Epidemiologie Schmallenbergvirus

Epidemiologie Schmallenbergvirus

Volgens epidemiologische studies, versterkt door wat bekend is over de genetisch verwante Simbu serogroep-virussen, zijn herkauwers gevoelig voor het Schmallenbergvirus.

Het virus is hoogst waarschijnlijk niet zoönotisch. De ruimtelijke verspreiding en verspreiding in tijd suggereren dat de ziekte in eerste instantie door insecten wordt verspreid en vervolgens verticaal in utero.

Gevoelige diersoorten

  • Runderen
  • Schapen
  • Geiten
  • Reeën
  • Herten
  • Alpaca's
  • Bizons

Het is belangrijk om op te merken dat andere virussen van de Simbu serogroep ook wilde herkauwers treffen en dat antilichamen tegen het Akabanevirus zijn aangetoond in paarden, ezels, buffels, herten, kamelen en zelfs in varkens. Sommige virussen van de Simbu serogroep (Mermet, Peaton and Oropouche virus) zijn ook gedetecteerd in vogels. Muizen en hamsters kunnen experimenteel geïnfecteerd worden.

Mensen

Er is tot dusver is geen ziekte bij mensen gerapporteerd die zou samenhangen met het Schmallenbergvirus in het besmette gebied. De genetisch meest verwante Orthobunyavirussen veroorzaken geen ziekte bij mensen. De huidige risicobeoordeling luidt dat het virus hoogst waarschijnlijk geen ziekte zal veroorzaken bij mensen, al kan dit risico momenteel niet geheel worden uitgesloten. Desondanks is nauwe samenwerking tussen volks- en diergezondheidinstituten aanbevolen voor snelle opsporing van potentiële besmetting van mensen, met name veehouders en dierenartsen die in contact staan met mogelijk geïnfecteerde dieren, en dan vooral gedurende het geboorteseizoen.