CVI, Transmissie-experimenten

Transmissie-experimenten

Om een uitbraak effectief te kunnen bestrijden, moet eerst duidelijk zijn hoe een virus of bacterie zich kan verspreiden. Hoe lang blijven geïnfecteerde dieren (meetbaar) ziekteverwekkers uitscheiden, hoe snel raken andere dieren besmet, en via welke route?

Deze vragen kunnen op kleine schaal onderzocht worden in een transmissie-experiment. Daarbij wordt een aantal opzettelijk besmette dieren in contact gebracht met onbesmette dieren. Door de dieren regelmatig te bemonsteren (temperatuur, swabs, bloedmonsters) kan veel informatie over het verloop van de ziekte verkregen worden, en bijvoorbeeld over de effectiviteit van een vaccin. Deze gegevens zijn essentieel om het effect van bestrijdingsstrategie├źn te kunnen voorspellen.

De epidemiologiegroep is van begin tot eind betrokken bij de statistische aspecten van transmissie-experimenten. Door van te voren goed over het ontwerp van het experiment na te denken, kan achteraf zoveel mogelijk informatie verkregen worden bij de analyse ervan, met een minimum aantal dieren.

transmissieexperiment1.jpg