De ziekte Mond-en-klauwzeer

Mond-en-klauwzeer is een zeer besmettelijke en ernstige virusziekte

Mond-en-klauwzeer komt voor bij evenhoevige dieren: runderen, varkens, schapen, geiten en ook bij wilde zwijnen, herten, reeën en sommige dierentuindieren. Kameelachtigen (kameel, drommedaris, lama, vicuna, alpaca) zijn minder gevoelig. Het virus is onschadelijk voor bijvoorbeeld paarden, honden, katten en pluimvee.

Op de Nederlandse boerderijen zijn circa 19 miljoen evenhoevigen aanwezig. Deze dieren zijn vatbaar voor het virus. Het totale aantal evenhoevigen in Nederland is onbekend. Naast de dieren op landbouwbedrijven worden evenhoevigen gehouden door hobbyisten. Bovendien komen ze voor in dierentuinen en op kinderboerderijen, en in het wild.

Ziekte in het dier

De ziekte begint in en rond de bek en aan de klauwen. Dieren met MKZ hebben koorts, maken een zieke indruk, eten minder en vertonen blaren, onder andere op de rand van huid en klauw in de tussenklauwspleet, en op de tong en in de mond. Bij runderen daalt de melkproductie sterk en de dieren gaan kwijlen. De verschijnselen zijn bij runderen en varkens doorgaans zo duidelijk, dat al op het zicht een redelijk zekere diagnose gesteld kan worden. Bij geiten en schapen zijn de verschijnselen in het algemeen minder duidelijk: die beperken zich vaak tot kreupelheid.

De ziekte zelf is meestal niet dodelijk. Alleen jonge dieren kunnen acuut sterven ten gevolge van hartdegeneratie. Bij biggen is de sterfte in ernstig aangetaste tomen vaak 100%. Oudere dieren overleven de infectie bijna altijd echter de gevolgen van secundaire bacteriële infecties kunnen veel blijvende schade berokkenen.

Gevoeligheid voor het virus

Gevoeligheid voor het virus kan per diersoort maar ook per virusstam verschillen. Varkens zijn minder gevoelig voor MKZ dan runderen. Dit betekent dat varkens grotere hoeveelheid virus binnen moeten krijgen voordat zij ziek worden. Er zijn virusisolaten die zeer duidelijke klinische verschijnselen geven in varkens maar niet in runderen (bijvoorbeeld O Taiwan 1997). De verschijnselen bij schapen en geiten zijn vaak niet erg duidelijk en beperken zich meestal tot kreupelheid. Aangezien het aantal dieren in de varkenshouderij groot is en een varken veel virus uitscheidt, kan bij infectie van varkens een sterke vermeerdering en verspreiding van het virus plaatsvinden.

Het MKZ-virus waar we in 2001 in Nederland mee te maken hadden, gedroeg zich in een aantal opzichten wat onvoorspelbaar: op een bedrijf werd het eerder zichtbaar bij geiten dan bij runderen.

Genezing

Er zijn geen geneesmiddelen die dieren helpen om van een MKZ-infectie te genezen. De meeste dieren herstellen na verloop van tijd, doorgaans binnen enkele weken, vanzelf van MKZ. Echter, secundaire infecties zoals mastitis kunnen voor blijvende schade zorgen. Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, is zo snel mogelijk ruimen van de dieren de beste oplossing. Ter preventie kan tegen MKZ gevaccineerd worden. Het virus komt echter voor in een groot aantal verschillende (sub)typen. Bij gebruik van vaccinatie is het noodzakelijk dat wordt vastgesteld welk (sub)type een bedreiging vormt.