Achtergrond Klassieke varkenspest

Het klassieke varkenspest (KVP) virus behoort, samen met het bovine virus diarree (BVD) virus en border disease (BD) virus, tot het genus van de pestivirussen, in de familie van de Flaviviridae.

Het virus kan worden geïnactiveerd door hittebehandeling (>60°C), pH’s <3,0 of >11,0 en is goed gevoelig voor de meeste desinfectantia.


Gevoelige dieren

De enige natuurlijke gastheer van het virus is het varken (Sus scrofa), inclusief het wilde zwijn. Onder natuurlijke omstandigheden zijn andere dieren niet gevoelig. Ook voor de mens is het virus dus volstrekt ongevaarlijk.

Herkauwers (o.a. runderen en schapen) zijn de natuurlijke gastheren van het BVD en BD virus. Varkens kunnen ook geïnfecteerd raken met het BVD en BD virus, maar meestal geeft dit slechts geringe of helemaal geen ziekteverschijnselen. BVD en BD bij varkens wordt dan ook niet actief bestreden.

Klassieke varkenspest in Nederland

Klassieke varkenspest is zeker niet iets van de laatste tijd, en ook niet een gevolg van de intensieve veehouderij, zoals vaak gedacht wordt. De intensieve veehouderij en vooral ook de exportpositie van Nederland dragen er wel aan bij dat de schade per uitbraak groter is dan in het verleden.

Tot begin jaren zeventig, toen Nederland nog een relatief kleinschalige, extensieve veehouderij kende, met veel gemengde bedrijven, waren in Nederland duizend of meer uitbraken per jaar geen uitzondering. Mede door vaccinatie werd de gevolgschade binnen de perken gehouden. Vanaf begin jaren 70 werd er in Nederland systematisch gevaccineerd, met als einddoel het uitroeien van het virus.

In 1986 werd binnen de EU een non-vaccinatiebeleid afgesproken. Doel hiervan was de schade door vaccinatiekosten, de ziekte zelf en exportbeperkingen te verminderen. In 1989 werd Nederland officieel varkenspestvrij verklaard. In 1990 en 1992 waren er in Nederland nog kleine uitbraken, die snel onder controle waren.

De uitbraak van 1997/98 liet vervolgens zien dat een uitbraak in een geheel gevoelige populatie ook desastreuze gevolgen kan hebben. Sindsdien is Nederland helemaal gevrijwaard gebleven van KVP. Alleen in 2006 kwam het nog even dichtbij, toen er in Duitsland een uitbraak was op minder dan 10 km van de Nederlandse grens.



Uitbraken in Nederland Uitbraken in Nederland

Klassieke varkenspest wereldwijd

Binnen de EU zijn het vooral de wilde zwijnen waarbij het virus nog steeds rondwaart. Duitsland werd bijvoorbeeld pas in de loop van 2012 officieel vrij verklaard van KVP bij wilde zwijnen. In enkele Oost-Europese landen komt het virus nog steeds voor bij wilde zwijnen, maar ook - vooral in de Balkanregio - nog steeds bij gehouden varkens. De laatste jaren zien we wel een trend in Europa naar het steeds minder voorkomen van de ziekte, als gevolg van de jarenlange consequente bestrijding.

De ziekte komt verder voor in grote delen van Azië en Midden- en Zuid-Amerika.

Over Afrika is weinig bekend of en hoe uitgebreid KVP daar voorkomt. Alleen in Zuid-Afrika is de ziekte wel eens vastgesteld.

Noord-Amerika en Australië zijn vrij.

Voor de meest recente informatie over voorkomen, zie de website van de OIE - World Organisation for Animal Health.

Epidemiologie

Varkens, inclusief wilde zwijnen, vormen het natuurlijke reservoir van het KVP virus. In de omgeving kan het virus niet lang overleven. Het virus kan wel lang overleven in varkensvlees (ingevroren of gedroogd) en als varkens dan gevoerd worden met keukenafval is dit een serieuze mogelijkheid voor verspreiding van de ziekte.

Een eerste introductie van varkenspestvirus in een vrije regio is meestal het gevolg van import van besmette dieren, swill-voedering (voeren van keukenafval) of onvoldoende gereinigde vrachtwagens die terugkeren uit besmette gebieden. Via diertransporten, vrachtwagens, menscontacten, e.d. kan de infectie zich vervolgens uitbreiden. In veel gevallen blijft daarbij de precieze infectieroute onbekend, maar bedrijven op korte afstand van een besmet bedrijf lopen wel een duidelijk grotere kans om besmet te raken dan bedrijven op grotere afstand. Om die reden werd in 1997 het preventief ruimen in een straal van één kilometer rond een besmet bedrijf ingevoerd. Ook als er bij een toekomstige uitbraak gevaccineerd gaat worden, zal zich deze vaccinatie in de onmiddellijke omgeving van de besmette bedrijven gaan afspelen.