Verspreiding Mond-en-klauwzeer

Mond-en-klauwzeer (MKZ) is erg besmettelijk. Overdracht van het MKZ-virus is op verschillende manieren mogelijk.

Het MKZ-virus blijft onder normale omstandigheden lang infectieus. Bij normale temperatuur en in droog stalstof ongeveer 14 dagen en in vochtig stalstof 8 dagen. Bij een temperatuur van 20 graden onder nul blijft het virus jarenlang infectieus. Tijdens een incubatieperiode (de tijd tussen infectie en de eerste klinische symptomen) van gemiddeld 2-8 dagen vermenigvuldigt het virus zich en is het in bloed aantoonbaar. In blaren zijn meestal grote hoeveelheden virus aanwezig. Per diersoort kan de mate van blaarvorming en hoeveelheid virus aanzienlijk verschillen. Circa 7 dagen na de infectie komt de productie van anitilichamen op gang en zijn deze in het bloed aantoonbaar.

Runderen en schapen zijn al te infecteren als ze 10 tot 25 virusdeeltjes inademen. De wand van een blaar, een van de verschijnselen die optreedt bij MKZ, kan tot 10.000.000.000 virusdeeltjes per gram bevatten. Melk, ontlasting en sperma kunnen tot 1.000.000 virusdeeltjes per mililiter of gram bevatten.

Explosiekracht MKZ Explosiekracht MKZ

Hoe vindt verspreiding plaats?

Verspreiding door verplaatsing van dieren

Verspreiding van mond-en-klauwzeer gebeurt hoofdzakelijk door het verplaatsen van besmette dieren. Mond-en-klauwzeer wordt verspreid via de ademlucht, speeksel, bloed, melk, mest, sperma en urine. Uitscheiding kan al plaatsvinden enkele dagen voor er klinische symptomen zichtbaar zijn, tijdens de incubatieperiode.

De MKZ-gevallen in Nederland in 2001 zijn vermoedelijk veroorzaakt door Ierse kalveren, die via het Franse Mayenne naar Nederland werden vervoerd. In Mayenne hebben de dieren de MKZ-besmetting opgelopen op een rustplaats voor veetransporten waar eerder schapen zijn geweest afkomstig van een met MKZ besmette boerderij in het Verenigd Koninkrijk.

Verspreiding via indirecte contacten (mens, vervoermiddelen)

Het virus kan via indirecte contacten verspreid worden, via de mens, vervoermiddelen en dergelijke. Omdat de dieren het virus uitscheiden in het speeksel, via de melk, mest en urine, is het mogelijk dat het virus zich verspreidt via mensen, dieren en materialen die in contact (aan handen, kleding en schoeisel) geweest zijn met besmette dieren, niet alleen op de veehouderij maar ook via veetransportmiddelen en op markten. Ook door het gebruik van vuile naalden kan het virus zich verspreiden. Mensen krijgt de ziekte niet, maar kunnen wel enkele dagen drager van het virus zijn.

Verspreiding via de lucht

Via de lucht kan het virus zich vrij gemakkelijk over korte afstanden verspreiden (enkele kilometers). Verspreiding over grote afstanden is echter ook mogelijk, met name in de gematigde klimaatzones. De besmetting op het Isle of Wight in 1981 is vermoedelijk via de lucht uit Noord-Frankrijk overgewaaid. De verspreiding via de lucht is in tegenstelling tot andere manieren van verspreiding niet door het treffen van hygiënische maatregelen te voorkomen.

Varkens verspreiden de ziekte, al voor de eerste verschijnselen zich openbaren, via de lucht. In de varkenshouderij kan een sterke vermeerdering en verspreiding van virus plaatsvinden, omdat het aantal dieren per eenheid groot is en een varken veel virus uitscheidt. In experimenten zijn de concentraties virus in de uitademinglucht van runderen en varkens gemeten, waarbij de concentratie bij varkens 3000 maal hoger was dan bij runderen.

Verspreiding via dierlijke producten (vlees, vleeswaren, melk en mest)

De dieren scheiden het virus uit in de melk, mest en urine, maar ook het vlees van besmette dieren bevat het virus. In melk kan het virus tot zeven weken overleven. In spiermassa met een pH < 6,0 kan het virus niet overleven, in pH-neutraal beendermerg wel. Kalveren en biggen kunnen het krijgen door het drinken van besmette melk. Het virus kan ook meeliften met sperma. Ook via het uitrijden van besmette drijfmest kan het virus zich verspreiden.

De oorzaak van de epidemie in 2001 in het Verenigd Koninkrijk is waarschijnlijk het gebruik van illegaal geïmporteerd besmet vlees uit Azië, waarvan resten als 'swill' (keukenafval) zijn gebruikt.