Varkens met Afrikaanse varkenspest (AVP)

Achtergrond Afrikaanse varkenspest

Afrikaanse varkenspest (AVP) is een virus. De natuurlijke gastheren van dit virus zijn varkensachtigen. Ook gedomesticeerde varkens en het wilde zwijn zijn gevoelig voor deze ziekte. De ziekte komt met name voor in Afrika, meer specifiek in de landen ten zuiden van de Sahara. In 2014 werden de eerste introducties in de Europese Unie waargenomen.

Het Afrikaanse varkenspest-virus

Het Afrikaanse varkenspest (AVP) virus behoort als enige tot de familie van de Asfarviridae. De ziekte is voor het eerst beschreven in 1921, aan de oostkant van Afrika. Het is het enige bekende DNA-virus dat behalve zoogdieren ook geleedpotigen (bepaalde zachte teken van het geslacht Ornithodorus) kan infecteren.

Overleving in de omgeving
Het virus kan enkele dagen in de omgeving overleven. In aanwezigheid van eiwitten (bloed, vlees) kan dat echter oplopen tot weken of maanden, zo niet een jaar. In gedroogde hammen (Serano-ham en dergelijke) kan het virus bijvoorbeeld tot wel 4-5 maanden infectieus blijven. In bevroren vlees kan het zelfs gaan om jaren.

Hittebehandeling
Het virus kan worden geïnactiveerd door hittebehandeling (minimaal 20 minuten bij >60°C, 70 minuten bij >56°C), pH’s <3,9 of >11,5 en is goed gevoelig voor de meeste desinfectantia.

De gastheer: varkensachtigen en teken

De natuurlijke gastheren van het virus zijn varkensachtigen. Van oudsher betreft dit vooral wrattenzwijnen (Phacochoerus spp.), maar ook bijvoorbeeld boszwijnen (Potamochoerus spp.) en het reuzenboszwijn (Hylochoerus meinertzhageni), die allemaal in Afrika voorkomen. Ook gedomesticeerde varkens en het wilde zwijn (Sus scrofa) zijn echter gevoelig voor deze ziekte.

Besmetting van zachte teken

Behalve varkensachtigen kunnen ook bepaalde teken besmet raken met het virus. Dit betreft zachte teken van het geslacht Ornithodorus. Deze teken komen alleen in tropische en subtropische regio’s voor. In Europa bijvoorbeeld alleen rond Middellandse zee.

Ongevaarlijk voor de mens
Onder natuurlijke omstandigheden zijn andere dieren niet gevoelig. Ook voor de mens is het virus dus volstrekt ongevaarlijk.

Bemette varkens Bemette varkens
Zachte teek; foto dr Joseph Sarr, ISRA Zachte teek; foto dr Joseph Sarr, ISRA











Waar komt de ziekte voor?

Afrikaanse varkenspest komt, zoals de naam al suggereert, voornamelijk voor in Afrika, meer specifiek in de landen ten zuiden van de Sahara.

Signalering in Europa vanaf 1957 tot midden jaren '90
Buiten Afrika werd de ziekte voor het eerst gesignaleerd in Portugal, in 1957. Vanaf 1960 verspreidde de ziekte zich naar Spanje en in latere jaren waren er uitbraken in onder andere Frankrijk, Italië, Malta, België en Nederland. De Nederlandse uitbraak was in 1986. Deze was te wijten aan het voeren van swill (keukenafval) waarin het virus zat. Uiteindelijk raakten er slechts twee bedrijven besmet, en kon Nederland weer vrij verklaard worden na ruim twee maanden. In de jaren 70 waren er ook uitbraken in het Caribisch gebied (Haïti, Cuba, Dominicaanse Republiek) en in Brazilië.

Midden jaren 90 was het virus overal buiten Afrika weer uitgeroeid, met uitzondering van het Italiaanse eiland Sardinië. Daar komt de ziekte tot op de dag van vandaag voor, maar verspreiding naar het vasteland van Europa heeft in al die tijd nooit plaatsgevonden.

In 2014 weer signalering in Europa
In 2007 dook het virus vervolgens op in Georgië, in de Kaukasus. Van daaruit heeft het virus zich verspreid naar landen als Armenië en Azerbeidzjan, en uiteindelijk ook naar Rusland. In de jaren daarna verspreide het virus zich over vrijwel geheel West-Rusland, met uitbraken tot aan de grens met Finland. In 2012 werd ook een uitbraak vastgesteld in Oekraïne, in 2013 gevolgd door Wit-Rusland. In 2014 werden de eerste introducties in de Europese Unie waargenomen toen kort achter elkaar besmette wilde zwijnen in Litouwen en Polen werden gevonden. Kort daarna verspreidde het virus zich ook naar Letland en Estland. In 2016 verspreidde het zich naar Moldavië en in 2017 naar Tsjechië en Roemenië. In Polen rukte het virus verder op tot het gebied rond Warschau.

Voor de meest recente informatie over voorkomen, zie de website van OIE - World Organisation for Animal Health.

Hoe raken varkensachtigen besmet?

Zo kunnen varkens en wilde zwijnen besmet raken met Afrikaanse varkenspest. Lees hieronder verder voor de uitleg.
Zo kunnen varkens en wilde zwijnen besmet raken met Afrikaanse varkenspest. Lees hieronder verder voor de uitleg.

Zachte teken en cyclus in Afrika
In Afrika bevindt het reservoir van het Afrikaanse varkenspest-virus zich in het wild. Daar zijn het vooral het wrattenzwijn (en boszwijn en reuzenboszwijn) en de zachte teek (vooral van de soort Ornithodoros moubata) die de viruscyclus in stand houden. Zachte teken voeden zich op de besmette wrattenzwijnen, vermeerderen het virus en geven dit bij een volgend bloedmaal weer door aan een ander wrattenzwijn. Omdat wrattenzwijnen en teken nauw samenleven in de holen van de wrattenzwijnen, is dit een efficiënte wijze van virusverspreiding. Direct contact tussen wrattenzwijnen onderling speelt waarschijnlijk een geringere of zelfs helemaal geen rol in de virusverspreiding. Het virus bevindt zich over het algemeen slechts in lage concentraties in het bloed en wordt niet op grote schaal uitgescheiden. Vanuit deze wildcyclus wordt het virus met enige regelmaat overgebracht naar gedomesticeerde varkens. Als die eenmaal besmet zijn, hoeven er geen teken meer aan te pas te komen en verspreidt het virus zich gemakkelijk van varken naar varken. Over grote afstanden gaat het vaak via vlees en vleesproducten, afkomstig van besmette dieren, die elders weer als keukenafval aan varkens gevoerd worden.

Verspreiding onder wilde zwijnen
Wilde zwijnen, zoals we die in Eurazië kennen, kunnen ook besmet raken met het Afrikaanse varkenspestvirus. Hun rol is echter absoluut niet te vergelijken met die van de wilde varkensachtigen in Afrika. De ziekte verloopt ook bij wilde zwijnen meestal acuut en vrijwel alle besmette wilde zwijnen gaan ook dood. Tot voor kort waren er eigenlijk ook geen aanwijzingen dat het virus zich langdurig zou kunnen handhaven in een populatie wilde zwijnen. Nieuwe introducties van het virus in de wilde-zwijnenpopulatie liepen altijd dood, en de rol van het wilde zwijn in de verspreiding van het virus werd daarmee geacht gering te zijn. In de laatste paar jaar zien we echter dat het virus juist steeds meer in wilde zwijnen wordt gevonden en lijkt het erop dat onder bepaalde omstandigheden het virus wel degelijk langdurig bij wilde zwijnen kan blijven circuleren.

Direct contact
Besmetting van varkens en wilde zwijnen kan via direct contact tussen een besmet dier en een gevoelig (nog niet besmet) dier. Dit zorgt bijvoorbeeld voor verspreiding binnen een varkensstal. Ook contact tussen wilde zwijnen en buiten gehouden varkens is hier een voorbeeld van.

Besmet voer
Alle uitbraken buiten Afrika zijn waarschijnlijk begonnen met het voeren van keukenafval (swill-voedering), van bijvoorbeeld schepen of vliegtuigen afkomstig uit Afrika.
Het virus kan makkelijk in de voedselketen terechtkomen door het slachten en verwerken van besmette varkens. Vooral in de kleinschalige varkenshouderij, waarbij mensen slechts één of enkele varkens houden, is dit niet uitzonderlijk. Hoewel volstrekt ongevaarlijk voor de mens, kan het virus in dergelijke producten lange tijd overleven. Met verplaatsing van deze producten kan het virus zich over grote afstanden verspreiden, waardoor het heel moeilijk te bestrijden is. Producten zoals gedroogde worst, salami kunnen bijvoorbeeld een bron van besmetting zijn, wanneer mensen dit aan varkens voeren, meenemen naar een varkensbedrijf of in de omgeving achterlaten waar wilde zwijnen erbij kunnen. Dit kunnen toeristen, arbeiders/werknemers of vrachtwagenchauffeurs op de lange baan zijn, en ook bijvoorbeeld jagers die jachttrofeeën meenemen of producten van wilde zwijnen meenemen.

Contact met kadavers
Contact met kadavers of achtergebleven restanten na het ontweien van een wild zwijn door een jager kan besmetting veroorzaken bij wilde zwijnen. Bovendien kunnen, zoals hierboven al genoemd, in de omgeving achtergelaten voedselresten wilde zwijnen besmetten.

Besmette materialen
Gecontamineerde materialen zoals gereedschappen, laarzen, en ook stalbedding kunnen besmetting van varkens veroorzaken. Hoe groot de kans is dat het virus via deze route bij varkens terechtkomt, is vooralsnog niet helemaal duidelijk. Daarnaast vormen veetransportwagens waarin besmette varkens vervoerd zijn een risico.

Langdurig aanwezig bij overlevende varkens
Varkens die de infectie in eerste instantie overleven, zijn dragers van het virus. Ze kunnen maandenlang het virus in het bloed bij zich dragen. Deze varkens zijn veel minder besmettelijk dan varkens in de acute fase van de ziekte. Toch kunnen ze een belangrijke rol spelen in de epidemiologie, omdat ze ervoor zorgen dat het virus langdurig aanwezig kan blijven. Een dergelijk varken kan twee maanden later zo maar weer ergens een nieuwe uitbraak veroorzaken. Vooral bij wilde zwijnen zou dit misschien een verklaring kunnen zijn dat het virus in een voldoende grote populatie niet meer zo makkelijk uitsterft en steeds opnieuw ergens opduikt.

Hoe zouden Nederlandse varkens besmet kunnen raken?

Onder Nederlandse omstandigheden kunnen dieren elkaar op verschillende manieren besmetten.

Contact met besmette varkensachtigen of materialen
Een efficiënte route is via direct contact. Indirecte verspreiding via mensen, materialen, transportwagens en dergelijke is ook mogelijk. Dit laatste zal echter minder makkelijk verlopen dan voor bijvoorbeeld klassieke varkenspest, omdat er bij Afrikaanse varkenspest meer virus nodig is om een varken te besmetten. Hoewel indirecte verspreiding dus incidenteel kan voorkomen, is het waarschijnlijk dat dergelijke verspreidingsroutes snel doodlopen.

Swill-voedering in Nederland niet zo waarschijnlijk
Swill-voedering is in andere delen van de wereld nummer één met stip als het gaat om verspreiding van het virus. Dit zal in Nederland een verwaarloosbare rol spelen, althans als het gaat om lokale verspreiding van het virus. Het virus zou echter zo maar Nederland binnen kunnen komen op deze manier. Als dat gebeurt, zal het vermoedelijk gaan om vlees of vleesproducten die voor persoonlijk gebruik zijn meegenomen uit besmette gebieden, waarvan restanten bij varkens of wilde zwijnen terecht komen. Een kleine kans, maar met grote gevolgen!

Teken spelen in Nederland geen rol
Teken spelen hier geen grote rol in de verspreiding van het virus, maar ze kunnen wel als virusreservoir dienst doen. Teken kunnen namelijk jaren lang overleven en al die tijd het virus bij zich dragen. In Spanje zijn er voorbeelden bekend van stallen die drie jaar leegstonden nadat ze geruimd waren wegens Afrikaanse varkenspest; bij herbevolking raakten de varkens vrijwel direct weer besmet omdat er nog teken achtergebleven waren die drager van het virus waren.