 januari 2009 de volgende groepen runderen getest met "snelle BSE- testen":

  • alle gezonde slachtrunderen vanaf een leeftijd van 30 maanden;
  • alle kadavers (op het bedrijf gestorven en ter destructie of sectie  aangeboden runderen) vanaf een leeftijd van 24 maanden;
  • alle in nood geslachte dieren en dieren met afwijkingen, zieke dieren (casualty slaughter) vanaf een leeftijd van 24 maanden.

Gezien de gunstige BSE situatie in vele lidstaten is de Europese regelgeving voor de actieve surveillance in verschillende stappen aangepast (in 2009, 2011 en 2013). Omdat Nederland in 2013 in de categorie landen met een verwaarloosbaar BSE risico is ingedeeld, hoeven vanaf maart 2013 geen slachtrunderen meer te worden getest op BSE maar alleen nog in nood geslachte dieren en kadavers ouder dan 48 maanden.

Figuur 2 geeft een overzicht van het aantal geteste runderen per jaar in de verschillende categorie├źn van de actieve surveillance.

FiguurSurv1.png